Wetenschap - 9 oktober 2008

Een rotjaar voor de ganzen in Siberië

Er zullen dit jaar nauwelijks jonge rotganzen overwinteren aan onze kust. De meeste jongen hebben de zomer niet overleefd. Dat zeggen de Alterra-onderzoekers dr. Bart Ebbinge en dr. Bart Nolet. Ze waren vanaf juni in de Siberische regio Taimyr om broedende rotganzen te bestuderen.
Dat er weinig nakomelingen grootgebracht zijn, heeft alles te maken met de lemming. Geheel tegen de verwachting in liet die het in Taimyr afweten. Roofdieren die normaal op lemmingen jagen, richtten hun vizier daarom nu op de rotgans en op elkaar. ‘Het was een soort wildwest’, vat Ebbinge het samen.
De relatie tussen lemmingen en rotganzen is indirect en ingewikkeld. De lemming is voedsel voor predatoren als de sneeuwuil, de middelste jager, de meeuw en de poolvos. Als er genoeg lemmingen zijn, worden de rotganzen met rust gelaten. Daar komt bij dat de rotgans graag in de buurt van de sneeuwuil broedt. Daar is ie namelijk veilig. ‘De sneeuwuil verdedigt zijn broedsel heel fanatiek tegen poolvossen. Het gevolg is dat de omgeving rond zo’n broedsel een veilige haven is voor de rotgans.’ Maar zonder lemmingen om op te eten, blijven ook de sneeuwuilen weg. En daarmee is het broedsel van de rotgans een makkelijke prooi.
Waarom de lemming wegbleef is de vraag. Ebbinge vermoedt dat het met de klimaatverandering van doen heeft. Die zorgt voor korte periodes van dooi in de winter. ‘Lemmingen leven in gangenstelsels in de sneeuw. Losse sneeuw isoleert namelijk goed. Maar als het dooit lopen die gangenstelsels vol. Als het daarna weer gaat vriezen worden ze volledig ver­ijst. Dat is de nekslag.’
Eén slecht jaar kan de rotgans overigens best hebben. Maar het gaat volgens Ebbinge al tien jaar bergafwaarts. In 1990 waren er nog 300 duizend rotganzen. Volgens de laatste tellingen van vogelclub Sovon, in opdracht van Wageningen UR, zijn er nu nog maar 215 duizend over. Bijna veertig procent van die populatie rotganzen verblijft in de winter in ons land en dan vooral in het Waddengebied. Als Ebbinge gelijk heeft zullen dat er dit jaar weer minder zijn.
Ebbinge was overigens voor het laatst in Taimyr. Na twaalf expedities vindt hij het welletjes. ‘Iemand anders moet het maar overnemen. Het is zo gruwelijk moeilijk om daar elk jaar weer geld voor te krijgen.’

Re:ageer