Organisatie - 1 januari 1970

Een kijkje onder de toga

Wat zouden ze toch onder die lange jurken aan hebben? Dat vraag je je af als je bij de opening van het academische jaar weer al die hoogleraren in hun zwarte toga’s in een hete Aula ziet zitten. De gewaden zien er toch niet bepaald luchtig uit.
‘Op dagen als dit is hij veel te warm, vooral door de fluwelen stukken’, vertelt Linus van der Plas, hoogleraar Plantenfysiologie, na afloop van de plechtigheid. Frans Kok, hoogleraar Voeding en gezondheid, vertelt dat ze onderling hadden zitten grappen over de warmte. ‘Je zou het beste in je zwembroek kunnen zitten. En dan net als vroeger achter de bar in de studentensoos losse boordjes en een kraag om.’
Net als Van der Plas weet Kok wel hoe het hoort. ‘Onder een toga draag je een donkere broek, donkere sokken en donkere schoenen. En een wit overhemd met lange mouwen, waarvan het bovenste knoopje dicht moet, ook al is het benauwd.’
Een andere kleur overhemd, een hemd met korte mouwen, bruine schoenen of een lichte broek kunnen dus niet. Toch trok niet iedereen zich daar iets van aan, al waren de rode schoenen van Anke Niehof, hoogleraar Sociologie van consumenten en huishoudens, wel smaakvol. Kok: ‘Begin jaren zeventig lichtte men ook wel eens de hand met de regels. Toen waren er mensen met een spijkerbroek onder hun toga.’
De hoogleraren laten hun toga’s meestal achter in een grijze locker in de zogenaamde togakamer, een kale kleedruimte achter in de Aula. In de locker zit ook een haakje voor de baret. Het befje gaat af en toe thuis in de was. Van der Plas: ‘Het enige voordeel van een toga is dat je geen pak aan hoeft. Je hoeft niet als anderen na te denken wat je aan doet op zo’n dag.’/ YdH

Re:ageer