Wetenschap - 1 januari 1970

Een vriezer vol uitheemse vis

18.8 graden Celsius onder nul. Dat geeft de display aan op de deur van de vriescel van het Nederlandse Instituut voor Visserij Onderzoek (RIVO) in IJmuiden. Koud genoeg om de laatste exemplaren van nagenoeg uitgestorven vissoorten voor lange tijd te bewaren. Koud genoeg ook voor exotische vissen die van heinde en ver Nederland hebben weten te bereiken. Voor de visserijbiologen zijn deze uitheemse dieren niet alleen een curiositeit, maar ook een indicatie van hoe sterk de aquatische ecosystemen onder druk staan.

De marmergrondel komt uit de Zwarte Zee, maar is ook aangetroffen in de Waal bij Nijmegen. RIVO bewaart enkele exemplaren in de vriezer. / foto RIVO

Ir Erwin Winter is een expert op het gebied van zeldzame vissen en ‘dwaalgasten’. Hij is regelmatig te vinden in de snijzaal van het RIVO aan de Haringkade in IJmuiden, met de vries- en koelcel binnen handbereik. De visserijbioloog is in staat de meest vreemde vissen te identificeren, of ze nu uit Oost-Europa of Noord-Amerika komen. Soms lukt dat in één oogopslag, andere keren is het nodig om de vissen te ontleden en bijvoorbeeld het aantal schubben, kieuwboogaanhangsels of vinstralen te tellen. Om echt zeker te zijn, is soms genetisch onderzoek nodig. Dikwijls doen visserij-instituten uit het buitenland beroep op de visverzameling van het RIVO.
'Als de vissen nog in leven zijn, kan ik sommigen gemakkelijker determineren, zoals de zalm en zeeforel', vertelt Winter, die in de snijzaal een aantal vissen heeft laten ontdooien. 'Maar vaak krijgen we dode vissen aangeleverd van beroepsvissers. Hoe verser hoe beter, maar dikwijls zijn ze al in staat van ontbinding. Ik doe in ieder geval mijn uiterste best om de vissen te identificeren. De toevloed van exotische vissen naar ons land vind ik erg boeiend.'

RIVO constateert toename van aantal ‘verdwaalde’ dieren
Marmergrondel
Een van de interessantste exoten die in de vriezer van het RIVO zijn gezet, is volgens Winter de marmergrondel, een vis afkomstig uit de Kaspische en Zwarte Zee. 'Het is een hele krachttoer van dit kleine visje, dat maximaal tien centimeter groot wordt, om vanuit de Zwarte Zee naar ons land te zwemmen, tweeëntwintig stuwen trotserend.'
De marmergrondel is een bodemvis die in 1985 werd waargenomen in de bovenloop van de Donau in het Duitse Beieren. In 1998 is de vis aangetroffen in de Main, een zijrivier van de Rijn. Het Main-Donau Kanaal is essentieel voor de trek van vis naar West-Europa. In 2000 kwam de marmergrondel in Bonn aan en in 2002 in Nederland. Winter: 'We kunnen goed verklaren hoe dit visje ons land heeft bereikt. Voor andere soorten is dit duisterder.'
Steeds meer vissoorten uit het voormalig Oostblok duiken in ons land op. Winter gelooft dat er veel 'pootvis' bijzit, uitgezet door sportvissers. Soorten als de roofblei, blauwneus en donaubrasem zijn uitgezet in de 'Baggerseeën' in het Duitse stroomgebied van de Rijn. Geholpen door hoogwaterpieken in 1993 en 1995 trokken de soorten noordwaarts.
De Oostbloksoorten doen het dikwijls vrij goed in Nederland, net als sommige soorten die door natuurbeheerders zijn uitgezet. Zo laat Winter een net ontdooide zalm zien met een zender in de buik. 'De zalm wordt uitgezet en nauwgezet gevolgd. De vis komt van oudsher voor in Nederland, maar deze uitgezette zalm komt uit Ierland en Schotland. Dit zijn eigenlijk ook uitheemse individuen.'

Speculatie
Het is nog niet zover dat ook exotische vissoorten zoals de marmergrondel worden gevolgd in de Rijn en Donau met behulp van zenders. Het RIVO is aangewezen op monitoringprogramma's met beroepsvissers die bijzondere vissoorten aanleveren. Hier zit wel een stijgende lijn in en het is de uitdaging uit te zoeken waarom nieuwelingen het hier zo goed doen en waar ze paaien.
'De marmergrondel doet het bijvoorbeeld goed nabij onnatuurlijke steenstortoevers in Nederland.' De reden hiervoor is nog onduidelijk, het is speculeren vanwege onvoldoende gegevens betreffende de concurrentiepositie en het habitatgebruik van de uitheemse vis. Directe waarnemingen met onderwatercamera's zoals in de kristalheldere wateren rond koraalriffen, is hier helaas onmogelijk door het troebele water.
Toch kunnen voorzichtige conclusies worden getrokken over het functioneren van exotische vis, op basis van vangstgegevens. Zo is de knorrepos (atlantic croaker), een vis die normaal voorkomt langs de Atlantische kust van Noord-Amerika, vrij kort achter elkaar aangetroffen voor de Belgische kust, in de Waddenzee en in het Noordzeekanaal. 'Wellicht is deze vis meer ingeburgerd dan we eerste dachten. Als een exotische vis slechts eenmalig wordt gezien, hoeft dit nog niet veel te betekenen, maar bij meerdere vindplaatsen tegelijkertijd kan er misschien al sprake zijn van een levensvatbare populatie.'

Culinaire diversiteit
Of we blij moeten zijn met de toestroom aan exotische vissoorten is de vraag. Sportvissers zijn in ieder geval blij met nieuwe soorten zoals de roofblei. Ook vanuit culinair oogpunt kan het positief worden bezien: de smakelijke snoekbaars, afkomstig uit Oost-Europa, is in dat opzicht een aanwinst, meent Winter.
Maar hoe zit het met de biodiversiteit? Is de stroom aan uitheemse soorten een gunstige ontwikkeling? Winter denkt van niet. 'Exoten voegen nooit iets toe aan de biodiversiteit. Je moet biodiversiteit op wereldschaal bekijken. Het is mooi als een natuurbeheerder de biodiversiteit in zijn gebied wil verhogen. Maar met een exoot hier of daar schiet de biodiversiteit niets op. Tenzij de soort in het oorspronkelijke leefgebied dreigt uit te sterven.'
Exoten nemen soms een nog vacante ecologische niche in en doen dan geen kwaad. De Amerikaanse hondsvis doet het bijvoorbeeld erg goed in zure vennen in Nederland, weet Winter. Maar uitheemse vissen kunnen ook zeker schade berokkenen. 'Zeeprikken bijvoorbeeld zijn in de Grote Meren in Noord-Amerika, na aanleg van vistrappen, gaan parasiteren op forellen waarna de hele forelstand is ingeklapt. En in het Victoriameer heeft de nijlbaars de hele dynamische soortenvorming op zijn kop gezet.'
Voor Nederland ziet de visserijbioloog nog geen echte bedreiging door uitheemse vissen. De komst van nieuwe soorten is wel een indicatie van hoe sterk de aquatische ecosystemen onder druk staan, door ondermeer visserij, eutrofiëring en het verdwijnen van de natuurlijke zoet- en zoutwater dynamiek in estuaria. Hierdoor verzwakt de inheemse vispopulatie, en krijgen 'immigranten' meer kans.

UV-straling
Deze ontwikkeling zet inmiddels ook rivierbeheerders en schippers aan het denken. Hoe kan je bijvoorbeeld voorkomen dat vissen meeliften met oceaanschepen of rijnaken? Winter weet wel wat oplossingen. 'Met filters kun je vis uit ballastwater halen, of met UV-straling in de pompen kan je het leven in het ballastwater doden.'
Maar of ze nu aan hun einde komen door UV-straling of een natuurlijke dood sterven, Winter zal de exoten blijven volgen en onderzoeken. 'En of een exotische vis nu weer verdwijnt uit Nederland of zich weet te handhaven, hij belandt in ieder geval in onze vriezer.'

Hugo Bouter

Re:ageer