Organisatie - 2 juni 2016

Een gewoon leven

tekst:
Albert Sikkema

Plaats Syrische vluchtelingen niet in grote kampen, maar geef ze een Visa-kaart om voedsel mee te kopen en laat ze verder een zo gewoon mogelijk leven leiden. Dat adviseert hoogleraar Humanitaire hulp en wederopbouw Thea Hilhorst, net terug van een tour door het Midden-Oosten.

Foto’s Thea Hilhorst en Hollandse Hoogte

Veel Syrische vluchtelingen zitten als ratten in de val, constateert Hilhorst na een bezoek aan Libanon, Jordanië en Turkije. Twee van deze buurlanden hebben hun grenzen met Syrië dichtgegooid. ‘In de grenszone tussen Syrië en Jordanië zitten 50.000 vluchtelingen in een niemandsland. Elke dag rijden hulpverleners naar dit grensgebied met spullen, terwijl de vluchtelingen worden beschoten. In het grensgebied tussen Syrië en Turkije zie je hetzelfde verhaal. Alleen de grens met Libanon is poreus.’

Hilhorst, momenteel parttime hoogleraar in Wageningen en Rotterdam, trok drie weken door de buurlanden van Syrië en door Griekenland. Afgelopen week was de eerste VN-wereldtop over humanitaire hulp in Istanbul. Voorafgaand aan die conferentie wilde ze een beeld krijgen van de vluchtelingencrisis.

Behandel vluchtelingen zo normaal mogelijk en help ze om zichzelf te redden.

In Libanon zitten al ruim 1,5 miljoen Syrische vluchtelingen, op een totaal van 4,5 miljoen inwoners. Hilhorst: ‘Overal zitten vluchtelingen, in alle cafés en restaurants werken Syriërs. Libanon wil officieel geen vluchtelingenkampen, maar er zijn nog steeds Palestijnse kampen en daar komen nu veel Syriërs terecht. Het kamp in Saida is gegroeid van 70.000 naar 110.000 mensen, op een oppervlakte van 1,1 vierkante kilometer. Daar zitten vijftien elkaar bestrijdende milities. Volgens mijn gids in het kamp krijg je daar een kamer als je een zoon levert aan de militie. Die gaat dan vechten in Syrië of jihad voeren in Europa. Vluchtelingen kunnen terrorisme binnen brengen – dat moeten we onder ogen zien.’

Zelfredzaam

18-vluchtelingen in Izmir TH.JPG

Maar de meeste vluchtelingen in Libanon zitten niet in kampen. Die zitten op informal settlements bij boeren, waar ze een tentje opzetten op een stukje grond en wat geld verdienen in de land- en tuinbouw. Of ze huren met z’n allen een huis en zoeken zwart werk. De meeste vluchtelingen zijn zelfredzaam. Tot hun spaargeld bijna op is en ze een mensensmokkelaar inhuren om hen naar Europa te brengen. ‘De Libanese economie was al ingesteld op vluchtelingen, maar er ontstaan nu wel spanningen omdat de Syriërs de laag opgeleide Libanezen verdringen op de arbeidsmarkt.’

Ook in Jordanië en Turkije zit hooguit 10 procent van de vluchtelingen in grote kampen. Hilhorst was op bezoek bij een gezin in het Turkse Izmir. ‘Met negen personen – twee mannen, twee vrouwen, vijf kinderen – wonen ze in twee kamers. Een van de mannen maakt handtassen en verdient 500 dollar per maand, waarvan hij de helft aan huur uitgeeft. De ander heeft een hernia en heeft verzorging nodig. Ze verdienen net niet genoeg en krijgen spulletjes van een hulporganisatie die hen regelmatig thuis opzoekt. Het is vaak beter om niet in een kamp te zitten. Maar dan moet het land de vluchtelingen wel registreren, zodat ze rechtsbescherming krijgen en naar een school en ziekenhuis kunnen.’

Registratie

18-Vluchtelingenkamp Saida TH.jpg

Hilhorst zag een nieuwe ontwikkeling in Libanon. ‘Daar kreeg een deel van de vluchtelingen een soort Visa-kaart die ze alleen kunnen gebruiken in supermarkten, voor voedsel. Die kaart wordt betaald door de vluchtelingenorganisatie UNHCR. Tien jaar geleden kon dit niet, maar nu wel, door de technologische innovatie. Ook hierbij is registratie een voorwaarde, om te voorkomen dat vluchtelingen zich op vier plaatsen melden om zo’n kaart te krijgen.’

De Visa-kaart ondersteunt de kleinschalige opvang van vluchtelingen, die wat Hilhorst betreft de voorkeur moet krijgen boven de grootschalige opvang in kampen. ‘Dat zie je ook in Nederland. De grootschalige opvang leidt tot gedoe en protest, terwijl één huis met vluchtelingen in de straat geen probleem is en leidt tot burenhulp. Dat zie je in Libanon en Jordanië ook, daar ontstaan buurtcentra waar veel vluchtelingen met problemen advies krijgen en worden doorverwezen naar de juiste instanties.’

Hilhorsts advies is daarom: ‘Behandel vluchtelingen zo normaal mogelijk en help ze om zichzelf te redden. Dat betekent een goede registratie, rechtsbescherming, toegang tot gezondheidszorg en onderwijs en economische ondersteuning. Helaas ontbreekt dat op dit moment op steeds meer plaatsen.’


Humanitarian Summit

18-vluchtelingenkamp Idomeni TH.JPG

Thea Hilhorst woonde op 23 en 24 mei de eerste Humanitarian Summit van de Verenigde Naties bij in Istanbul. Het interessantst vond ze het overleg tussen de burgemeesters van de grote steden in Europa. ‘Je merkt dat die veel meer openstaan voor goede opvang van vluchtelingen dan hun nationale regeringen.’ Ook was ze te spreken over het overleg van de vijftien grootste donoren met de vijftien grootste hulporganisaties, de zogenaamde Grand Bargain. De vijftien landen, waaronder Nederland, de Verenigde Staten, Duitsland en Frankrijk, hebben afgesproken om hulporganisaties langere contracten te geven en minimaal 20 procent van het budget te besteden aan lokale hulpverleners. ‘Die zijn vaak beter en goedkoper.’

Een tegenvaller was dat de VN niet over haar eigen rol wilde praten. ‘Er is veel kritiek op het vluchtelingenbeleid. De VN controleert de uitgaven en is zelf ook voor een deel uitvoerend. Terwijl je eigenlijk een onafhankelijke toets wilt. Dit kritiekpunt stond bovenaan de verklaring van de Dutch Humanitarian Summit die de hulporganisaties vorig jaar hebben opgesteld. Maar blijkbaar had de VN geen zin om het over zichzelf te hebben.’


Re:ageer