Wetenschap - 19 april 2007

Eidereend blijft soms vrijwillig kinderloos

Het magere aanbod van mosselen in de Waddenzee is de reden dat er de afgelopen vijftien jaar regelmatig grote sterfte optrad onder eidereenden. Dat concludeert drs. Romke Kats in zijn dissertatie. Hij ontdekte ook dat vrouwtjes de beschikbaarheid van voedsel kunnen inschatten en soms uit voorzorg een jaar niet broeden.

659_nieuws.jpg
‘Een normale winterpopulatie van de eidereenden telt tussen de 90.000 en 170.000 dieren’, vertelt Kats. ‘Normaal sterft zo’n drie tot vier procent daarvan. Maar in de winters van 1990/1991, 2000/2001 en 2001/2002 had je ineens sterftecijfers van acht tot zeventien procent.’ De onderzoeker zocht in de gegevens over de voedselbronnen van eidereenden naar een verklaring. ‘De enige variabele die een rol speelde was de diepwatermossel.’
Het mosselbestand is bepalend voor eidereenden die altijd op het wad leven, en ook voor de eidereenden die vanuit de Oostzee in de winter naar de Waddenzee trekken. De blijvers zijn vooral afhankelijk van de droogvallende mosselbanken, terwijl de overwinteraars diepwatermosselen eten. Beide populaties eidereenden moeten in de jaren met een slechte mosselstand op zoek naar alternatief voedsel zoals halfgeknotte strandschelpen, kleine kokkels, mesheften of krabbetjes.
De in de Waddenzee broedende eidereenden zijn doorgaans erg plaatstrouw. Vrouwtjes hebben allemaal hun eigen geheime plekje om voedsel te zoeken. Maar als het slecht gaat met de mosselen trekken de eidereenden weg van hun vaste stek naar bijvoorbeeld de Noordzee, en rond 1990 zelfs tot aan België.
Kats: ‘Ze hebben de voedselsituatie zo goed in de gaten dat ze het broeden soms een jaar overslaan. Vanaf 1993 ging de stand bijvoorbeeld ineens omhoog, na een aantal slechte jaren. Gezien het feit dat de kuikenproductie in de voorgaande jaren ook erg laag was, kan dat alleen verklaard worden door non-breeding.’
Kats kon deze conclusies trekken dankzij een ringprogramma dat in de jaren zestig van start ging. Dat levert veel gegevens op, mede omdat eidereenden wel dertig jaar kunnen worden.
De eidereend kan volgens Kats beschouwd worden als een indicator voor de ecologie van de Waddenzee. Zo groeide de populatie bij Rottum nadat het droogvallende wad daar langdurig met rust werd gelaten, waardoor mosselbanken zich herstelden. Om deze processen te volgen is het wel noodzakelijk om langjarige dataseries te blijven verzamelen, vindt Kats. / Martin Woestenburg

Romke Kats promoveert op 20 april aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is sinds 15 april docent Wildlife magagement bij Van Hall Larenstein.

Re:ageer