Wetenschap - 1 januari 1970

Ervaringsdeskundige studente onderzocht rol drinkvoeding bij behandeling

Ervaringsdeskundige studente onderzocht rol drinkvoeding bij behandeling

Ervaringsdeskundige studente onderzocht rol drinkvoeding bij behandeling

anorexia

‘Anorexiabehandeling heeft pas zin als mensen echt zelf willen’

Toen Ingrid Ketel vier jaar geleden in Wageningen kwam studeren stond voor
haar al vast dat ze ooit iets wilde doen met haar ervaringen met het
gebruik van drinkvoeding bij de behandeling van anorexia. Onlangs rondde de
studente Huishoud- en consumentenwetenschappen een afstudeervak over het
onderwerp af. De belangrijkste conclusie was dat drinkvoeding gezien moet
worden als een medicijn dat aan het begin van de behandeling gebruikt kan
worden om helpen aan te komen. ,,Maar beter worden begint bij motivatie.’’

Ketel weet waar ze over praat als ze vertelt over de behandeling van
Anorexia nervosa. Mensen die aan deze ziekte lijden eten te weinig omdat ze
bang zijn om dik te worden, terwijl ze in de meeste gevallen al een
ongezond laag lichaamsgewicht hebben. In Nederland lijden naar schatting
meer dan dertigduizend vrouwen tussen de 15 en 29 jaar aan een eetstoornis.
Ketel schoot in de laatste klas van het vwo door met lijnen, waar ze mee
was begonnen om meer kans te maken om aangenomen te worden op de
Koninklijke Militaire Academie. ,,Ik wilde graag bij de luchtmacht. Ik was
na de mavo naar de havo en later het vwo gegaan omdat ik niet wist wat ik
wilde. De luchtmacht voerde in die tijd volop campagne om scholieren te
werven en ik vond de film Top Gun met Tom Cruise een prachtige film. De
eerste tests wezen uit dat ik niet geschikt was voor de luchtmacht, maar
dat ik wel naar de landmacht zou kunnen voor een logistieke functie. Na een
psychologische test in januari 1996 had ik al door dat ik wat aan de zware
kant was om ook de lichamelijke test door te komen. Toen heb ik me bij een
sportschool aangemeld en ben in korte tijd twintig kilo afgevallen waarmee
ik een voor mijn lengte goed gewicht had.’’ Ze was hiervoor gezonder en
regelmatiger gaan eten, gaan fitnessen en dagelijks gaan hardlopen om een
betere conditie te krijgen voor de test. ,,De test in mei ging echter niet
super en ze zeiden dat ik in januari 1997 maar eens terug moest komen. Dat
was best een dreun. Alles was tot dan toe aardig gelukt. Ik had drie
scholen doorlopen, in één keer mijn rijbewijs gehaald, was twintig kilo
afgevallen en dan word je niet uitgekozen voor iets dat je graag wilt.’’
Ondanks de teleurstelling ging ze na haar eindexamen bestuurskunde studeren
in Leiden. ,,Ik ben echter wel doorgegaan met lijnen en uiteindelijk
doorgeschoten. Ik ging door met sporten, fietste naar Leiden op en neer,
gooide het brood dat ik meenam in de prullenbak en gaf soms over. Totdat ik
bloed begon op te geven en ik daar maar mee gestopt ben.’’ In oktober van
dat jaar werd haar op de sportschool te verstaan gegeven dat ze niet meer
mocht komen. ,,Ze waren bang dat ik een hartaanval zou krijgen. Ik durfde
in die tijd niet meer te eten en was gelukkig als er een kilo af was. Ik
had altijd veel vrienden, maar vanaf oktober wilde ik nog maar weinig
mensen zien. Ik had altijd koud en geen enkel gevoel meer. Als je zo licht
wordt daalt ook je concentratievermogen. Ik haalde nog wel aardige cijfers
maar ik zat thuis ook altijd op mijn kamer te leren.’’ Ze was door haar
ouders wel naar een gespreksgroep over eetproblemen gestuurd, maar
eigenlijk leerde ze daar nog meer trucjes om dunner te worden. ,,Op een
koude ochtend in januari heeft mijn vader me gedwongen op de weegschaal te
gaan staan. Tot de schrik van mijn ouders bleek ik dertig kilo, tien kilo
lichter dan ik altijd verteld had. Ik kon me niet meer wassen en aankleden
en sleepte mezelf voort. Die periode is ook heel wazig.’’ De
ziekenhuisopname die volgde ervoer Ketel best als een opluchting. ,,Ik liep
letterlijk op mijn botten en zag in dat ik het zo niet meer redde.’’ Met
sondevoeding werd geprobeerd haar weer wat aan te laten komen. Hierna
belandde ze in een kliniek waar ze gedwongen werd weer gewoon te gaan eten.
,,Daar krijg je eetschema’s met wat en wanneer je moet eten en heb je als
patiënt niks te vertellen. Bij sommige gespreksgroepen zaten ook mensen die
nog wachtten op een plaats in de kliniek. Ik was jaloers op hen omdat ik me
verrot moest vreten en zij niet. Ik kan bijvoorbeeld geen chocolademelk
meer zien omdat ik dat vijf keer per dag moest drinken vanwege de
calorieën.’’ Na drie maanden stuurde de kliniek haar weg omdat ze nog
onvoldoende was aangekomen. Thuis kreeg ze toen pakjes drinkvoeding in een
poging haar gewicht op peil te houden. ,,Gewoon eten ging nog helemaal niet
en met die drinkvoeding hoefde ik verder niet te eten. Maar ik vond het
vies, werd er winderig van en het viel heel zwaar op de maag.’’ Weer
volgden allerlei trucs om de pakjes leeg te krijgen zonder het zelf te
hoeven drinken. In januari 1998 was een nieuwe ziekenhuisopname
noodzakelijk. Bij de tweede opname in de eetkliniek die daarna volgde
beseft Ketel dat ze van de anorexia af wilde. ,,Ik zag dat het leven van
mijn vrienden door was gegaan en dat wilde ik ook. Ik kreeg ook nog steeds
kaartjes van mensen. Volgens mij heeft behandeling ook pas zin als mensen
echt zelf willen. Welke behandeling ook wordt gekozen, volgens mij staat of
valt genezing met de motivatie van de patiënt.’’ Ketel werd ook bij haar
tweede opname in de kliniek weggestuurd omdat ze te weinig was aangekomen,
maar het ging vanaf die tijd wel langzaam beter met haar. Nadat ze nog een
tijdje drie dagen in de week naar de kliniek ging besloot ze in september
1999 in Wageningen te gaan studeren. ,,Mijn ouders hebben toen hun hart
vastgehouden. Ze waren erg bang dat ik weer terug zou vallen, maar ik wilde
mijn eigen toko runnen.’’ De eerste drie jaar van haar studie verliepen
zonder verdere problemen. Haar eetpatroon stabiliseerde langzaam. Eerst
kwam ze niet verder dan het eten van brood maar op een gegeven moment at ze
ook weer warme maaltijden. Toen ze een afstudeervak moest gaan doen wilde
ze met het onderwerp drinkvoeding aan de slag. ,, Ik wilde de rol van deze
voeding onderzoeken bij de behandeling van patiënten met Anorexia nervosa.
Ik vond het verschrikkelijk spul, heb er de planten mee water gegeven,
terwijl een pakje al gauw een gulden of vijf kost. Hoe ziek ik ook was, ik
besloot toen al daar ooit wat mee te gaan doen.’’
Over het onderwerp is nauwelijks literatuur verschenen. Dit komt ook omdat
de drinkvoeding niet is ontwikkeld voor anorexiepatiënten maar voor mensen
die zelf vanwege een aandoening niet kunnen slikken of kauwen. Ketel
ontdekte dat de behandelingen van het eetprobleem per kliniek verschilden.
,,In sommige klinieken beseffen behandelaars dat mensen niet alleen beter
kunnen worden met gewoon eten. In het begin kom je van alles aan, maar
later wordt dat moeilijker en kan drinkvoeding ter ondersteuning dienen. In
de kliniek waar ik zat werd het niet voorgeschreven omdat ze vonden dat je
alleen een normaal eetpatroon kreeg met normale middelen. Achteraf denk ik
dat ik misschien wel sneller beter was geworden als ik het wel had
gekregen.’’ Er bestaat drinkvoeding ter aanvulling op en ter vervanging van
maaltijden. Het ging Ketel bij het onderzoek vooral ook om de acceptatie
van de voeding door de patiënten. Ze vindt het belangrijk dat als je moet
gaan eten dat het eten dan ook lekker is. ,,Wat mensen dan eten
interesseert me niet. Maar drinkvoeding van Nutricia, het merk dat vooral
in klinieken wordt aangeboden, valt zwaar en veroorzaakt bij de
anorexiepatiënten braakneigingen en oprispingen. Veel patiënten vinden de
drinkvoeding ook wat chemisch smaken en slijmerig in de mond. Logisch dat
patiënten zich er tegen verzetten en bijvoorbeeld een teddybeer volspuiten
met het spul. Ik heb daarom ook behandelaars gevraagd het eens te
gebruiken, iets wat ze nog nooit hadden gedaan. Daarna begrepen ze dat het
niet aan de patiënt ligt maar aan het middel.’’
In Nederland zijn nog drie andere merken drinkvoeding verkrijgbaar. Ketel
werd voor haar onderzoek ondersteund door één van hen, het Amerikaanse
Abbott. ,,Ik heb contact gezocht met een firma omdat ik wilde dat er iets
met de resultaten van mijn onderzoek zou gebeuren. Ze hebben me geheel vrij
gelaten en mijn reiskosten en de drukkosten van enkele scripties vergoed.’’

Ketel vertelt dat er naast de fysieke ongemakken ook de kosten van voeding
een probleem zijn. De voeding wordt wel vergoed via de wet op de bijzondere
ziektekosten AWBZ als deze in een kliniek wordt verstrekt, maar niet als
mensen deze thuis gebruiken. ,,Terwijl het thuis ook hard nodig kan zijn.
Nu zijn behandelaars veel tijd kwijt met het overtuigen van verzekeraars om
het spul voor te schrijven. Probleem is echter dat er ook huisartsen zijn
die het voorschrijven aan te dikke mensen om hen te helpen met afvallen.
Dat is vervelend omdat ze zo een goede behandeling van anorexiepatiënten in
de weg staan. En ik vind het toch al zo zwak dat mensen pillen nodig hebben
om af te vallen.’’
Ketel beveelt in haar scriptie onder meer de fabrikanten aan om na te
denken over betere samenstellingen van het product. Verder hamert ze op
keuzevrijheid voor de patiënt. ,,Behandelingen moeten worden afgestemd op
de persoon. Kleine veranderingen kunnen bepalen of de weegschaal letterlijk
naar de goede kant gaat uitslaat. Patiënten zouden bijvoorbeeld dagelijks
zelf de soort en smaak van drinkvoeding moeten kunnen kiezen.’’
De inmiddels zevenentwintig jarige Ketel is ervan overtuigd dat iemand
zonder haar achtergrond dit onderzoek niet voor elkaar had gekregen.
,,Mensen werkten makkelijker mee omdat ik ervaringsdeskundige ben. Ik ga nu
verder met een afstudeervak over de rol van sociale netwerken in de
behandeling van eetstoornissen en vergelijk dat met andere verslavingen. Ik
heb al zoveel ingangen dat het zonde zou zijn niet met het onderwerp door
te gaan, ook al bestaat er het gevaar dat ik een stempel krijg.’’ Samen met
haar begeleidster dr Hesther Moerbeek werkt ze nog aan een artikel voor een
internationaal wetenschappelijk tijdschrift voor eetproblemen.
Zelf is ze nu naar eigen zeggen voor 98 procent genezen van anorexia.
Tijdens de interviews met patiënten besefte ze nog weer eens dat ze nooit
meer terug wil naar niet eten. ,,Ik eet nu wanneer ik trek heb en geniet
van eten. Voordat ik ziek werd at ik regelmatig patat maar dat hoef ik nu
niet meer. Soms eet ik net als iedereen een magnetronmaaltijd. Je moet me
hersenspoelen om de lijst met calorieën die alles bevat weg te krijgen,
maar ik word in mijn sociale leven niet meer beperkt door een eetprobleem.
Na mijn colloquium ben ik zelfs uit eten geweest om het te vieren. ’’ |
Yvonne de Hilster

Veel informatie over eetproblemen is te vinden op www.sabn.nl

Fotobijschrift:
Ingrid Ketel: ,, Kleine veranderingen kunnen bepalen of de weegschaal
letterlijk naar de goede kant gaat uitslaat’’ | Foto Guy Ackermans

Re:ageer