Organisatie - 14 juni 2007

‘Eigenwaarde is de kern van het nieuwe leren’

Het nieuwe leren is een omstreden begrip in onderwijsland. Critici klagen over een gebrek aan lesuren en verlies aan kennis, en alom klinkt de roep om herstel van ouderwetse kennisoverdracht. Biologiedocent Marnix Rietberg van Van Hall Larenstein blijft echter heilig geloven in competentiegericht onderwijs. Het werkt, zegt hij, mits docenten de deadlines en hiërarchie inruilen voor vertrouwen en respect.

55_achtergrond0.jpg
Hogeschooldocent Marnix Rietberg heeft al honderden studentengroepen begeleid met een competentiegerichte aanpak die wél werkt, vertelt hij. ‘Het sleutelwoord is eigenwaarde. Alle goede bedoelingen van onze opvoeders ten spijt, vanaf de dag van onze geboorte worden we gekrenkt in onze eigenwaarde. Dat verlies veroorzaakt angst. Angst om te falen, angst om fouten te maken. Bij mij kunnen studenten geen fouten maken, ik neem medeverantwoordelijkheid. Als dat besef eenmaal tot hen doordringt, ontstaat er ruimte voor ongebreidelde energie.’
Rietberg ontwikkelde zijn methode voor projectonderwijs zelf, en noemt die lifelines. ‘Lifelines ontstaan als de groepsdynamiek stoelt op onderling vertrouwen en respect. Zij nemen de plaats in van deadlines, de gebruikelijke vorm in het onderwijs’, zegt hij. De lifelinemethode gaat uit van een variabel eindpunt. Studenten plannen met de docent als opdrachtgever het eindresultaat, en zijn uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor hun onderwijs.
Deadlines zijn inefficiënt en leiden zelden tot het gewenste resultaat, stelt Rietberg. Groepsleden raken in de stress, worden onzeker en vergroten daardoor hun afhankelijkheid van de andere groepsleden, wat weer irritaties tot gevolg heeft. Uiteindelijk resulteert dit in vertraging en ontkenning, aldus Rietberg. ‘Zeg maar, de Betuwelijnproblematiek.’

Reddingslijn
Bij de lifelinemethode onderhandelen de groepsleden vooraf met elkaar over wat zij willen bereiken. Ieder lid committeert zich duidelijk aan het zelfgeformuleerde einddoel en accepteert dat de groep als geheel de verantwoording draagt. Mocht zich een probleem voordoen bij een van de groepsleden - ziekte bijvoorbeeld - dan hoeft die zich niet schuldig te voelen, zegt Rietberg. De groep functioneert als lifeline – letterlijk: reddingslijn - en neemt de taken tijdelijk over.
Niet elke student kan met die werkwijze omgaan, geeft Rietberg toe. Sommigen zijn slecht gemotiveerd en verstoren de groepsdynamiek. Deze uitvallers neemt hij apart voor extra begeleiding. Dat levert volgens hem nauwelijks studievertraging op; zij kunnen bij een volgend project weer aanhaken.
Rietbegr diepte zijn aanpak niet op uit de didactische vakliteratuur, maar baseerde die op persoonlijke ervaringen. De psychisch moeilijke periode waarin hij tien jaar geleden belandde, bracht hem op het spoor. ‘In die tijd kwamen een aantal zaken samen. Ik kon het verlies van ons doodgeboren kind van 39 weken niet verwerken. En om redenen die in mijn ogen oneigenlijk waren, werd ik als projectleider van de nieuwe opleiding Diermanagement aan de kant gezet. Die afwijzing hield ik voor mijzelf, maar ik voelde me tot op het bot geraakt. Privé ontbrak het me aan vertrouwen. Toen werd ik ziek. Godzijdank, overigens.’
Rietberg ging door een diep emotioneel dal, waar hij langzaam uitkrabbelde door alle stadia van psychologische reflectie te doorlopen. ‘Van kinds af aan kwamen mijn bevindingen niet altijd overeen met de gangbare mores. Dan werd er van je verwacht dat je je aanpaste. Dat resulteert in afgenomen eigenheid en daar komen schaamte en faalangst voor in de plaats.’
De zelfanalyse werkte volgens hem niet alleen bevrijdend, maar met het verworven inzicht doorzag hij ook de logische draad in zijn werk. Hij concludeerde dat de opvoeding thuis en op school de ontwikkeling van morele gevoelswaarden juist tenietdoet in plaats van stimuleert.

Eigenwaarde
Rietberg is de bedenker en oprichter van Diermanagement. Het bestuur van het Van Hall Instituut had hem in het begin van de jaren negentig gevraagd om een haalbaarheidstudie naar een opleiding Petfood. Daar zag hij niet zoveel in: ‘Poedeltjes en paddeltjes, je stopt er iets in en er komt iets uit. Liefst zo goedkoop mogelijk, dat was petfood in die tijd.’ Op de fiets kreeg hij de ingeving dat de nieuwe opleiding over de eigen waarde – mét spatie - van het dier moest gaan.
Hij redeneerde als volgt: in de landbouw ziet de boer het dier nog wel, maar telt vooral de instrumentele waarde. De eigen waarde van dieren bestaat eigenlijk alleen in de natuur en bij gezelschapsdieren. Bij proefdieren lag de afweging wat lastiger; het ‘nee, tenzij’ van de recente wet dierwelzijn ging in ieder geval uit van de intrinsieke waarde van dieren. Hij noemde deze groepen non-productiedieren. Al doorredenerend vanuit het begrip eigen waarde formuleerde hij met vakcollega’s de doelstellingen van het curriculum voor Diermanagement.
Omdat de mens de hele aardbol als habitat heeft, is hij volgens Rietberg de vanzelfsprekende hoeder van de diersoorten. Over de verantwoorde uitoefening van die rol gaat Diermanagement en dit vertrekpunt effende het pad naar het succes van de opleiding. Elk jaar melden zich honderden studenten aan, en de wisselwerking met het beroepsveld is groot.
Als je de spatie tussen eigen en waarde weglaat, heb je het over ‘mensendieren’, bedacht Rietberg in dezelfde periode. Mensen die zich in vrijheid kunnen ontplooien behouden hun eigenwaarde. ‘In vrijwel elk gezin blijft de navelstreng intact, het is de veilige verbinding met het bestaande waarvoor je een deel van je eigenheid inlevert. Het leidt tot een afbrokkelend zelfbeeld en narcisme dat zich met uiterlijkheden voedt ter compensatie. Gevoelsverarming en minachting voor wat weerloos is zijn het gevolg. Dat speelt ook tussen student en docent.’
Rietberg paste dit inzicht en andere uitkomsten van zijn persoonlijke zoektocht toe in de begeleiding van projectgroepen aan Van Hall Larenstein. Gesteund door collega Bernard Dijkstra schaafde hij met vallen en opstaan aan de onderwijsvorm. De oorspronkelijke weerstand onder mededocenten ziet hij langzaam veranderen in voorzichtige belangstelling.

Mandarijntje
Als docent fungeert Rietberg zelf ook als lifeline. ‘Maar ik speel letterlijk de tweede viool. Bij de eerste bijeenkomst bedien ik me van een simpele truc: ik leun achterover en houd mijn mond, probeer zelfs lijfelijk wat afstand te houden. De afwachtende stilte die volgt is ongemakkelijk of ontaardt in een lolletje, maar uiteindelijk is er, al dan niet op instructie vooraf, altijd één die begint. Vanuit die afwachtende houding ontstaat de impuls om mij als tutor bij het leerproces te betrekken.’
‘Lifeline is allerminst een vrijbrief om maar wat aan te klooien’, pareert Rietberg voor de hand liggende kritiek. ‘Er worden heldere studieresultaten vastgesteld, met dit verschil dat de studenten zelf hun einddoelen formuleren. Wat op tafel komt wordt per definitie niet direct afgewezen, blunders maken mag. De drijfveer is dat niemand gekrenkt wordt. De behoefte aan kennis en competenties borrelt daarna vanzelf op. De omkering van die impuls in het onderwijsleerproces is volgens mij de missing link in het nieuwe leren. Vervolgens zie je dat gezond verstand, intuïtie en gevoel als vanzelf de boventoon gaan voeren. Wat willen we bereiken, hoe gaan we erop af. Projectmanagement heeft de logica van een mandarijntje pellen.’
Studenten die zich van nature bescheiden opstellen, betrekt Rietberg nadrukkelijk in de groep door dit openlijk te signaleren. ‘Door de erkenning van de individualiteit ontstaat openheid en onderling vertrouwen. Dat is geen doel op zich, maar ontstaat omdat ik navelstrengen doorknip. De studenten werken niet voor mij. Als die consensus eenmaal bestaat dan wordt het lastig om hen bij te houden.’
Lifeline-studenten beoordelen zelf hun individuele prestaties, de vakdocent beoordeelt de kwaliteit. De kritiek dat het projectresultaat dus al bij voorbaat een gelopen race is, verwerpt Rietberg. Volgens zijn ervaring zijn de studenten verbazend kritisch op zichzelf. En dat neemt niet weg dat hij ook de vinger aan de pols houdt; uiteindelijk draagt de docent de eindverantwoording.
Het zelfvertrouwen en het vertrouwen in elkaar culmineert in een uitbarsting van energie die voor verbluffende resultaten zorgt, aldus Rietberg. Hij ontvangt foutloos geschreven scripties die inhoudelijk goed doortimmerd zijn, en plagiaat komt niet voor. ‘Waarom zou je plagiëren als je voor jezelf het beste wilt en toch geen fouten kan maken? Met lifelines komt een willen los waar ik dan amechtig achteraan hol.’

Re:ageer