Wetenschap - 6 oktober 2017

Ene vleesvervanger is beter voor het milieu dan de andere

tekst:
Tessa Louwerens

Wageningse onderzoeker Klara van Mierlo onderzocht met behulp van een computermodel welke vleesvervanger de laagste milieu-impact heeft. Volgens haar model zijn veganistische vleesvervangers het meest veelbelovend.

©Shutterstock

Van Mierlo en haar collega’s van Operationele Research en Logistiek onderzochten met het model vier verschillende producten: vegetarische vleesvervangers, veganistische vleesvervangers, vleesvervangers met insecten en vleesvervangers zonder toevoegingen zoals vitamine B12 en zink.

‘We voerden de gegevens van verschillende ingrediënten in, zoals soja, lupine, meelwormen, eieren, vitaminen en water. De computer berekende vervolgens de beste samenstelling van de vleesvervanger, waarbij de voedingswaarde gelijkwaardig was aan vlees. Veganistische vleesvervangers hadden de laagste milieu-impact. Alleen bij het watergebruik waren de vleesvervangers gebaseerd op insecten zuiniger.

Milieu-impact
Bij de berekening van de milieu-impact werd rekening gehouden met het hele productieproces: van de verbouw tot en met het moment dat de vleesvervanger klaar was om te worden verpakt en naar de winkel te gaan. Van Mierlo vergeleek de uitkomst met de productiegegevens van kippenvlees en rundvlees : dit zijn de twee soorten vlees met respectievelijk de laagste en hoogste milieu-impact.

Ze keek onder andere naar het effect op klimaatverandering: dat wil zeggen hoeveel broeikasgassen vrijkomen bij de productie van een kilo product.  Daarnaast keek ze hoeveel land en water nodig is voor de productie en hoeveel fossiele brandstoffen, zoals steenkool, aardolie en aardgas. Verzuring en vermesting zijn niet meegenomen in het model. Van Mierlo: ‘Deze zijn zeker niet onbelangrijk, maar omdat ze vooral een lokaal effect hebben en wij juist een globaal model wilden maken, hebben we deze niet meegenomen.’

Zelfde voedingswaarde
In het model is gekozen voor vleesvervangers die qua voedingswaarde gelijkwaardig zijn aan vlees . Van Mierlo: ‘Dan hoef je geen aanpassingen te maken aan je dieet, om te compenseren voor voedingsstoffen die je anders via vlees binnen zou krijgen. Dit maakt de overstap voor de consument gemakkelijker.’ Van Mierlo ging er bij de berekeningen vanuit dat de ingrediënten in Nederland werden verwerkt, maar het model is ook te gebruiken in andere landen.

Lees ook eens:


Re:ageer