Wetenschap - 24 januari 2002

Erosiebestrijders gaan erosie bevorderen

Erosiebestrijders gaan erosie bevorderen

Erosiedeskundigen van Wageningen Universiteit houden zich voornamelijk bezig met het bestrijden van erosie in de tropen. Aio ir Michel Riksen van de leerstoelgroep Erosie en Bodem- en Waterconservering gebruikt nu de erosiebestrijdingstechnieken uit de tropen om erosie op gang te brengen in Nederlandse natuurontwikkelingsprojecten.

Nederlandse natuurorganisaties willen natuurlijke processen meer ruimte geven. Riksen doet nu sinds een jaar onderzoek bij de beek de Beerze onder Boxtel, de stroomgeul in de zandafgraving Kwintelooijen bij Veenendaal en de bekende zandverstuiving Kootwijkerzand op de Veluwe. Hiermee moet duidelijk worden welke technieken geschikt zijn om erosie te bevorderen. Zo kan zijn onderzoek bij Kootwijkerzand gebruikt worden bij de nieuwe zandverstuivingen die op verschillende plekken op de Veluwe worden ontwikkeld.

Dat is precies het tegenovergestelde van wat Riksen in Jamaica deed. Daar adviseerde hij boeren die op steile hellingen akkers hadden, om het water geleidelijk weg te laten stromen, en de wegenbouwers om rekening te houden met de afwatering via de boerenakkers. Bij zijn onderzoeksproject naar de stroomgeul in zandafgraving Kwintelooijen bij Veenendaal mag het water best van de weg afwateren in de geul. De beheerder van Kwintelooijen, het Recreatieschap Utrechtse Heuvelrug, wil in Kwintelooijen juist het natuurlijke proces van geulvorming weer meer ruimte geven.

Erosie lijkt een meerwaarde te betekenen voor de natuur, want uit ecologisch onderzoek dat Riksen samen met ir Klaas van Dort van Alterra deed, bleek dat zich op de eroderende geul veel zeldzame pionierplantensoorten vestigden. | M.W.

Re:ageer