Wetenschap - 1 januari 1970

Emulsies maken met membraan wekt interesse bedrijven

Emulsies maken met membraan wekt interesse bedrijven

Emulsies maken met membraan wekt interesse bedrijven


Een Wageningse promovenda heeft een rekenmethode ontwikkeld die aangeeft
hoe snel emulsies ontstaan als hiervoor een membraan wordt gebruikt. Hoewel
fabrikanten nog geen membranen gebruiken om emulsies te maken, heeft een
aantal levensmiddelen- en chemiebedrijven al interesse getoond voor het
proefschrift van dr Anneke Gijsbertsen-Abrahamse.

Emulsies bestaan uit vloeistoffen die niet met elkaar mengen. De ene
vloeistof zweeft in de vorm van talloze kleine druppeltjes in de andere
vloeistof. Mayonaise en margarine zijn voorbeelden van emulsies.
Fabrikanten maken ze meestal door de componenten te mixen met hoge
snelheid.
Eind jaren tachtig ontdekten Japanse technologen een ander proces: ze
persten de ene vloeistof door een membraan in de andere vloeistof. Zo
ontstonden de gewenste druppeltjes aan de uiteinden van de poriën van het
membraan.
Gijsbertsen onderzocht het Japanse proces, en keek daarbij onder meer naar
de snelheid waarmee de druppeltjes uit het membraan in de vloeistof kwamen.
Ze ontdekte het verband tussen de druk, waarmee de fabrikant de vloeistof
door het membraan perst, en de snelheid waarmee de druppeltjes in de andere
vloeistof komen.
In hoeverre de membraantechniek zal aanslaan durft Gijsbertsen niet te
zeggen. ,,Membranen zijn duur’’, zegt ze. ,,Maar het proces kost minder
energie, en voor ingrediënten die niet goed bestand zijn tegen het mixen is
het een uitkomst.’’ | W.K.

Anneke Gijsbertsen-Abrahamse promoveerde op 4 juni bij prof. Remko Boom,
hoogleraar levensmiddelenproceskunde

Re:ageer