Wetenschap - 1 januari 1970

Energiezuinige tomaten

Energiezuinige tomaten

Energiezuinige tomaten

In Wb van 3 maart werd een onderzoeksproject aangekondigd over het kweken van rassen van tuinbouwgewassen die energiezuiniger geteeld kunnen worden. Door het bedrijfsleven is hiervoor het respectabele bedrag van tien miljoen gulden beschikbaar gesteld. Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met verschillende universiteiten. De universiteit van Groningen, een van de participanten, zou al een tomaat ontwikkeld hebben die bij lage temperatuur beter groeit. In Wb van 22 april staat een adhesiebetuiging van Gert Jan Jansen namens XOTUS, waarin hij betoogt dat XOTUS al meer dan tien jaar voor dit onderzoek pleit, dat hij daarvoor alle mogelijke instanties benaderd heeft, maar steeds nul op het rekest kreeg

Dit project en meer nog de reactie van XOTUSwege is voor mij de aanleiding om te reageren. De uitspraak dat onderzoekinstanties in het verleden niet aan dit probleem gewerkt zouden hebben is onjuist. Integendeel, reeds in de jaren zeventig werd op het toenmalige Instituut voor de Veredeling van Tuinbouwgewassen (IVT), inmiddels opgegaan in het CPRO, bij de tomaat begonnen met onderzoek naar de mogelijkheden om rassen te kweken met lagetemperatuurtolerantie. In de jaren tachtig kon dit onderzoek uitgebreid worden dankzij financiële steun van het ministerie van Landbouw, waar mede dankzij bijdragen van het bedrijfsleven een subsidiepot van dertig miljoen voor energieonderzoek beschikbaar was

Een deel van dit geld ging naar de proefstations en proeftuinen en andere instituten, waar het ondermeer werd aangewend voor onderzoek over de mogelijkheden om langs teelttechnische weg energie te besparen. En met veel succes

Daarnaast is een niet onbelangrijk deel van dit geld - ik schat een bedrag in dezelfde ordegrootte als het thans beschikbaar gestelde bedrag - gebruikt voor veredelingsonderzoek. Dit gebeurde deels in samenwerking met de Vrije Universiteit in Amsterdam en de universiteit in Groningen. Het onderzoek concentreerde zich op de tomaat, maar ook aan andere gewassen zoals de komkommer en de roos werd aandacht besteed. In deze periode waren er jaren dat bijna twintig procent van het totale onderzoekpotentieel van het IVT voor dit type onderzoek werd ingezet. De resultaten van dit onderzoek zijn in een groot aantal publicaties en rapporten vastgelegd

Bij tomaat is ondermeer gezocht naar fysiologische parameters die gerelateerd zouden zijn aan lagetemperatuurtolerantie. Daarnaast is uitgebreid groeianalyseonderzoek uitgevoerd met een standaardcollectie tomatenrassen bij een reeks teelttemperaturen. De hoop was gevestigd op het vinden van genotypen die het bij lage groeitemperaturen relatief beter zouden doen dan andere genotypen. Maar deze werden niet gevonden. De genotypen die het bij lage temperaturen het beste deden, waren ook bij hogere temperaturen de uitblinkers. En misschien is dit wel een gelukkige uitkomst. Immers onder de Nederlandse teeltomstandigheden worden de tomaten geteeld bij een zeer breed temperatuurtraject: van dezelfde tomatenplant die het in de winter goed moet doen, verwachten wij dat deze ook bij de vaak hoge temperaturen in de zomer in de kas nog maximaal presteert

Overigens moet men zich wel realiseren dat bij dit soort onderzoek de doorslaggevende parameter niet is de tolerantie voor lage temperaturen, maar de energie-efficiëntie van het genotype. Het streven moet erop gericht zijn genotypen te kweken die per geïnvesteerde eenheid energie het meeste presteren, dit wil zeggen de meeste kilo's tomaten geven. En dit doel zal waarschijnlijk alleen gerealiseerd worden bij voor de groei optimale temperaturen. Overigens dient gesteld te worden dat de praktische kweekbedrijven in het verleden, en nog, al zeer belangrijke bijdragen hebben geleverd door productievere rassen te kweken, dat betekent rassen met een hogere energie-efficiëntie. Per kubieke meter verbruikt gas werd in 1970 0,3 kilo tomaat geproduceerd en in 1990 0,7 kilo

Deze spectaculaire verhoging van het gasrendement was deels te danken aan zuiniger teelttechnieken, maar ook voor een groot deel aan productievere rassen. Bij nieuw op te zetten energieonderzoek verdient het overweging te beginnen met een onderzoek op plantniveau met een serie oude en nieuwe tomatenrassen om eerst een goed te analyseren welke groeicomponenten hiertoe hebben bijgedragen en deze daarna mogelijk fundamenteler uit te diepen en vervolgens deze kennis weer op plantniveau te implementeren. Veel succes met dit hoogst nuttige onderzoek! Een goed doordachte start en nauwe samenwerking ook met het bedrijfsleven zijn essentiële voorwaarden om dit project tot een goed einde te brengen. Of het gefourneerde bedrag hiervoor voldoende is, zal nog moeten blijken

Re:ageer