Wetenschap - 1 januari 1970

Eén zieke kip is voldoende

Als het gaat om de besmettingsbronnen van vogelgriep gaat alle aandacht uit naar de trekvogels. Maar de geschiedenis leert dat het gevaar hem vooral zit in de contacten tussen pluimvee en handelaren. Onduidelijk blijft echter wel hoe het virus dan vanuit Azië en Afrika naar Europa is gekomen.

In Nederland is nog geen geval van vogelgriep vastgesteld. Maar één zieke kip of één onvoorzichtige bezoeker uit Frankrijk - waar een bedrijf in het departement Ains is geruimd - is voldoende om dat te veranderen. De kans dat dat gebeurt, is volgens veterinair epidemioloog prof. Mart de Jong van de Animal Sciences Group vele malen groter dan dat trekvogels een besmetting veroorzaken, ook zijn veel van de gevonden dode zwanen, ganzen en eenden drager van het hoogpathogene H5N1-virus.
Bij de varkensgriep en de mond- en klauwzeer bleek dat vooral het gesleep met dieren leidt tot grote besmettingsrisico's. Pluimvee-econoom ir. Peter van Horne van het LEI stelt echter dat dat bij pluimvee niet het geval is. ‘De transportstromen van levend pluimvee zijn lang niet zo lang als die van bijvoorbeeld schapen; die worden van Australië naar Arabische landen getransporteerd, omdat men daar de wens heeft om ritueel te slachten. Pluimvee wordt maximaal honderd à tweehonderd kilometer vervoerd. Oude hanen willen nog wel eens naar Frankrijk gaan, omdat we daar hier geen markt voor hebben. Verder kan het gewoon niet uit, het vervoer van levende dieren.'
Meer risico lopen basisfokbedrijven, aldus Van Horne. Er zijn twee bedrijven in Europa, Hendrix Poultry Breeder in Boxmeer en eentje in Duitsland. 'Die fokken van vier zuivere genetische lijnen grootouders en ouders voor de pluimveeteelt. Dat fokmateriaal gaat de hele wereld over in de vorm van kuikentjes.' Deze fokbedrijven worden echter strikt hygiënisch gerund, stelt Van Horne. 'Je komt er alleen maar binnen als je twee keer hebt gedoucht, ze werken er met overdruk en gefilterde lucht. De besmettingskans is nihil.'
De grote vraag is natuurlijk hoe het vogelgriepvirus van de brandhaarden in Azië en Afrika naar Europa komt. In die gebieden is er veel meer contact tussen pluimvee. Boeren verkopen er levende dieren op de markten, en mensen organiseren hanengevechten, met alle kans op besmetting van dien. 'Maar er zijn weinig handelscontacten vanuit de sector tussen Europa en Azië en Afrika', stelt Van Horne. 'Ik zie geen mogelijkheid dat de vogelgriep zo uit die streken kan komen.' Alles wijst op de vogeltrek, aldus Van Horne, al is daar nog geen hard wetenschappelijk bewijs voor.
Ondanks de korte transportroutes moeten pluimveehouders zich in Nederland wel zorgen gaan maken nu er vogelgriep is vastgesteld in een Europees pluimveebedrijf. Daarbij is onzekerheid troef. Het meeste risico lopen volgens De Jong pluimveebedrijven in regio's met veel handel met het buitenland en met veel internationale contacten tussen professionals uit de pluimveesector, zoals vertegenwoordigers van internationale bedrijven die zonder het te weten bij een bedrijfsbezoek het virus meebrengen, of een kippenboer die zonder het te weten besmette kippen verkoopt.
De kans dat een pluimveebedrijf besmet wordt met vogelgriep lijkt vooral bepaald door toeval en onwetendheid. 'Het gaat vooral om de fase waarin je niet weet dat je het virus hebt', aldus De Jong. Daarom moeten pluimveehouders ook gaan letten op hun internationale contacten, nu er een uitbraak is geconstateerd in Frankrijk. De Jong: 'De kans dat iemand uit de Gelderse Vallei contact heeft met Frankrijk is groot en een vergissing is zo gemaakt, ook als de protocollen in principe afdoende zijn. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de insleep van varkenspest bij een KI-station.' Want één zieke kip is voldoende. / MW

Zie ook ‘Kans op fataal poepje is klein’, ‘Besmetting buurman blijft raadsel’ en ‘Pluimveebedrijven spreiden’

Re:ageer