Wetenschap - 1 januari 1970

Een vertrouwensman kan de wetenschap niet schoonwassen

Een vertrouwensman kan de wetenschap niet schoonwassen

Eon vertrouwensman kan de wetenschap niet schoonwassen

Er moet een Vertrouwensman voor de Wetenschap komen. Dat zeggen de Leidse antropologen Andro Köbben en Henk Tromp in een boek over de bedreigde vrijheid van onderzoekers. Experts verwachten echter weinig van een vertrouwensman. Onderzoekers kunnen de problemen vaak zelf voorzien. Dan moet je tijdig maatregelen treffen.

Niets menselijks is de wetenschap vreemd, verzucht prof. dr Arie Rip van de Universiteit Twente. Hij kijkt niet op van de 37 voorbeelden waarmee Köbben en Tromp in hun boek De onwelkome boodschap aantonen dat sommige onderzoekers onder druk staan om hun mening of onderzoeksresultaten aan te passen. Rip's proefschrift, over de verantwoordelijkheid van chemici, ging al in 1981 op dit probleem in. Hij volgt dit onderwerp nog steeds en is het maar deels met de Leidse antropologen eens

Wat Rip niet bevalt, is de moralistische toon van het boek. De wetenschapper als held, tegenover de boze buitenwereld. Zo zit het volgens hem niet in elkaar. Met onderzoek zijn vaak verschillende belangen en visies gemoeid, en die kunnen botsen. Maar op het moment zelf is de scheidslijn tussen goed en kwaad niet zo makkelijk te trekken. Rip vindt de reeks anekdotes in het boek daarom geen serieus onderzoek. Er zit een sterke biass in. Als je alleen op zoek gaat naar mensen die achteraf gelijk hebben, dan word dat beeld van de miskende helden vanzelf bevestigd.

Ook de politicoloog dr Henk de Graaf van de Universiteit van Amsterdam ziet in het boek een naïeve visie. Het beste voorbeeld vindt hij Köbben en Tromp zelf, die geschoffeerd werden toen hun jaarlijkse telling van ziekteverzuim bij leraren ongunstige cijfers opleverde. De Graaf: Zodra minister Ritzen een miljoenbudget van die telling afhankelijk maakte, werden de onderzoekers een verlengstuk van het ministerie. Dan kan je de problemen zien aankomen. Ze hadden voor die accountantsrol moeten passen, of instemming moeten eisen met de gehanteerde onderzoeksmethode.

Net als Rip meent De Graaf dat conflicten van alle tijden zijn en dat elk conflict anders verloopt. Je kunt veel ellende voorkomen door vooraf situaties in te schatten en dan goede spelregels af te spreken. Als het dan toch misgaat, is een vertrouwenspersoon op de universiteit geen garantie voor succes, meent De Graaf. Hij noemt de Eindhovense professor Buck die meende een middel tegen aids gevonden te hebben. Ondergeschikten signaleerden al snel de ondeugdelijkheid van het onderzoek. Maar het bestuur wilde van niets weten. Men gaat toch vaak af op iemands reputatie.

Is een vertrouwensman op meer afstand van de instelling dan niet beter? Daar kan Rip, al vijf jaar vertrouwensman voor de Nederlandse Biotechnologische Vereniging, over meepraten. In al die jaren heb ik nog geen enkel telefoontje gehad. Die stilte verbaast hem niet. Mensen denken volgens hem pas aan een vertrouwenspersoon als er sprake is van een hooglopend conflict. Dan is het meestal al te laat.

De natuurkundige Brian Martin, voorzitter van de Australische vereniging van whistleblowers of intellectuele dwarsliggers, heeft een radicaler standpunt over officiële beroepsinstanties. Vertrouw ze niet, schrijft hij in een van zijn artikelen. Ze dienen vooral om openbare discussie tot een minimum te beperken. Wat volgens hem meer helpt is: een goed dossier opbouwen en op het juiste moment naar de media stappen.

In his inaugural speech as Professor of Consumer behaviour with reference to Product development Hans van Trijp pleaded for more strategic consumer research. At present 35 percent of new food products do not last long on the market. This is partly due to consumer conservatism, but according to van Trijp it is the divide between technologists and marketers that is the real problem. The technologists need to consider the consumer even early on in the development of new food products. Market research is usually carried out once a product is on the market, but van Trijp would like to see more bounded creativity, involving collaboration with the Communications and Innovation Studies group. It's not only how you market a new ice-cream, but more fundamentally, what kind of ice-cream does the consumer really want?

WUR needs to develop its contacts with nanotechnologists at the forefront of fundamental research in the Netherlands. This is the conclusion of a report on the subject by the National Council for Agricultural Research. The development of sensors, membranes, solar cells and coatings is carried out at nano-level. Researchers change molecules at the level of atoms, because the electrical, magnetic, chemical and optical characteristics behave differently at this scale than larger particles. Theo Gieling of the DLO Institute of Agricultural and Environmental Engineering endorses this view. IMAG-DLO is collaborating with nanotechnologists at the University of Twente on the development of sensors which measure the concentration of calcium and magnesium ions in waste water from greenhouse cultivation

Forestry student Suly Mutsaers examined the effect of liana vines in the tropical rainforest of Cameroon

They prevent trees from growing by strangling them and also competing for light. When trees are felled the vines often pull other trees down with them. Only recently, with increasing demand for sustainable tropical hardwood, has this led to problems for loggers. In order to get a certificate, damage to the rainforest as a whole has to be limited. Mutsaers found that the effects of cutting lianas four and a half months before harvesting trees were favourable in two ways. Surrounding trees were no longer felled along with the target trees, and the new trees planted after harvest grew more quickly when not hindered by the vines

The composition of the research budget of the Ministry of Agriculture has changed considerably in the last four years. Ineke Ammerlaan of the Department of Research Strategy of the Agricultural Research Department (DLO) carried out an evaluation of the Ministry's spending. While the total amount spent has remained the same, policy priorities have shifted away from subjects directly related to technology and cultivation. Social issues have now come to the fore in financial terms: socio-economic development of agriculture now receives 18 percent more money than three years ago, as does research on product safety. Research on nature management and conservation, as well as on animal health and welfare are the other winners in the zero-sum game

The latest round of cutbacks proposed in the WAU Organisational Plan is only one in a series of reorganisations. The debate concerning the relative importance of fundamental research and the applied fields of social and environmental sciences has flared up again. For a lesson in the history of WAU see the website. www.gcw.nl/wispr/

Re:ageer