Wetenschap - 1 januari 1970

Er is geen plaats meer voor u…

Voor medewerkers van stafafdelingen en het facilitair bedrijf wordt deze weken pijnlijk duidelijk wat het bezuinigingsplan Focus 2006 in de praktijk betekent. Een deel van hen is per 1 februari definitief herplaatsingskandidaat, zonder verzachtende voorvoegsels als ‘potentieel’ en ‘voorlopig’. En de achterblijvers moeten wennen aan nieuwe functies en taken. ‘Het voelt alsof er met je wordt gesold.’

‘Ik zit hier met een dubbel gevoel’, vertelt een medewerkster van het facilitair bedrijf. Het was toch wel een klap toen ze twee weken geleden de brief ontving met de boodschap dat er straks voor haar geen werk meer is. Ze wist dat het er aan zat te komen en was al aan het solliciteren. Maar toch.
‘Het voelt als een ontslagbrief. Gelukkig heb ik geweldige collega’s en kunnen we er ook grapjes over maken. En ik kan in werktijd zoeken naar andere banen.’ Maar de reacties op haar sollicitaties stemmen haar nog niet optimistisch. ‘Ik hoor van mensen die al werkloos zijn dat ze ordners vol sollicitatiebrieven hebben. Je moet geluk hebben, zeggen ze ook bij het outplacementbureau.’
Medewerkers van het Plantkundig Proefcentrum Wageningen (PPW) weten wat het betekent als er minder werk is. Ook daar moeten mensen definitief op zoek naar een andere baan. Eén van hen slaapt slecht en voelt zich gemanipuleerd. Een ander raakte overspannen in de onzekere periode dat hij nog ‘potentieel voorlopig herplaatsingskandidaat’ was. ‘Ik werk sinds 1971 bij de universiteit en heb overal gezeten. Maar afgelopen zomer is er iets geknapt. De hele onderste schaal, schaal vijf, wordt er bij ons uitgeflikkerd en ik zit bij dat handeltje.’
Toch wil hij bij Wageningen UR blijven. Hij werkt nu tijdelijk als hulpconciërge en heeft het erg naar zijn zin. ‘Het maakt me niet uit wat voor werk ik heb.’ Probleem is ook dat hij ergens anders waarschijnlijk minder zal verdienen. ‘Dan moet ik een andere broekriem gaan kopen.’

Bijstand
Bij de proefbedrijven van de Animal Sciences Group zijn het eveneens de medewerkers in de lagere salarisschalen die de klappen opvangen. Hoewel ze soms veel dienstjaren hebben, kunnen ze maar zeer beperkt aanspraak maken op wachtgeld omdat ze pas relatief korte tijd officieel onder Wageningen UR vallen. Daardoor lopen ze meer risico in de bijstand te belanden.
Bij PPW doen de collega’s in ieder geval hun best de herplaatsingskandidaten op te vangen, maar het is niet makkelijk. En de ‘gelukkigen’ zijn toch niet echt opgelucht dat ze kunnen blijven. Teamleider Gerard Derks vond de laatste twee en een half jaar ook niet de leukste uit zijn carrière. ‘Het zou voor iedereen gezond zijn als dit achter de rug is.’

‘Ik moet de komende tijd proberen mijzelf overbodig te maken’
Want hoewel ze voorlopig weer zeker zijn van hun baan, hebben ook de mensen die overblijven veel last van de reorganisatie. ‘Ik ga niet meer fluitend naar mijn werk’, vertelt Henk Veen van de afdeling ICT van het facilitair bedrijf. Door het niet verlengen van tijdelijke contracten en vervroegde uittreders kent dit onderdeel geen herplaatsingskandidaten. Maar voor Veen was het wel de derde reorganisatie in vijf jaar tijd. Eerst werkte hij bij een leerstoel, toen voor de kenniseenheid en nu, net als alle andere ICT-medewerkers, op centraal niveau. ‘Het voelt alsof er met je wordt gesold. Dit keer moest ik net als mijn collega’s solliciteren op een nieuwe functie, maar de keuze was beperkt. Uiteindelijk ga ik nu leiding geven aan werkplekondersteuners. Alleen zijn de werkzaamheden als technische innovatie en serverbeheer die mijn werk leuk maakten, uit mijn functie gehaald. Ik krijg nog wel hetzelfde salaris, maar heb een lagere functie. Daardoor voel je je toch minder gewaardeerd.’
Veen ziet op zich wel voordelen van standaardisering van de ICT. ‘Maar tegelijk wordt alles ook eenzijdiger, formeler, en met minder contact met de klant’.

Van hot naar her
Collega’s van Veen hebben ook het gevoel dat ze zich maar te schikken hebben. Zo werkte Ron Molenaar tot voor kort als systeembeheerder in de Leeuwenborch, waar hij een leuk contact had met de medewerkers en studenten. Nu zit hij centraal op de het Computechnion. ‘Ik vind het gek dat je zomaar van je werkplek geplukt kunt worden. Het beheer van de pc’s zou op afstand moeten kunnen, maar wat ik zo leuk vond aan het werk was er even naar toe lopen en het ter plekke oplossen.’
Aan het werk van Rien van Lieburg is door de reorganisatie niets veranderd, maar hij doet nog steeds ander werk dan op papier staat. Graag had hij ook de bijbehorende status gehad. ‘Nu loop ik de kans weer als werkplekondersteuner aan het werk te moeten, terwijl die functie is uitgekleed en ik geen zin meer heb om van hot naar her gestuurd te kunnen worden.’
Centralisatie heeft ook gevolgen voor de groep Vormgeving van Alterra. Die verhuist net als de voorlichters naar de nieuw te vormen afdeling Communicatie service. Hoewel ze in zijn geheel overgaan, verandert er voor de groep wel het een en ander. ‘Wij zijn een zelfstandige kostenplaats en bijna al het vormgevingswerk van Alterra gebeurt bij ons. Dat is ook makkelijk voor de onderzoekers, want we zitten in hetzelfde gebouw. Maar die korte lijnen verdwijnen straks, en dat maakt het zowel voor ons als voor de onderzoekers lastiger. Daar zit dus een risico in’, zegt Martin Jansen.
Bij het bureau van de kenniseenheid Maatschappijwetenschappen stapelen de facturen zich ondertussen op. De financiële afdeling moest een halve arbeidsplaats inleveren; een ander financieel administratiesysteem moest werk gaan besparen, maar doet dat nog niet. De betreffende medewerkster heeft inmiddels een andere baan gevonden.
Frans van de Goot: ‘Effectiever werken kan hier niet. We hebben veel kleinschalige projecten, en soms staan er buitenlandse gasten op het bureau die rechtstreeks van het vliegveld komen en een kasbetaling nodig hebben. We kunnen niet minder service verlenen, dat levert alleen maar meer vragen en dus werk op. En het is minder leuk. Maar we proberen er het beste van te maken.’

Flexibel
Emil El Gharraf vraagt zich ook af hoe zijn collega’s het op gaan lossen als hij weg is. De medewerker inkoop en reizen van Alterra komt om in het werk, maar is desondanks definitief herplaatsingskandidaat. ‘Ik moet de komende maanden proberen mijzelf overbodig te maken.’
Toch is hij niet ongelukkig met zijn situatie. ‘Ik denk dat het na vier jaar ook wel weer leuk is wat anders te gaan doen. Als er niet was gereorganiseerd was ik misschien wel zelf doorgestroomd.’ Hij maakt zich geen zorgen of hij wel een andere baan vindt. ‘En ik kan ook weer gaan reizen.’
Bij het facilitair bedrijf voelt Karin Jorna zich zo langzamerhand een beetje een geluksvogel. Ze werkt nog niet zo lang op de afdeling inkoop, nadat ze eerder op diverse plaatsen marketingprojecten deed. ‘Ik wist niet of ik mijn werk nog leuk zou blijven vinden dus ik ben intern op zoek gegaan naar wat anders.’ Met hulp van een mobiliteitsbureau kwam ze bij inkoop terecht. ‘Ik heb het gevoel dat ik voor de reorganisatie ben uitgegaan. Maar als ik had gezegd dat ik alleen maar in de marketing wilde werken, was het ook niks geworden denk ik. Ik denk dat een flexibele opstelling wel helpt bij het vinden van ander werk.’

Yvonne de Hilster

Re:ageer