Wetenschap - 8 april 2014

Een leven met rotganzen

tekst:
Roelof Kleis
2

Veertig jaar onderzocht Bart Ebbinge (Alterra) rotganzen. Hier in ons land, maar vooral ook in Siberië, waar de vogels in de zomer broeden. In zijn nieuwste boek De rotgans geeft Ebbinge een persoonlijke weerslag van vier decennia rotganzenstudie.

Het boek is in de ik-vorm geschreven. Waarom?

‘Dat is een bewuste keuze van de uitgever. Ik vond het best wel moeilijk; ik sta niet zo graag op de voorgrond. Als wetenschapper ben je getraind om objectief te zijn en afstand te houden. Maar wetenschappelijke publicaties zijn, onder andere door alle statistiek, vaak onleesbaar. Met dit boek wil ik me op het brede publiek richten. Dat is de leermeester in mij.’

 

Wat is er zo bijzonder aan de rotgans?

‘Mijn doctoraalonderzoek ging over de ecologie van de brandgans. Toen ik klaar was met mijn studie, kwam ik bij het RIN (voorloper Alterra, red.) terecht. Mijn eerste opdracht was de rotgans, waar de boeren op Terschelling steeds meer last van hadden. Van het een kwam het ander. Het is dus in zekere zin toeval. Maar het is ook een kwestie van een kans pakken als-ie zich voordoet.’

 

Wat is jouw grootste bijdrage aan de kennis over de rotgans?

‘In de eerste plaats dat de conditie die ze hier opbouwen in het voorjaar in het Waddengebied  van groot belang is voor het broedsucces 5000 kilometer verderop in Siberië. Een andere grote ontdekking is hoe dat broedsucces samenhangt met de driejaarlijkse cyclus van de lemmingen. Als er veel lemmingen zijn, doet de rotgans het ook goed. Dankzij mijn onderzoek weten we nu hoe de interactie tussen sneeuwuilen, poolvossen en middelste jagers in een lemmingenpiekjaar werkt en hoe de rotgans en steltlopers daarvan profiteren.’

 

Ganzen zijn in ons land een plaagdier geworden. Hoe sta jij tegenover jacht op ganzen?

‘Ik ben geen jager, maar ben ook niet tegen jacht. Als iemand mij een gans geeft, eet ik die met smaak op. Als er van iets voldoende is, mag je het wat mij betreft best oogsten. Dat vind ik een veel plezieriger benadering dan dat ganzen een plaag zijn die je moet bestrijden. Jacht is een belangrijke factor in het reguleren van de aantallen. Sterker nog: de gans is zo succesvol geworden in ons land, omdat de jacht in het verleden aan banden is gelegd. Er is een essentieel verschil tussen dierenbescherming en natuurbescherming. Dierenbescherming draait om het individu, natuurbescherming gaat over de populatie. Veel mensen zien dat verschil niet. Jagers en natuurbeschermers hebben eigenlijk hetzelfde doel: dat er veel ganzen zijn. Alleen om verschillende redenen.’

De rotgans, paperback, 368 blz, ISBN 9789045091600, Uitgeverij Atlas Contact.

 

Re:acties 2

  • meneer degene die kritiek geeft

    waarom rotganzen? waarom niet een mooier dier zoals een blauwe vlaamse gaai

    Reageer
  • Wiel

    Bart Ebbinge weet hoe het werkt. Wetenschapper die zijn mening op feiten baseert en een lekker boutje niet afwijst.
    Heldere natuurvisie. Natuurbescherming vs dierenbescherming.

    Misschien moeten we deze weteschapper maar de baan van KNJV ecoloog aanbieden.

    Reageer
    • meneer die meneer die kritiek geeft ondersteund

      ik ben het eens met meneer degene die kritiek geeft. rotganzen, het zit in de naam. ROTgans


Re:ageer