Wetenschap - 1 januari 1970

Een succesvolle familie

Bijna jaarlijks een publicatie in Nature of Science, prestigieuze onderzoeksbeurzen van NWO en dit jaar ook nog de Rank Prize voor Nutrition. De entomologen prof. Joop van Lenteren, prof. Marcel Dicke en prof. Louise Vet hebben een simpele verklaring voor het succes van hun Laboratorium. ‘We zijn een soort familie die soepeltjes samenwerkt maar ook weer niet zo democratisch dat we elkaar uitmoorden.’

Joop van Lenteren, Marcel Dicke en Louise Vet wijten hun wetenschappelijke successen onder meer aan de familiaire sfeer op het Laboratorium voor Entomologie. / foto Rita van Biesbergen

Met een futuristisch oogomsluitend zonnebrilletje snelt Joop van Lenteren uit de lift. Hij heeft hard moeten fietsen en aan de late kant voor de afspraak met de fotograaf. Voor het vreemde brilletje heeft hij een goede verklaring: ‘Mijn ogen zwellen afschuwelijk op als ik vliegjes in mijn oog krijg. Een allergie die ik heb opgebouwd dankzij het sluipwesp-onderzoek.’
Zijn opvolger Marcel Dicke blijkt ook al allergisch: voor spintmijten. ‘Ik ben een uitstekende detector van spint. Als er veel spintmijt in een kas zit, ga ik niezen en tranen. ’ Alleen Louise Vet is nog niet overgevoelig voor kleine beestjes. Ze noemt haar collega’s dan ook gekscherend ‘watjes’. ‘Zullen we met Louise liggend in onze armen op de foto gaan’, grapt Van Lenteren even later.
De jolige, ontspannen sfeer rond de fotosessie illustreert de familiaire verhoudingen binnen de leerstoelgroep Entomologie. De hoogleraren noemen de open sfeer en het onderlinge vertrouwen als belangrijke succesfactoren van de groep. ‘We zijn een anarchistisch georganiseerde groep die veel tijd besteedt aan informele contacten. Als je elkaar goed kent en vertrouwt, is het geen probleem elkaar ook eens flink de waarheid te vertellen als je ergens ontevreden over bent’, zegt Vet. ‘Bij alle reorganisaties zat ik er als baas ook wel eens doorheen, dan was ik blij dat ik gewoon de kaarten open op tafel kon leggen en vragen of iemand anders soms een betere oplossing zag’, valt Van Lenteren haar bij.

Teamprestatie
Volgens opvolger Dicke zit het vooral in de samenstelling van de groep. ‘We hebben ieder een inhoudelijk verschillende specialisatie, maar we hebben elkaar toch nog zo veel te vertellen dat het goed loont om samen te werken. We zijn trots op onze familiecultuur, maar denk niet dat we de hele dag koffiedrinken.’
De drie entomologen zijn er daarom trots op dat ze als trio zijn uitverkozen om binnenkort de prestigieuze Britse Rank Prize 2005 in ontvangst te nemen. Van Lenteren, die twee jaar geleden een stap opzij deed om het leiderschap van de groep over te dragen aan Dicke en nog een paar jaar ‘lekker onderzoek te doen’, ziet de prijs ook als een bevestiging dat het goed was ‘een ander de kar te laten trekken’. ‘De situatie bij Ethologie nu of bij Dierecologie in een verder verleden, laten zien dat het heel anders kan lopen. Goede prestaties zijn altijd teamprestaties.’
De wetenschappelijke kwaliteit van de Wageningse insectenkundigen is onomstreden. Een internationale commissie die de kwaliteit van de onderzoekschool Production Ecology & Resource Conservation afgelopen jaar beoordeelde, gaf de groep de maximale algemene kwaliteitsscore (een vijf op de schaal van vijf). De commissie sprak bewonderend over de citatiescore van de drie hoogleraren: die is tezamen groter dan de gezamenlijke score bij elk van de overige vijftien leerstoelgroepen van de onderzoekschool.
Het was dan ook commissielid prof. Chris Payne van de University of Reading die de drie entomologen heeft voorgedragen voor de Rank Prize. De prijs, die is ingesteld door de legendarische meelfabrikant en filmfanaat Lord Rank, bestaat uit een oorkonde en een geldbedrag van 90.000 euro en zal begin volgend jaar aan het drietal worden uitgereikt.

‘Goede onderzoekers moeten soms ook gewoon een manusje van alles zijn’
Fundamenteel
Vet, sinds 1999 directeur en onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) en een dag per week bijzonder hoogleraar Evolutionaire ecologie in Wageningen, denkt dat ze de prijs vooral te danken hebben aan het feit dat hun fundamenteel onderzoek zo’n duidelijke uitstraling heeft naar de praktijk. ‘Dat is vooral een verdienste van Joop, die heeft altijd nauwe contacten onderhouden met bedrijven in de biologische bestrijding’.
Van Lenteren: ‘Zeker, ook van tuinders kun je leren, maar fundamenteel onderzoek is en blijft onze basis. Ik liet in een presentatie voor de voormalige landbouwminister Bukman ooit bewust alleen voorbeelden van fundamenteel onderzoek zien. Je zag hem dan steeds zenuwachtiger worden en op een gegeven moment zei hij: ‘wat heeft dat in vredesnaam nog met Wageningen te maken’. Dat is dan het goede moment om te laten zien dat juist dit soort onderzoek nodig is.’
Hij vertelt dat hij studenten wel eens urenlang bij een kaartje met sluipwesppoppen liet kijken om te zien wanneer en hoever de volwassen wespen uitvliegen. De meeste wespen blijven vlakbij de plant hangen, ze komen niet veel verder dan tien meter. Een half jaar later werd dat onderzoek door bedrijven gebruikt om de sluipwespkaartjes in de kas voortaan om de tien meter uit te zetten. ‘Het kreeg een toepassing. Voor mij is toegepast onderzoek het aantrekken van een leuk jasje, maar fundamenteel onderzoek is de basis om te zorgen dat het lijf in een goede staat verkeerd’, aldus Van Lenteren.

Vlaamsche Reus
Plezier in het onderzoek is belangrijk, maar de entomologen weten ook dat er brood op de plank moet komen. Dicke: ‘We hebben een groep van 65 mensen, waarvan er 15 uit de eerste geldstroom worden betaald. De vijf wetenschappers met een vaste aanstelling hebben er een avondtaak aan om voorstellen te schrijven en de rest aan het werk te houden.’
Het voorstel waarvoor Dicke begin 2003 de Vici-beurs van onderzoeksfinancier NWO wist binnen te slepen, schreef hij tijdens zijn laatste sabbatical. ‘De druk is groot om als leerstoelhouder geen sabbaticals meer te nemen, maar we proberen het toch zo te regelen dat iedereen er elke vijf jaar 19 weken tussenuit kan’, zegt Dicke.
Ook Vet en Van Lenteren, die een deel van het jaar werkt bij de universiteit van Perugia in Italië, zijn overtuigd van de heilzame werking van een sabbatsverlof. Van Lenteren: ‘Sommige mensen zijn bang dat als je een half jaar weg gaat, de poten onder je stoel weg zijn. Er staat altijd wel een reorganisatie of iets anders belangrijks op stapel, maar via de mail hoor je dan ook wel wat er allemaal gebeurt. Ik krijg in Perugia regelmatig een mailtje met de vraag om nog een biertje te gaan drinken in de Vlaamsche Reus. Ik kan er natuurlijk niet bij zijn, maar voel me dan op een prettige manier toch betrokken bij de groep.’

Populariseren
De entomologen hebben ook een reputatie op te houden in het populariseren van hun onderzoek. Het leverde Van Lenteren in 1992 de publiciteitsprijs op van het Nederlands Instituut voor Biologie (NIBI). Vet en Dicke treden nu in zijn voetsporen. Dicke organiseert samen met tropisch entomoloog prof. Arnold van Huis al meerdere jaren de lezingenserie ‘Insecten & Maatschappij’, die elk jaar weer garant staat voor ruime media-aandacht. Vet schrijft columns in BioNieuws, zit in het bestuur van wetenschapsmusea NEMO en Naturalis, in de adviesraad van VPRO Noorderlicht, en trad de afgelopen jaren regelmatig op als panellid in de wetenschapsquiz ‘Hoe?Zo!’.
Dicke: ‘Het valt niet hard te bewijzen maar ik denk dat populariseren zich uiteindelijk ook uitbetaalt in fonds- en studentenwerving. Het is verbazend hoeveel mensen je hebben gezien of gehoord als je weer eens op de televisie of op de radio bent geweest. Als je het met enthousiasme doet, komt een boodschap blijkbaar ook over. Er was laatst een moleculair bioloog die tegen mij zei: insecten verkopen is gemakkelijk, voor mijn onderzoek zou ik veel te veel moeten simplificeren. Ik zei: ‘Je moest eens weten hoeveel ik moet simplificeren om de boodschap over te krijgen.’
Echt opwinden kan Dicke zich over hoogleraren die hun medewerkers verbieden met de pers te praten. ‘Daar geloof ik echt niet in. Met zo’n instelling moet je ook niet op een vwo-dag gaan staan. Goede onderzoekers moeten soms ook gewoon een manusje van alles zijn.’

Gert van Maanen

Re:ageer