Wetenschap - 1 januari 1970

En de winnaar is… Coca Cola

Fabrikanten van frisdrank, koekjes, toetjes en snoep lachen in hun vuistje. Zij krijgen straks goedkopere suiker als grondstof en zijn de winnaars van het spel om de hervorming van de Europese suikermarkt. Bietentelers in Europa, maar ook de suikerriettelers in een groot aantal ontwikkelingslanden zijn de dupe van de hervorming. En het is bovendien zeer de vraag of de voorgestelde veranderingen leiden tot minder overproductie in Europa.

Vorige week werd het voorstel van de Europese Commissie voor de hervorming van de Europese suikermarkt bekendgemaakt, waarover de landbouwministers van de lidstaten in november beslissen. De torenhoge subsidies gaan omlaag. Nu krijgt een suikerbietenteler nog een garantieprijs van de EU voor zijn suiker die drie keer zo hoog is als de wereldmarktprijs. Die prijs gaat de komende jaren in stappen omlaag met 39%, te beginnen bij de oogst van 2006. Telers worden voor 60% gecompenseerd voor het verlies van garantieprijs in de vorm van een directe inkomenssteun.

Valse concurrentie
Goed nieuws voor de producenten in ontwikkelingslanden, die nu een eerlijker toegang tot de Europese markt krijgen, zou je denken. Maar dat is maar ten dele waar. Voor grote suikerproducenten als Brazilië en Thailand is het inderdaad goed nieuws. Samen met Australië klaagden zij met succes de EU aan bij de wereldhandelsorganisatie WTO wegens oneerlijke concurrentie. Maar erg arm zijn de suikerproducenten in die landen niet.
De hervorming komt hard aan in gebieden waar de suikerboeren wel arm zijn, in de voormalige koloniën in Afrika, Cariben en Pacific die nu de ACP-landen worden genoemd. Want twintig van deze landen mogen nu nog suiker afzetten op de Europese markt voor dezelfde garantieprijs als de Europese boeren. Wordt die prijs lager, dan zal de Europese afzetmarkt voor veel kleine suikerboeren verloren gaan. De hoge transportkosten plus de relatief hoge productiekosten kunnen dan niet meer worden terugverdiend.
Voor een aantal ontwikkelingslanden is de EU de belangrijkste markt voor hun suiker. Op andere exportmarkten kunnen zij niet concurreren . Verzet tegen het EU-voorstel komt dan ook van een onwaarschijnlijke coalitie: de LTO werkt namens de Nederlandse suikerboeren samen met Novib die namens de arme boeren in ontwikkelingslanden het voorstel bekritiseert. Zij bepleiten een eigen voorstel, waarin de productie meer beperkt wordt door quota maar de prijs niet omlaag gaat. Dumping van overschotten op de wereldmarkt wordt daardoor beperkt.
Dr Siemen van Berkum van het LEI schreef het afgelopen jaar een aantal rapporten over de gevolgen van de hervorming voor het ministerie van LNV. Hij vraagt zich af of het EU-voorstel wel tot voldoende beperking van de productie gaat leiden. De EU voert nu nog suiker uit de ACP-landen in, betaalt de landen de Europese garantieprijs en verkoopt dezelfde suiker in geraffineerde vorm op de wereldmarkt. Het verschil tussen de garantieprijs en de wereldmarktprijs legt de EU er via een exportsubsidie bij. Deze handel van anderhalf miljoen ton per jaar, feitelijk ontwikkelingshulp, mag niet meer van de WTO.
Er is nog een klacht, legt Van Berkum uit. Naast gesubsidieerde suiker produceren Europese boeren ook niet-gesubsidieerde suiker, waarvan de productieomvang niet geregeld is met quota. Maar omdat boeren voor de wel gequoteerde suiker wel subsidie krijgen, kunnen ze ook de niet gequoteerde suiker goedkoper produceren. Die ‘kruissubsidie’ mag niet meer van de WTO.

Opkoopregeling
Europese boeren produceren gemiddeld zo’n 2 tot 2,5 miljoen ton niet gesubsidieerde suiker. Samen met de ACP-suiker zou er een overschot van vier miljoen ton komen. Om dat in overeenstemming te brengen met de consumptie in Europa, iets meer dan 16 miljoen ton suiker, moet de productie met vijf miljoen ton omlaag. Door de lagere prijs zúllen veel boeren er ook mee stoppen.

‘Consumenten zullen waarschijnlijk weinig merken van de suikerhervorming’
Van Berkum: ‘Anders dan in het voorstel van de Commissie van vorig jaar komt er geen verplichte quotumreductie, maar stelt de Commissie een vrijwillige opkoopregeling voor. Boeren en bietenverwerkers die willen stoppen krijgen een vergoeding voor het quotum dat ze inleveren aan Brussel. Maar het is de vraag of dat tot minder productie leidt en het marktevenwicht herstelt.’
Intussen klagen Nederlandse suikerbietenboeren steen en been. En met reden, zegt ir. Cees de Bont van het LEI, die de gevolgen van de hervorming voor de Nederlandse sector onderzocht. De suikerteelt is de kurk waar de Nederlandse akkerbouw op drijft. Bijna elke akkerbouwer heeft suikerbieten en ‘teelt zijn quotum vol’. Waar andere gewassen onzekere prijzen hebben, bood de suikerbiet altijd zekerheid door de garantieprijs. Alternatieven voor de suikerbiet zijn er nauwelijks, zegt De Bont. Ook de verwerkers van suikerbieten zullen lijden onder de hervorming, want zij krijgen minder werk.
De grote winnaar van het spel is de industrie die suiker als grondstof heeft, zegt Van Berkum. Deze ‘gebruikers’ van suiker, de producenten van frisdrank, koekjes, chocola en snoep, zullen hun suiker goedkoper kunnen kopen. Van Berkum betwijfelt of die producten dan ook goedkoper worden voor de consument. ‘Dat is zeer de vraag. De kosten van suiker in die producten is maar gering vergeleken met de totale prijs van het product. 85 procent van onze suikerconsumptie vindt plaats via allerlei verwerkte producten en de rest in de vorm van witte suiker. Consumenten zullen waarschijnlijk weinig merken van de hervorming.’

Sanering
En ook als belastingbetaler heeft de burger weinig te winnen bij de hervorming. De miljarden euro’s die nu besteed worden aan de hoge garantieprijs, worden straks uitgegeven in de vorm van een directe inkomenssteun aan de boeren. Ook wordt er geld besteed aan sanering van de sector. Suikerbietenfabrieken die hun deuren sluiten krijgen een opkoopregeling.
Winnaar zijn ook de exporterende landen met lage kosten, die bij de WTO hun gelijk hebben gehaald: Thailand, Brazilië en Australië. ‘Maar dat zijn niet de kleine arme producenten’, zegt dr Niek Koning schamper. Koning is voorstander van het voorstel van Novib om de productie in Europa te beperken door minder quota uit te geven en de prijzen niet zo veel te laten dalen.
‘Ook geen oplossing’, reageert dr Alison Burrell, collega van Koning bij de leerstoelgroep Algemene economie en plattelandsbeleid. ‘De EU moet zich houden aan de recente uitspraak van de WTO tegen exportsubsidies voor suiker. En met een hogere prijs is meer import vanuit zogenaamde EBA-landen te verwachten.’ Dat zijn heel arme landen die ‘Everything But Arms’ mogen exporteren naar de EU zonder tarieven te betalen. Dat zou, zegt Burrell, een dramatische krimp van de suikerindustrie in de EU betekenen, wat volgens haar economisch ongewenst en politiek niet haalbaar is.
Burrell is wel te spreken over de hervorming maar vindt dat die veel eerder zou moeten zijn gekomen. Het suikerregime heeft volgens haar de arme ACP-landen alleen maar aangemoedigd om suiker te produceren en dat te verkopen aan Europa, terwijl deze landen hun suiker op geen enkele competitieve markt kwijt kunnen. Daardoor zijn ze afhankelijk van de preferenties gemaakt en gehouden, wat ze kwetsbaar maakt. ‘Hetzelfde EU-geld zou gebruikt moeten worden om deze economieën te diversificeren. Dat zou een veel betere kans bieden op ontwikkeling. De EU moet haar morele verantwoordelijkheid volledig accepteren om de ACP-landen te ondersteunen in het hervormen van hun economie.’

Joris Tielens, foto Guy Ackermans

Re:ageer