Wetenschap - 1 januari 1970

Eiwitcorridor helpt ook tegen vogelpest

Eiwitcorridor helpt ook tegen vogelpest


De snelweg A1 kan uitgroeien tot eiwitcorridor. Met de clustering van de
vleesproductie - veehouderij en de daaraan gelieerde industrie - op plekken
langs de A1 tussen Amersfoort en Enschede wordt niet alleen de teelt, de
verwerking en het vervoer efficiënter, maar is ook de vogelpest beter te
bestrijden. Er wordt gewerkt aan de eerste praktijkexperimenten.
Sinds een jaar werkt een consortium van Arcadis, Buck, Rijnconsult, ATO,
Alterra en het LEI aan de eiwitcorridor, gecoördineerd door de Gelderse en
de Overijsselse Ontwikkelingsmaatschappij. Het is een ontwikkelingsvisie
voor het gebied tussen Amersfoort en Enschede langs de A1, waar voor de
vleessector verschillende bedrijfsclusters in zijn ontwikkeld. Het
consortium denkt aan clustering van pluimveeteelt, eierhandel en
diervoederdistributie in het huidige kippengebied rondom Barneveld en
Nijkerk. Bij de steden Apeldoorn en Deventer kan de varkensteelt en de
kalverhouderij gecombineerd worden met slachterijen. Rondom Lochem, Holten
en Goor komt een cluster met diervoederindustrie, vleesverwerking en
zuivelindustrie. En rond Almelo en Enschede is plek voor de
vleesverwerkende industrie.
Volgens ir Joep Koene van de Gelderse Ontwikkelingsmaatschappij is
clustering van bedrijvigheid in eerste instantie nodig om de sector
economisch efficiënter te maken. Het gebied zit nu als het ware op slot. De
intensieve veehouderij moet inkrimpen, de steden willen uitbreiden, voor de
Ecologische Hoofdstructuur is nauwelijks ruimte, en de wegen raken
regelmatig verstopt. Agroproductieparken moeten hiervoor de oplossing zijn.
Op de artist impression ziet het er erg futuristisch uit, een kring van
intensieve veebedrijven vlak langs de snelweg in grote piramides.
Voor de veesector zit de winst van clustering in de combinatie van
activiteiten, een optimalisatie van de logistiek, maar ook in mogelijkheden
tot vernieuwing. Zo kan de door de pluimveeteelt geproduceerde mest
verwerkt worden in een algenkwekerij die op zijn beurt diervoeder
produceert. Het consortium denkt ook aan mogelijkheden om bij clusters van
veebedrijven parken op te zetten met een camping en winkels voor in de
veebedrijven geproduceerde regionale producten. Koene denkt hierbij qua
ambitie aan de Parma-streek in Italië, met zijn beroemde ham en kaas.
Het gaat bij de eiwitcorridor niet alleen om industrialisering en
schaalvergroting van de veeteelt, maar ook om ruimtewinst. Het consortium
acht het mogelijk het aantal productielocaties in 2015 terug te brengen
naar twee, met honderd hectare aan erfoppervlak en driehonderd hectare aan
stankcirkels. Bij autonome ontwikkelingen van de sterk versnipperde
veeteelt in het gebied zullen er volgens het consortium tweeduizend
bedrijven zijn van een hectare groot, en die hebben 120.000 hectare nodig
voor hun stankcirkels.
Dit jaar praat het consortium in de regio met belanghebbenden om te zien of
er praktijkexperimenten mogelijk zijn. Daarnaast voert het consortium
gesprekken met grote agro-industriëlen in Gelderland en Overijssel en met
provinciale bestuurders. Koene hoopt volgend jaar een paar pilots te hebben
draaien. |
M.W.

Re:ageer