Organisatie - 10 mei 2007

Enge beestjes

Voor echt enge beesten moet je in de tropen zijn. Daar hebben de dorpelingen last van menseneters zoals leeuwen en tijgers en soms van een dolle olifant. Je moet er uitkijken voor zwarte mamba’s en ratelslangen, om maar te zwijgen van haaien, piranha’s, giftige schorpioenen en ander lopend, kruipend, zwemmend en vliegend ongedierte.
Wat enge beesten betreft is Nederland eigenlijk een achtergebleven gebied. Eens in de zoveel tijd valt een leeuw zijn bewaker of een dompteur aan of bijt een doorgefokte hond zijn baasje dood. Echte griezelige beesten hebben we, op de mens zelf na, niet. De adder is schuw, de vos doet alleen de kip kwaad, de kat is alleen voor de vogeltjes niet voor de poes en de wolf kijkt wel uit om naar Nederland te emigreren.
Maar gelukkig gaat het de laatste tijd toch goed met de enge beestjes in Nederland. De eikenprocessierups is voor onze wielrenners gevaarlijker dan de rotonde en ook wandelaars doen er verstandig aan de waarschuwingen voor deze griezels niet in de wind te slaan.
Dankzij Wageningen hebben we er nog weer een eng beestje bij: de teek. De teek is het gevaarlijkste dier van de lage landen. De helft van onze teken is besmet en kan de ziekte van Lyme overbrengen. In het afgelopen jaar zijn maar liefst 1861 argeloze bos- en weidebezoekers door teken gebeten. Maar we kunnen ons wapenen tegen de teek. Een tekentang in de keukenla is de beste Wageningse beleidsaanbeveling van de laatste tijd.

Re:ageer