Student - 4 oktober 2007

Een rebellenleider als buurman

Om te bekijken of de studie Tropische bosbouw echt iets voor hen is, gingen Wilg van der Wal en Bryndis Perdijk van Van Hall Larenstein in Velp op snuffelstage. De twee derdejaars studenten Bos- en natuurbeheer brachten vorig schooljaar twee maanden door in Suriname, waar ze een ondernemingsplan maakten voor een dorp in de jungle. Wilg vertelt over hun ervaringen.

1387_nieuws.jpg
‘We moesten hard vechten om die snuffelstage voor elkaar te krijgen, want we hadden na bijna twee jaar Westerse bosbouw weinig bagage om naar de tropen te gaan. We hebben in Suriname voor een lokale ngo een ondernemingsplan ontwikkeld voor een dorp in het oerwoud. De bewoners zijn bosnegers, die langzamerhand ook aan de welvaart ruiken, in de vorm van mobiele telefoons en auto’s. Ze willen zelf commerciële activiteiten ontwikkelen. We hebben ter plaatse marktonderzoek gedaan en een ondernemingsplan bedacht voor een houtzagerij. Juist doordat mensen op die manier bewust worden van de marktprijzen, bosproducten en bosgebruik, leren ze op een duurzame manier met hun eigen bos om te gaan. We schrijven nu, vanuit Nederland, een aanvraag voor een donororganisatie om geld los te krijgen voor de machines.
Het was best lastig om in Suriname te werken. De landelijke data zijn oud en onbetrouwbaar en mensen hebben vaak enthousiaste ideeën die niet altijd even reëel zijn. Er was geen echte begeleiding bij de stage. Iemand van de ngo maakte ons buiten zijn eigen werktijd wegwijs. Verder moesten we zelf recente informatie opduikelen en uitzoeken waar de kansen lagen.
We hebben een huisje gehuurd in het stadje Moengo. Onze buurman was Ronnie Brunswijk, die hebben we nog de hand geschud. Dat hij een voormalige rebellenleider is, hoorden we pas later. Wel zag je nog de kapotgeschoten woningen van twintig jaar geleden, en er zaten overal tralies voor de huizen.
Om naar het dorp te gaan, hebben we fietsen gehuurd. Het was een uurtje fietsen. Veel mensen spreken Nederlands, alleen in de dorpen niet. Wij hebben een beetje Surinaams geleerd en verder bestond de uitwisseling uit handen- en voetenwerk.
Alles bij elkaar hebben we verschrikkelijk veel geleerd. Allebei hebben we besloten om Tropische bosbouw te studeren. We hebben daar zo genoten van de cultuur, hoe de mensen met elkaar leven. Nederland is zo bureaucratisch, in Suriname kun je makkelijker iets beginnen. Als je zelf initiatief toont, kom je daar veel verder.
Het is best bijzonder dat Bryndis en ik op dezelfde opleiding en in dezelfde klas zitten. We zaten in het begin van het eerste jaar in hetzelfde projectgroepje, en daarna kregen we een relatie. In Suriname hebben we veel aan elkaar gehad. We konden het werk mooi verdelen en daarnaast was het fijn om samen ideeën te kunnen bespreken. In gezelschap zijn we heel open, we hadden dan ook enorm veel contact met de lokale bevolking. De mensen vonden het leuk om ons overal mee naar toe te nemen in het land, naar allerlei niet-toeristische plekken.’

Re:ageer