Wetenschap - 1 januari 1970

Een vol bord als mensenrecht

Het is maar de vraag of de 852 miljoen mensen in de wereld die honger hebben, gebaat zijn bij een grotere wereldwijde voedselproductie of meer markttoegang. Want het zijn vaak de sterkeren die daarvan profiteren, niet de zwakkeren. Als iedereen het recht op voedsel krijgt, kunnen misschien ook de armsten afdwingen dat er eten op hun bord komt. Wageningen International wil het onderwerp op de agenda hebben.

‘Zorgen dat elk kind en elke man en vrouw genoeg te eten heeft is niet alleen een morele verplichting en een investering met een enorme economische winst; het is ook de realisering van een universeel mensenrecht.’ Met die woorden schetst Jacques Diouf, directeur generaal van de wereldvoedselorganisatie FAO, de context. Wie zich druk maakte over honger in de wereld, deed dat jarenlang vanuit een morele verplichting. De laatste decennia maakte die liefdadigheid al steeds meer plaats voor de economische redenering van welbegrepen eigenbelang: als iedereen voldoende te eten heeft, is dat goed voor de economie. Maar de laatste jaren sluimert een alternatieve benadering onder ontwikkelingsdenkers: de rechtenbenadering.
Vanuit de mensenrechtenbeweging is naast burgerpolitieke rechten steeds meer aandacht gekomen voor sociaal-economische rechten. In artikel 25 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens – getekend in 1948 – wordt het recht op voeding al genoemd. Maar de burgerpolitieke rechten, zoals vrijheid van meningsuiting en vrijheid van organisatie, hebben altijd meer aandacht gehad van de mensenrechtenbeweging.

Vangnet
De wereldvoedselorganisatie FAO en ook het Nederlandse landbouwministerie, zien wel brood in de rechtenbenadering. Na jaren van onderhandelen tekenden 187 landen in 2004 vrijwillige richtlijnen die de FAO opstelde. Daarin staat wat overheden zouden moeten doen om hun burgers in staat te stellen voldoende voedsel te krijgen. Overheidsingrijpen wordt daar aanbevolen waar het nodig is om te voorkomen dat de zwakkeren in de samenleving aan hun lot worden overgelaten. Zo moeten overheden een voedselveiligheidsbeleid hebben en daar budget voor uittrekken, kleinschalige landbouw moet ondersteund worden, de markt moet toegankelijk zijn. En voor wie toch buiten de boot valt moet er een sociaal vangnet zijn.
Ontzeggen bedrijven mensen de mogelijkheid om voedsel te verbouwen, en bieden ze hen geen redelijk alternatief – denk bijvoorbeeld aan Shell die land onteigent om een pijpleiding aan te leggen – dan zouden de gedupeerden hun recht bij de overheid moeten kunnen halen.
Maar ja, die richtlijnen zijn vrijwillig. ‘Dat is binnen, daarna ga je verder’, zegt dr. Otto Hospes, die werkt voor het ministerie van Buitenlandse Zaken en voor de leerstoelgroep Recht en bestuur van Wageningen Universiteit. Want er ontbreken ook belangrijke zaken in de richtlijnen. Het recht van arme landen om hun eigen landbouwmarkt te beschermen werd bijvoorbeeld met succes door de VS en de EU uit de tekst gehouden. ‘Toch gaan er nu stemmen op om in de wereldhandelsorganisatie een uitzondering te maken voor landen die te maken hebben met honger’, zegt Hospes. ‘Dat zou een volgende stap kunnen zijn.’

Interventie
Leidt de rechtenbenadering uiteindelijk tot een wereldwijde verzorgingsstaat waarin iedereen recht heeft op een uitkering? ‘Zeker niet’, zegt Hospes. ‘Het recht op voedsel is het recht op de eerlijke kans om zelf te zorgen voor voldoende voedsel. De overheid is plichthebbend en moet dat recht beschermen. Pas in laatste instantie, in noodsituaties, moet er voedselhulp komen.’
Het betekent wel dat een land als Zimbabwe, dat voedselhulp gebruikt als politiek middel door het alleen te geven aan diegenen die Mugabe steunen, daar op aangesproken kan worden. Maar bij wie dan? Hospes: ‘Als overheden hun plichten niet nakomen, moeten maatschappelijke organisaties aan de bel trekken, of kan de internationale gemeenschap in actie komen’.
De internationale organisatie Foodfirst Information and Action Network (FIAN) onderzoekt wereldwijd waar het recht op voedsel geschonden wordt. En de Nederlandse organisatie FairFood koos eveneens de rechtenbenadering als haar uitgangspunt. Wint de rechtenbenadering aan kracht, dan is het zelfs denkbaar dat in de toekomst militaire interventies gerechtvaardigd zijn tegen landen die het recht op voedsel van hun bevolking schenden, zoals nu terrorisme een rechtvaardiging is.
Voedingskundige ir. Marianne van Dorp vertelt dat onder haar vakgenoten de rechtenbenadering aan populariteit wint. Veel van hen, maar ook bijvoorbeeld de Wereldbank en de FAO, proberen met economische argumenten te pleiten voor betere voeding. Van Dorp: ‘Er bestaan modellen die uitrekenen wat een betere voeding betekent voor het Bruto Nationaal Product. In toenemende mate zien we dat voedingskundigen hun professie liever verdedigen door het recht op voedsel te benadrukken.’

Wat kan de rechtenbenadering betekenen voor Wageningen UR? ‘Het is een gat in de markt’, zegt Hospes. ‘Er is grote behoefte aan het in beeld brengen van de voedselsituatie in de wereld. Er kan sociaalwetenschappelijk onderzoek gedaan worden naar de manier waarop de rechtenbenadering gebruikt wordt in internationale onderhandelingen. Er kan beleidsonderzoek gedaan worden voor overheden die het recht op voedsel in hun beleid willen integreren.’ ‘En in het onderwijs verdient het meer aandacht’, vult Van Dorp aan.
Maar het gat in de markt moet vooralsnog figuurlijk worden opgevat. Want de zakken met onderzoeksgeld liggen nog niet klaar. De meerderheid van de onderzoekers die iets met voedselzekerheid van doen hebben binnen Wageningen UR, kiezen ofwel voor de benadering van een verhoging van de agrarische productie, ofwel voor de verbetering van markttoegang van producenten. ‘Die productiepoot en dat neo-liberalisme kent de buitenwereld van ons’, zegt Hospes. ‘We gaan nu het alternatief van de rechtenbenadering op de agenda zetten.’

Joris Tielens

Otto Hospes, Marianne van Dorp en Inge Brouwer organiseren namens Wageningen International een symposium over het recht op voedsel, op 20 maart in het WICC, van 9.30 tot 16.30.

Re:ageer