Wetenschap - 1 januari 1970

Eerste prijs Belhamel-essaywedstrijd 2003

Eerste prijs Belhamel-essaywedstrijd 2003

Eerste prijs Belhamel-essaywedstrijd 2003

voor schrijvend duo Verdenius en Schepers

De uitslag van de tweede Belhamel-essaywedstrijd heeft een hoog déjà-vu-
gehalte: de winnaars van de eerste en de tweede prijs zijn dezelfden als
vorig jaar, alleen in omgekeerde volgorde. Kennelijk heeft de Belhamel-
uitdaging nog niet geleid tot een bredere beoefening van het edele ambacht
der essayistiek. Zo werd het schrijversduo Floor Verdenius en Hans Schepers
nu winnaar van de eerste prijs van 500 euro en kwam Kees de Hoog op de
tweede plaats terecht, goed voor 350 euro. De derde prijs gaat naar student
Jan Vonk; hij krijgt 150 euro. De essays die zij inzonden worden hierbij
gepubliceerd.

De jury heeft de zes ingezonden essays tegen elkaar afgewogen, daarbij
lettend op originaliteit, betoogkracht en taalgebruik. Verdenius en Floor
wonnen uiteindelijk nipt van De Hoog omdat de jury vond dat hun stuk beter
voldoet aan de typologie van een essay; De Hoogs inzending onderscheidt
zich qua stijl als de beste, maar heeft meer het karakter van een column.
Vonk heeft het zich extra moeilijk gemaakt door in zijn essay een sprookje
te willen vertellen. Dat is hem niet echt goed gelukt, maar zijn
dubbelzinnig betoog is boeiend genoeg.
Belhamel was de naam van het onafhankelijke opinieblad dat in Wageningen
verscheen in de jaren zeventig. Het is opgegaan in de voorganger van het
Wb. Vorig jaar nam de uitgever van Wb het initiatief tot een jaarlijks
terugkerende essaywedstrijd om de Belhamel-erfenis van het vrije woord te
stimuleren. Deze tweede keer ging de wedstrijd onder het motto 'de
onderzoeker heeft recht van spreken'.
Verdenius en Schepers, beiden werkzaam bij het ATO, zijn het daar
hartgrondig mee eens, maar zij vrezen dat er te weinig spraakmakende
onderzoekers binnen Wageningen UR rondlopen. Daarom moet er een
noodmaatregel worden getroffen die leidt tot de aanwijzing van
wetenschappers met een 'opspraakvergunning'. Recht daartegenover stelt
student Jan Vonk zich op, al doet hij dat in de vorm van een sprookje en is
dus de vraag gerechtvaardigd of hij het echt meent. Hij vindt dat te veel
onderzoekers hun successen lopen uit te venten. Gezinssocioloog Kees de
Hoog onderscheidt drie soorten onderzoekers en beschrijft ze met verve: de
lui die te slap zijn om een mening te hebben, de tweede groep die er te
bang voor is en de derde - de gevaarlijkste - de 'handige jongens'.
Als jury namens uitgeverij Cereales stellen wij het op prijs de inzenders
te bedanken voor hun deelname aan de wedstrijd. Over een aantal jaren
zullen wij hen ongetwijfeld bestempelen als de voorlopers van de dan
veelgevraagde en -gelezen school van Wageningse belhamels.

Piet Aben – Charles Crombach – Johan van Ophem – Korné Versluis

Re:ageer