Wetenschap - 1 januari 1970

Effect van lichaamsbouw op het voorspellen van vetpercentages

Effect van lichaamsbouw op het voorspellen van vetpercentages

Effect van lichaamsbouw op het voorspellen van vetpercentages

Iemands vetpercentage is beter te schatten als je behalve zijn lengte en gewicht ook zijn skeletmaat opneemt. Marieke Snijder en Brenda Kuyf kwamen tot deze conclusie nadat ze het gewicht bepaalden van studiegenoten, vrienden en een aantal roeiers. Hun analyses wijzen uit dat bij hun proefpersonen de elleboogbreedte een goede indicator van de skeletmaat is


De vrouwelijke proefpersonen voor hun afstudeeronderzoek hadden Snijder en Kuyf snel gevonden. Veel studiegenoten wilden meedoen, evenals vriendinnen en huisgenoten. Mannen wierven ze bij Argo. Roeiers zijn erg geïnteresseerd in hun vetpercentage. Ze willen weten hoeveel vet ze er nog af kunnen trainen, vertelt Snijder. Er waren ook vrouwelijke roeiers die graag hadden meegedaan met het onderzoek, maar vrouwelijke proefpersonen hadden Snijder en Kuyf toen al genoeg

Eigenlijk wilden we ook oudere proefpersonen onderzoeken. Daarom hebben we medewerkers van leerstoelgroepen gemaild. Mensen in het Biotechnion hebben echter allemaal een drukke werkplanning en ons onderzoek nam ongeveer drie uur in beslag, vertelt Snijder. Zo'n vijftien proefpersonen van boven de dertig deden uiteindelijk mee, te weinig om apart conclusies over deze leeftijdsgroep te trekken

Heeft iemands lichaamsbouw effect op de juistheid van de voorspelling van zijn vetpercentage met de veel gebruikte Body Mass Index? Dat wilden Snijder en Kuyf tijdens hun afstudeervak uitzoeken bij zo'n negentig proefpersonen. De Body Mass Index (BMI) wordt uitgerekend door iemands gewicht te delen door het kwadraat van zijn lengte in meters. Het vetgehalte is vervolgens uit te rekenen door de BMI te corrigeren voor leeftijd en geslacht

Een persoon met brede botten kan echter minder vet hebben dan is berekend via deze formule. Om dat verschil uit te zoeken, vergeleken Snijder en Kuyf het vetpercentage berekend via een onderwaterweging met het geschatte vetpercentage uit de Body Mass Index

De proefpersonen bij wie het BMI het vetpercentage overschatte, bleken inderdaad een breder skelet te hebben. Elleboog, pols, knie en enkel waren bij deze proefpersonen breder en hun skeletgewicht lag boven het gemiddelde. Alleen bij de elleboog was dit verschil echter significant

Voedingsdeskundigen zijn geïnteresseerd in vetpercentages omdat vrouwen wier vetpercentage hoger is dan 35 een verhoogd risico hebben op hart- en vaatziekten. Bij mannen dreigt dat risico bij meer dan 25 procent vet. Snijders en Kuyfs proefpersonen bleven ruim onder deze waarden; de vrouwen hadden gemiddeld zo'n 26 procent vet en de mannen gemiddeld zo'n 16 procent

Snijder en Kuyf ontvingen hun proefpersonen in een laboratorium in het Biotechnion. Op een ochtend of middag kwamen zo'n vijf proefpersonen langs. Hun botdichtheid, botmineraalgehalte en vetpercentage werd in een kwartier gescand. Voor andere proefpersonen is het leuk om daar naar te kijken, omdat op de monitor een plaatje van het skelet wordt gevormd. Dat ziet er soms raar uit; iedereen wijkt wel ergens af van de standaard

Daarna kregen de proefpersonen elektrodes opgeplakt voor een impedantiemeting, waarbij een klein stroompje door het lichaam wordt gestuurd. In een persoon met veel vet ondervindt zo'n stroompje meer weerstand

Het spectaculairst waren de onderwatermetingen. De proefpersonen krijgen aan beide armen gewichten van twee kilo omgehangen, zodat ze onder water te blijven. Je gaat onder water op een stretcher liggen met een soort snorkel in je mond en dan wordt de stretcher omhoog gehesen. Als de stretcher van de bodem af is, geeft de weegschaal waaraan de stretcher hangt het onderwatergewicht van de proefpersoon aan, waaruit de verhouding tussen vet en vetvrij weefsel te bepalen is

Tussendoor maten Kuyf en Snijder met een soort schuifmaat de skeletbreedtes bij bijvoorbeeld enkel en knie en de huidplooidiktes op verschillende plaatsen. Ook bepaalden ze middel- en heupomtrek en schouder- en bekkenbreedte. Veel meetgegevens hebben we uiteindelijk niet gebruikt. Het bleken toch niet zulke bruikbare gegevens te zijn, vertelt Kuyf. Waarschijnlijk kan hun begeleider een deel van die gegevens gebruiken in een vergelijkend internationaal vetonderzoek

Snijder en Kuyf hebben hun onderzoeksresultaten niet uitgebreid beschreven in een afstudeerverslag. In plaats daarvan schreven ze een artikel voor het wetenschappelijke tijdschrift Annals of Nutrition and Metabolism. Nu is het wachten of het artikel geaccepteerd wordt. We hebben een muntje opgegooid om te beslissen wiens naam als eerste boven het artikel komt te staan. M.S

Re:ageer