Wetenschap - 1 januari 1970

Emancipatie is diversiteit omarmen

Emancipatie is diversiteit omarmen


'De universiteit mist een enorm potentieel aan jonge, frisse ideeën'

Alle medewerkers van Wageningen UR ontvangen binnenkort een exemplaar van
het boek 'Vrouwen, Wageningen en de Wereld'. Geschiedkundige dr Margreet
van der Burg van de leerstoelgroep Agrarische geschiedenis en
loopbaandeskundige dr Marian Bos-Boers van KLV beschrijven hierin, samen
met een dertigtal 'Wageningse' vrouwen, de geschiedenis van Wageningse
studentes, vrouwelijke ingenieurs en vrouwelijke wetenschappers. Over een
boek dat volgens de auteurs een voorbeeld is van geëmancipeerd
onderzoeksmanagement en een stimulans voor universitair management.
Emancipatie als een pleidooi voor diversiteit, vernieuwing en verjonging.

Het gaat nog steeds niet goed met het aantal vrouwen in hogere posities bij
Wageningen UR, maar het lijkt beter te gaan. Het aantal hoogleraren is
ongeveer tien procent, het aantal studenten is vijftig procent.

Van der Burg: ,,Het westen van Europa scoort laag en daarin is Nederland
een van de landen die enorm laag scoren. Wageningen loopt iets achter bij
de algemene universiteiten in Nederland. Alleen de technische
universiteiten en het bedrijfsleven scoren lager.''
Bos-Boers: “De tien procent hoogleraren is geflatteerd; daar zitten veel
bijzondere hoogleraren bij. Meer tekenend is de vijf procent die
universitair hoofddocenten zijn. Dat moet de voorhoede zijn voor de
hoogleraren.''

Hoe komt dat?

Van der Burg: ,,Ondanks dat iedereen het politiek correct vindt dat vrouwen
gelijke kansen hebben, gebeurt het ongemerkt dat vrouwen bij sollicitaties
afvallen. Het is voor mannen heel moeilijk rationeel te begrijpen als een
vrouw bij gelijke competentie voorrang krijgt. Zij voelen het als
onrechtvaardig als er uit de vijver met meer mannen wordt gekozen voor een
vrouw.''
Bos-Boers: ,,We zitten bovendien al lang in een bezuinigingssituatie. Die
maakt dat er weinig doorstroming is. Je kijkt al snel naar wie er is
weggevallen, en dat is vaak een type mannelijke wetenschapper die als
voorbeeld dient bij de nieuwe invulling van dezelfde functie.''

Wat heeft dat voor gevolgen voor vrouwen?

Van der Burg: ,,Vrouwen voelen zich vaak niet tot hun recht komen op het
werk; ze voelen dat ze niet ‘zichzelf’ kunnen zijn op hun werk. Uit
onderzoek is bekend dat vrouwen beter functioneren als de verdeling beter
is. Dat hoeft niet eens per se fifty-fifty te zijn, dertig of veertig
procent vrouwen helpt al.''

Wat hebben vrouwen aan het boek?

Van der Burg: ,,In de eerste plaats geeft het boek inzicht in de actuele
situatie. Het laat zien dat er in de afgelopen twintig jaar veel geprobeerd
is, maar dat dit tot onvoldoende resultaat heeft geleid. Aan de andere kant
geeft het boek historisch besef, het laat zien wat vrouwen hebben
gepresteerd, welke keuzes zij hebben gemaakt, welke netwerken ter
ondersteuning zij hebben opgebouwd, dus hoe zij hun ‘geleerde’ levens
hebben vormgegeven. Wat ik over de periode voor de Tweede Wereldoorlog
opmerkelijk vond, is dat er vele assistenten waren waarvan we het bestaan
niet wisten. Die worden nergens genoemd. Ze zijn vaak wel gepromoveerd, en
ze hebben veel gepubliceerd, maar in de geschiedenis van Wageningen waren
ze tot nu toe onzichtbaar.''
Bos-Boers: ,,De eerste jaren na de oorlog zie je dat meisjes vaak alleen
werden gedoogd door hoogleraren. Er werd bijvoorbeeld gezegd 'je kunt toch
beter een andere studie doen dan bodemkunde'. In minder ‘mannelijke’
richtingen werden meisjes vaak wel gedoogd; zouden zij niet meteen gaan
werken, dan diende de studie minstens als een soort levensverzekering: 'je
kon altijd nog het onderwijs in'. Dat was maatschappelijk geaccepteerd en
goed in deeltijd te doen. Dat dubbele loopbaanperspectief is lange tijd
typisch geweest. Vrouwen willen goed zijn in de wetenschap én een gezin met
kinderen, en dat geeft beperkingen. De jongste generatie ziet die beperking
niet. Die gaat gewoon werken, en denken dat ze het wel kunnen regelen als
ze kinderen krijgen. Toch blijkt dat in praktijk niet altijd zo te
werken.''
Van der Burg: ,,En er staan natuurlijk veel voorbeeldvrouwen in. Ik hoop
dat de huidige generatie er power uit kan putten, van 'dat kan ik ook'.
Bovendien kan de universiteit er ook wel trots op zijn, zo'n leger vrouwen
die de universiteit nog steeds een warm hart toedragen.''

Jullie pleiten voor nieuw beleid. Wat moet er veranderen?

Van der Burg: ,,Dat er weinig doorstroming is, heeft ook de maken met het
beeld van wat een goede wetenschapper is. Uit onderzoek blijkt dat vrouwen
eerder voorstellen doen dan standpunten poneren, dat ze vaak in deeltijd
maar wel heel efficiënt werken, voorkeur hebben voor een multidisciplinaire
aanpak, graag als gelijken in teamverband samenwerken en niet in een
hiërarchische lijn. Dat kan leiden tot snelle oordelen van 'die weten het
niet helemaal' of 'die zit niet de hele dag op haar kamer te werken' en
‘die zijn minder gemotiveerd’. Als er bijvoorbeeld denktanks gevormd
worden, als er praatdagen zijn in het groen, dan worden voornamelijk de
hoogleraren en universitair hoofddocenten uitgenodigd - dus relatief veel
mannen. Zo mist de universiteit een enorm potentieel aan jonge, frisse
ideeën. Het is een voorbeeld van hiërarchisch denken. Alsof hoogleraren en
universitair hoofddocenten altijd betere ideeën hebben. Je zou samenwerking
juist kunnen honoreren, bijvoorbeeld via het puntensysteem van de
publicaties. Nu wordt vernieuwing niet gehonoreerd. We presenteren ons als
een lerende universiteit, die uit is op dialoog, maar in veel opzichten
hebben we te maken met ideeën over wetenschap in een traditioneel bedrijf.

Re:ageer