Wetenschap - 1 januari 1970

Entransfood brengt Brussel duidelijkheid over genetische modificatie

Entransfood brengt Brussel duidelijkheid over genetische modificatie

Entransfood brengt Brussel duidelijkheid over genetische modificatie


Het Europese miljoenenproject Entransfood zit er bijna op, en coördinator
dr Harry Kuiper van onderzoeksinstituut Rikilt is tevreden. En bescheiden.
,,Mij hoor je niet zeggen dat dit rapport alle bezwaren tegen genetisch
gemodificeerde organismen wegneemt. Maar ik hoop wel dat het de
gentechnologie in de voedselproductie geloofwaardiger heeft gemaakt.’’

Het rapport van het Europese project Entransfood verschijnt in september.
Het is bedoeld voor decision makers binnen bedrijven, de overheid of
maatschappelijke organisaties die te maken hebben met genetisch veranderde
gewassen. Meer dan zestig experts uit wetenschap, bedrijfsleven, milieu- en
consumentenorganisaties hebben geprobeerd een aantal maatschappelijke
vragen over gemodificeerde organismen te beantwoorden die opspelen bij de
acceptatie of de verwerping van gentechnologie in de voeding. Daarvoor
raadpleegden ze literatuur of deden ze zelf onderzoek.
Een conclusie van Entransfood is dat er nieuwe testmethoden moeten komen
voor de complexere gengewassen met complete cassettes met nieuwe genen die
straks op de velden zullen staan. Voor die genetische ingrepen is de kans
op onbedoelde effecten groter dan bij de huidige generatie gengewassen.
,,Begrijp me goed, onze testmethoden zijn prima’’, haast Kuiper zich te
zeggen. ,,Daarover durf ik met Greenpeace elke discussie aan. Maar er is
ruimte voor verbetering.’’
Met de huidige methoden kijken onderzoekers naar de veranderde
concentraties van afzonderlijke stoffen in de plant. Wijken die te veel af
van wat in normale planten gebruikelijk is, dan is er misschien sprake van
een onbedoeld effect. Het nadeel van die benadering is dat onderzoekers
alleen kunnen kijken naar bekende stoffen waarvoor detectiemethoden
bestaan.
Entransfood heeft alternatieve onderzoekstechnieken ontwikkeld: de
profileringstechnieken. Daarbij vergelijken onderzoekers genplanten met
traditionele planten via technieken als DNA-chips, NMR- en
massaspectrometrie, die ook stoffen aantonen die niet bij de onderzoekers
bekend zijn. Vinden de onderzoekers afwijkingen, dan kunnen ze op zoek gaan
naar mogelijke consequenties voor de voedselveiligheid.
,,Voordat laboratoria op routinebasis profileringstechnieken kunnen
ontwikkelen zijn er jaren voorbij’’, zegt Kuiper. ,,Het probleem is dat we
nog weinig idee hebben van de natuurlijke variaties in de samenstelling van
planten. Zonder die kennis hebben we weinig aan profileringstechnieken.’’
Het thema ligt gevoelig bij sommige bedrijven. Die zijn bang dat de
overheid zal eisen dat genplanten pas op de mark mogen komen als ze gekeurd
zijn met deze technieken, en dat hun programma’s daardoor vertraging
oplopen. Voorlopig is de klassieke analyse daarom de aangewezen techniek om
onbedoelde effecten in genplanten op te sporen, aldus Kuiper.
Entransfood heeft zich ook gebogen over het gebruik van merkergenen, die
genplanten resistent maken voor antibiotica. Als onderzoekers nieuwe genen
in planten brengen, bouwen ze die antibioticaresistentie vaak erbij in,
zodat ze snel kunnen zien of de planten de nieuwe genen hebben
geabsorbeerd. Ze hoeven de genplanten alleen maar bloot te stellen aan
antibiotica. Blijft de plant in leven, dan is de ingreep geslaagd.
Artsen vrezen echter dat die resistentiegenen overspringen naar
ziektekiemen. Ze zouden bijvoorbeeld in het maagdarmkanaal terecht kunnen
komen in schadelijke bacteriën. Zo zou een nieuwe generatie superbugs
kunnen ontstaan, die door het overnemen van de genen niet meer reageert op
antibiotica. Omdat te voorkomen denkt Brussel erover om in 2005 merkergenen
te verbieden.
Entransfood concludeerde echter dat een totaalverbod niet nodig is. De kans
op het weglekken van genen is klein, en sommige resistentiegenen komen in
de natuur al veel voor. Daarbij zitten resistenties tegen antibiotica die
artsen en veeartsen niet meer gebruiken, zoals kanamycine en hygromycine –
en die categorie resistentiegenen hoeft wat Entransfood betreft niet op de
zwarte lijst.
Ten slotte keek Entransfood naar de mogelijkheid om voedingsmiddelen met
gemodificeerde bestanddelen, nadat ze op de markt zijn gekomen, te
monitoren op mogelijke onverwachte schadelijke effecten. Bij bulkproducten
is dat onmogelijk, luidde de conclusie.
,,Neem nou gemodificeerde soja’’, zegt Kuiper. ,,Dat vind je overal. Het
zit zelfs in tandpasta. Als een product zoveel toepassingen heeft, kun je
van een bedrijf niet verwachten dat het de effecten bijhoudt.’’ Alleen bij
producten waarvan de consumptie zich goed laat volgen, en bovendien een
voedings- of gezondheidsclaim hebben, lijkt monitoring haalbaar.’’ Het
accent van de keuring van gentechvoedsel moet liggen op het moment dat de
producten nog niet op de markt zijn, vindt Entransfood.

Geslaagd

Entransfood is geslaagd en Brussel mag in zijn handjes knijpen met het
eindresultaat, vindt Kuiper. ,,Het was high value for low money, vind ik
persoonlijk. Voor de deelnemers was dit werk in de weekeinden. Brussel
heeft hun reis- en verblijfskosten vergoed, maar niet de inspanning die ze
hebben geleverd. En die, kan ik uit ervaring vertellen, was aanzienlijk.’’
De sessies waren slopend, vonden alle deelnemers. ,,We zaten om de tafel
met mensen van zeer verschillende pluimage. Je had niet alleen onderzoekers
uit laboratoria, maar ook mensen van veredelingsbedrijven,
supermarktketens, voedingsconcerns, consumentenorganisaties,
sociaalwetenschappers. Dat maakte Entransfood de moeite waard, maar ook
zwaar.’’
Brussel is tevreden over wat het twaalf miljoen euro kostende project heeft
opgeleverd en overweegt Entransfood uit te bouwen tot een permanent
platform voor agrobiotechnologie. |

Willem Koert

Meer informatie over Entransfood staat op www.entransfood.com.

Re:ageer