Wetenschap - 28 januari 2014

Een wijndrinker is geen bierdrinker

tekst:
Rob Ramaker

Dat Nederlandse wijndrinkers gezonder leven dan bierdrinkers ligt niet aan de drankkeuze zelf; het zijn gewoon heel verschillende groepen mensen.

Dit concludeert postdoc Diewertje Sluik uit een voedingspeiling onder tweeduizend Nederlanders. Ze schrijft erover in het januarinummer van de European Journal of Clinical Nutrition.

Amerikaanse conservatieven wisten het al: bier- en wijndrinkers zijn heel verschillende mensen. Tijdens campagnes geven ze daarom af op de wijn nippende progressieven. Deze begrijpen niets van de problemen waarmee een hardwerkende Joe Sixpack worstelt. Ook Nederlandse bier- en wijndrinkers zijn anders, bewijst Sluik, die werkt bij de leerstoelgroep Humane voeding.

Zo zijn bierdrinkers jonger, vaker man, lager opgeleid en ze roken frequenter. Verder laat haar studie zien dat wijndrinkers zich beter houden aan de richtlijnen voor goede voeding. Ze eten meer groente en minder vet- en suikerrijk voedsel. Maar toen Sluik corrigeerde voor de verschillen in leeftijd, geslacht, BMI, opleiding en rook- en beweeggedrag, verdwenen de verschillen bijna helemaal. Het is dus niet de drankkeuze op zichzelf die gezond gedrag voorspelt. Een voorkeur voor wijn geeft hoogstens aan je bij een bepaalde klasse hoort.

Vervolgonderzoek

Sluik gebruikte gegevens uit de Nederlandse Voedselconsumptiepeiling van het RIVM. Daarbij vulden ruim tweeduizend volwassenen tweemaal in wat ze de afgelopen 24 uur hadden gegeten en gedronken. Ook gaven ze persoonlijke informatie, maar geen medische informatie over hun gezondheid. Wanneer mensen meer dan 70 procent van hun alcohol uit wijn of bier haalden, golden ze als wijn- of bierdrinker.

Toch houden de onderzoekers nog een slag om de arm. Zo zijn ze pas de eersten die wijn- en bierdrinkers onderzoeken met data over voeding en persoonlijke kenmerken, zoals opleidingsniveau. Bovendien zouden ze liever ook kijken naar harde gegevens over gezondheid. Bijvoorbeeld hoe vaak proefpersonen hartaanvallen krijgen of lijden aan kanker. Dit moet gebeuren in een Europees opgezet vervolgonderzoek waar Wageningen UR aan deelneemt. Hier worden meteen ook landen uit Oost- en Zuid-Europa meegenomen, waar de drankvoorkeuren compleet anders zijn.

Op termijn willen de onderzoekers duidelijk advies kunnen geven over drankgebruik. Dat blijkt vaak nog behoorlijk lastig, zegt Edith Feskens, persoonlijk hoogleraar bij Humane voeding en begeleider van Sluik: ‘Bij roken is alles meer dan nul te veel. Voor alcohol is het voor hart- en vaatziekten en totale sterfte optimaal om één glas per dag te drinken voor vrouwen en twee voor mannen.’ Maar voedingswetenschappers willen mensen weer niet aanmoedigen om te beginnen met drinken. Feskens: ‘Alcohol is dus een ambivalente stof.’

Het onderzoek werd gefinancierd door een Europese Stichting naar Alcoholonderzoek, een initiatief van verschillende drankfabrikanten. Feskens garandeert dat zij geen invloed hadden op de inhoud en de publicatie van het artikel.


Re:ageer