Wetenschap - 1 januari 1970

Een vogelgids voor de vakantievoorpret

Een vogelgids voor de vakantievoorpret


Het is eigenlijk geen seizoen om vogels te kijken. Als ik dit schrijf ligt
er buiten een dikke deken van mist over het land. Geen vogel te zien. Het
nieuwe vogelboek 'Vogels kijken in Europa' lijkt dan ook niet echt in de
meest optimale periode te verschijnen. Dat is echter niet waar. Net als een
reisgids geeft 'Vogels kijken in Europa' vooral voorpret voor de vele
vogelvakanties die volgen.
Het boek van Rob Hume is dan ook geen gebruikelijke vogelgids. Het is meer
een gids voor de beginnende vogelaar die overal in Europa vogels wil gaan
kijken. Het beginnerniveau gaat soms wat ver, bijvoorbeeld als Hume zijn
eerste hoofdstuk 'Wat is een vogel?' noemt. Het hoofdstuk handelt onder
meer over dat een vogel dankzij de speciaal gebouwde ogen extra
gezichtsvermogen heeft, dat ze communiceren met elkaar door middel van
'roepjes', en dat hun zwakste zintuig de reuk is. Enzovoort, enzovoort.
Aardig voor de beginner is ook het overzicht van de verrekijkers,
telescopen, statieven, fotografielenzen en andere middelen om vogels te
spotten, maar de vraag is natuurlijk wel wat een meer gevorderde vogelaar,
die inmiddels een verrekijker et cetera heeft aangeschaft, nog met de
informatie kan doen.
Een eerste stap om te leren vogelen is volgens Hume het kijken in je
directe omgeving. Zorg dat je vogels krijgt in je tuin. Dat kan met
allerlei soorten hangende voerinstallaties, van een opgehangen halve
kokosnoot tot plastic of metalen korfjes met geplette granen, pinda's,
hennepzaden, zonnebloempitten, zaadmengsels, zaadkoekjes of meelwormen. Je
kunt nestkasten plaatsen, vogelbadjes installeren, en nestgelegenheid
creëren door takjes in een nestvorm te bundelen en er klimop over te laten
groeien.
Professioneler is het om echte vogelbiotopen te creëren. Kaardenbollen
trekken bijvoorbeeld putters aan. Duizendblad is een geurig kruid dat
allerlei insecten aantrekt en waarvan de zaden gegeten worden door
huismussen, mezen en vinken. Klimop biedt niet alleen dekking maar
produceert ook zaden en bloeit uitbundig. Hulst geeft roodborsten, merels
en zanglijsters goed beschutte nestplaatsen. En de wilde roos levert met
zijn rozenbottels voer voor lijsters, pestvogels en groenlingen.
Al met al is 'Vogels kijken in Europa' in eerste instantie een goed
vogelboek, want ook de beschrijvingen van de vogelsoorten zijn duidelijk en
overzichtelijk, en hoewel er met foto's wordt gewerkt en niet met de vaak
toch duidelijker herkenbare tekeningen van vogelsoorten zijn de
soortbeschrijvingen alleszins aanvaardbaar. Maar daarnaast is 'Vogels
kijken in Europa' ook nog een reisgids met beschrijvingen van vogelgebieden
in heel Europa.
Het is bij het reisgidsgedeelte dat de voorpret begint. Waar wil je heen?
IJsland? Daar is de hoofdstad Reykjavík vooral in het najaar een goede plek
om watervogels als toppers en grauwe franjepoten te spotten, maar het 120
kilometer verderop gelegen Snæfells is waarschijnlijk nog mooier, met de
alpensneeuwhoen, de zeearend en de papegaaiduiker voor de kust en in de
beschutte baai. Wordt het Italië? Dan is de lagune rond Venetië een goede
vogelplek. ,,Het best te bekijken vanaf de oostzijde vanaf een weggetje dat
loopt tussen Cavallino in het zuiden, via Valle Sacchetta en Valle
Paleazza, naar Ca'Savio in het noorden'', schrijft Hume gedetailleerd. Of
de straat van Messina, waar in april en mei duizenden trekvogels wachten op
goed weer om de overtocht van Europa naar Afrika te maken.
Voor de echte vogelaars zal 'Vogels kijken in Europa' weinig nieuws
bevatten. Die weten wel waar ze vogels kunnen spotten, welke middelen je
daarvoor nodig hebt, en hoe je ze herkent. Voor de beginnende vogelaar met
Europese reisaspiraties is het boek een aardige gids vol voorpret en
duidelijke informatie. |
M.W.

Rob Hume, Vogels kijken in Europa, ANWB, ISBN 9018017566, 22,50 euro.

Re:ageer