Organisatie - 29 november 2012

Eén op de tien collega's ervaart ongewenst gedrag

Ongewenst gedrag wordt niet goed afgehandeld
Vertrouwen in Raad van Bestuur weer gedaald

Eén op de tien collega's heeft de afgelopen twee jaar te maken gehad met ongewenst gedrag, waarvan intimidatie het meest voorkwam. En maar een klein deel daarvan is naar behoren afgehandeld. Dat blijkt uit de Medewerkermonitor 2012, die door 51 procent is ingevuld. De tweejaarlijkse enquete peilt hoe wij over ons werk en elkaar denken. Daarbij is dit keer in meer detail gekeken naar intimidatie en ongewenst gedrag: wat is er gebeurd, wie is de dader en wat voor actie is ondernomen?
Van het ongewenste gedrag scoort intimidatie en onder druk zetten met bijna een kwart het hoogst, gevolgd door het niet nakomen van afspraken, onheus bejegenen en  kwetsen/roddelen. Leidinggevenden en collega's zijn in gelijke mate dader (drie op tien gevallen), studenten zijn in 3 procent van de gevallen dader.
Van de organisatie-onderdelen scoort ESG het slechtst: 15 procent van de medewerkers heeft ervaring met ongewenst gedrag. Dat is de helft boven het gemiddelde in de hele organisatie. Opvallend bij ESG is dat hier vooral leidinggevenden ongewenst gedrag vertonen: in twee derde van de gevallen wordt de baas als dader aangewezen.
Opvallend is ook wat er met gevallen van intimidatie en ongewenst  gedrag wordt gedaan. Maar 12 procent is volgens de medewerkers naar behoren afgehandeld; 27 procent is niet naar tevredenheid opgepakt. De rest is niet gemeld of nog in behandeling. Overigens is van vier van de tien in de monitor gemelde gevallen niet bekend wat voor actie is ondernomen. Minder dan de helft van de slachtoffers van ongewenst gedrag heeft er vertrouwen in dat klachten op de juiste manier worden afgehandeld.
Collegiaal
Los van het incidentele ongewenst gedrag, zijn we over het algemeen goed over elkaar te spreken. Wij vinden elkaar collegiaal (zegt 90 procent), de sfeer op de afdeling is goed (zegt 85 procent) en we werken binnen de eigen eenheid goed samen (zegt 75 procent). De samenwerking met andere onderdelen van Wageningen UR is bovendien aanzienlijk toegenomen.
Uitgesproken slecht daarentegen denken we over de raad van bestuur. Maar een kwart van ons denkt dat de RvB weet wat er leeft in de organisatie. Twee jaar geleden was dat nog een derde. Minder dan de helft heeft vertrouwen in de wijze waarop het college de organisatie bestuurt.
In de monitor is VHL niet meegenomen. Dat heeft volgens betrokkenen nauwelijks invloed op de resultaten. De trends zijn hetzelfde. De hele monitor is te zien op intranet.
 

Re:ageer