Organisatie - 30 november 2006

En wie bellen ze dan?

‘Zijn het mannetjesmummies?’, vraagt Rudy Rabbinge.
De Wageningse supersenator gebaart me dat ik kan blijven zitten, en het telefoongesprek zo is afgelopen. Hij draait zich om en loopt al sprekend naar de hoek van zijn werkvertrek. Ik klaag niet. Ik ben allang blij dat Rabbinge bereid is mij te ontvangen. Ondertussen kijk ik naar de foto’s aan de muur.
Rabbinge en Nelson Mandela.
Rudy Rabbinge en de paus.
‘Wassen op veertig graden’, zegt Rabbinge. ‘Niet in de centrifuge. Daar kunnen ze niet tegen.’
De senator breekt het gesprek af en zet zich weer achter zijn bureau. ‘Alexandria Library Egypt’, verontschuldigt hij zich. ‘Ik zit in het bestuur. Ze hadden een probleempje, en dan bellen ze mij. Maar zoals ik gisteren nog zei tegen Kofi Anan, het gaat goed in Wageningen. Het gaat nergens zo goed als in Wageningen. Wageningen is de toekomst, en de toekomst is Wageningen. Ik kan zo verschrikkelijk boos worden door…’
Wederom rinkelt Rabbinges mobiel.
‘Pardon’, verontschuldigt de parlementariër zich. Automatisch wend ik mijn blik weer naar de muur.
Rabbinge en Tony Blair.
Rabbinge en Bill Clinton.
‘Kunnen de mensen in het dorp de aardappels horen gillen?’, vraagt Rabbinge.
Rabbinge en de Rolling Stones.
‘Dan zou ik gewoon doorgaan’, zegt Rabbinge. ‘Maar vertel het wel aan de jongens van Plant Research International.’
Nogmaals neemt Rabbinge plaats. ‘Het gentech-platform van Avebe’, zegt hij. ‘Zit ik ook in. Er was weer wat op de zetmeeldivisie. En wie bellen ze dan?’
‘Rudy Rabbinge’, wil ik zeggen.
Maar Rabbinges mobiel is me voor.
Rudy Rabbinge en Bill Gates.
Rabbinge en Moeder Teresa.

Re:ageer