Wetenschap - 2 september 2010

Energiegewas in Noord-Nederland loont niet

De productie van ethanol uit suikerbieten en de grassoort Miscanthus in Noord-Nederland is momenteel niet concurrerend met benzine uit olie. Alleen bij hoge energieprijzen en op marginale grond is het energiegewas hier lonend.

Op dit moment zijn de kosten voor teelt, oogst, transport en verwerking van de energiegewassen gemiddeld twee keer zo hoog als de productiekosten van benzine. Dat concludeert promovendus Floor van der Hilst, die twee productieketens van ethanol in Noord-Nederland onderzocht, deze maand in het blad Agricultural Systems.
 
Kinderschoenen
‘Bij de huidige olieprijzen is de verbouw van energiegewassen in Noord-Nederland niet aantrekkelijk’, zegt Van der Hilst. ‘Maar als de olieprijs stijgt en de conversietechnieken beter worden, kan ethanol uit gewassen onder bepaalde voorwaarden competitief zijn.’ De grassoort Miscanthus is kansrijker als energiegewas dan suikerbiet, omdat je dit gewas na aanplant twintig jaar kunt oogsten met een simpel management, waardoor de kosten laag blijven. Daarnaast zijn de opbrengsten ook in minder gunstige omstandigheden relatief hoog. Bovendien staat de verwerkingstechniek van Miscanthus, waarbij cellulose wordt omgezet in ethanol, nog in de kinderschoenen met een rendement van 35 procent. Technologen denken dat dit rendement de komende jaren stijgt naar zo’n 50 procent. Als de olieprijs ook nog verdubbelt, is ethanol uit Miscanthus in Noord-Nederland wel competitief, verwacht Van der Hilst.
 
Lokaal
Er zijn eerder kostenberekeningen aan energiegewassen gedaan. ‘Maar wij hebben als eerste de lokale karakteristieken meegenomen: wat is het huidige landgebruik, de bodem en de regenval?’, verklaart Van der Hilst. ‘Daaruit blijkt dat energiegewassen in Noord-Nederland alleen lonend kunnen worden op marginale landbouwgrond. Dat komt omdat miscanthus minder eisen aan de bodem stelt dan voedselgewassen.’
Van der Hilst gebruikt de onderzoeksmethode ook om de mogelijkheden voor energiegewassen in Oekraïne en Mozambique te onderzoeken. ‘Nederland is een klein land met dure grond en arbeid. De potentie in die landen waar de prijzen lager zijn en gunstiger klimaat- en bodemcondities heersen, is veel hoger.’ Ze promoveert bij de Utrechtse hoogleraar Andre Faaij en Johan Sanders, hoogleraar Valorisatie van plantaardige productieketens in Wageningen.

Re:ageer