Wetenschap - 27 september 2001

Eerstejaars teleurgesteld over internationale ontwikkelingsstudies

Eerstejaars teleurgesteld over internationale ontwikkelingsstudies

Opvallend veel eerstejaars studenten Internationale ontwikkelingsstudies stopten al na ??n jaar met hun studie. Studenten klagen dat de opleiding lijdt aan kinderziektes en dat er in de propedeuse te weinig aandacht wordt aan ontwikkelingsvraagstukken.

De opleiding trok na de naamswijziging van 'Rurale ' naar 'Internationale' ontwikkelingsstudies meer studenten. 41 nieuwe studenten begonnen vorig jaar aan hun opleiding. Een jaar later zijn er daar nog maar 29 studenten van over. Zo'n dertig procent stopte dus. Normaal gesproken haakt binnen twee jaar ongeveer twintig procent van de propedeusestudenten van af.

Mascha van der Meer is ??n van de studenten die na een jaar is gestopt en forse kritiek heeft op de studie. Ze heeft het gevoel proefkonijn te zijn geweest. "Er zijn in de studie heel veel fouten gemaakt. Roosters klopten niet en veranderden steeds, afstudeerrichtingen die aan het begin van het jaar nog mogelijk waren, zijn zomaar vervallen, het niveau van sommige vakken was veel te laag en docenten waren over het algemeen niet goed voorbereid op de lessen. Die wisten blijkbaar ook niet goed wat ze moesten verwachten van de nieuwe vakken"

Daarnaast vindt ze dat de studie veel te veel op de landbouw gericht is. "Bijna alles ging over het rurale gebied. Niets over stedelijke vormen van ontwikkeling, terwijl dat met de het woord 'internationaal' wel ge?mpliceerd werd. Ik weet inmiddels veel over boeren in Nederland, maar weinig over ontwikkelingsprocessen."

Studieco?rdinator drs. Maria Smetsers herkent het 'proefkonijngevoel' bij studenten, maar vindt dat het in de meeste gevallen te veel benadrukt wordt. "Onder studenten hangt een sfeer van 'wij zijn het eerste jaar'. Elke kleine wijziging in het programma of de roostering lijkt heel zwaar te worden gevoeld." De nieuwe vakken worden volgens haar door docenten en studenten uitgebreid ge?valueerd: "iedere docent houdt een groepsgesprek over het vak. Het verslag daarvan wordt besproken in het propedeuseoverleg en op grond daarvan worden conclusies getrokken voor het komende jaar."

De kritiek van Van der Meer dat de studie teveel op de landbouw is gericht, wordt overigens niet door iedereen gedeeld. Harri?t Zuijderduijn - inmiddels ingeloot voor geneeskunde, en nog twijfelende over de voortzetting van haar studie in Wageningen - komt zelf uit Haarlem en vindt het agrarische gehalte wel meevallen. Ook de onduidelijkheid in het programma weegt voor haar niet zwaar: "als je weet wat je wilt, zijn de keuzes duidelijk en dan is er heel veel mogelijk."

Van der Meer doet inmiddels samen met een tweetal andere studenten uit Wageningen de opleiding Ontwikkelingsstudies in Nijmegen: "Hier stap ik, zonder vertraging, in een studie die al negen jaar goed draait en goed bij het werkveld staat aangeschreven. Ik heb nog geen moment spijt gehad van mijn keus." | A.Z.

Re:ageer