Wetenschap - 1 januari 1970

Een diplomatieke krachttoer

Hij werd gevraagd omdat hij onafhankelijk is én weet hoe de Europese ruimtevaartorganisatie ESA werkt. Prof. Michael Schaepman was de afgelopen zes maanden voorzitter van de visitatiecommissie van het Earth Observation Envelope Programme (EOEP) van ESA. Dit wetenschappelijke programma kost 1,2 miljard euro en is zo complex als de Europese Unie zelf.

Prof. Michael Schaepman. / foto Guy Ackermans

'Het is de eerste keer dat het programma wordt geëvalueerd', vertelt Schaepman. Een twaalfkoppige, internationaal samengestelde commissie beoordeelde onder zijn leiding de wetenschappelijke, technische en financiële merites van de dataverwerking van bestaande satellieten, de planning van nieuwe satellieten, en de ontwikkeling van nieuwe technieken. Schaepman en zijn commissie wilden vooral weten hoe wetenschappelijke ideeën worden vertaald in concrete satellietmissies.
De visitatie van het ESA-programma is bedoeld als opmaat voor de ministeriële commissie die in december gaat beslissen welke onderzoeksprogramma's wel of niet doorgaan. In alle deelnemende landen lobbyen wetenschappers van diverse instituten om mee te kunnen doen aan het EOEP. Dat vergt de nodige diplomatieke kwaliteiten van de visitatiecommissie, ervoer Schaepman. 'De programma's van ESA zijn net zo complex als de Europese Unie', stelt hij.
De diplomatieke kwaliteiten van Schaepman werden nog meer op scherp gesteld, omdat hij als hoogleraar bij het Wageningse Centrum voor Geo-informatie geregeld projecten voor ESA doet. Hij had dus twee petten op; die van onafhankelijke voorzitter van de visitatiecommissie en die van Wageningse wetenschapper die ‘zijn’ Wageningen UR onderzoeksprojecten gunt. Maar de ruimtevaartorganisatie wilde het zo. De voorzitter van de visitatiecommissie moest een specialist van internationale allure zijn, én weten hoe ESA werkte. En omdat alle landen zijn voorzitterschap steunden, gaat Schaepman ervan uit dat die zijn onafhankelijkheid groot genoeg achten.

Aardbeving
Met het observatieproject van ESA onderzoeken wetenschappers vier dingen: het aardoppervlak, het klimaat, de relatie tussen geosfeer en biosfeer, en de menselijke invloed op de atmosfeer en het mariene milieu. Na de aardbeving in Pakistan werden satellietbeelden van het programma bijvoorbeeld gebruikt om hulpverleners beter naar de zwaarst getroffen gebieden te loodsen. En beelden van 's werelds grootste satelliet Envisat lieten op 7 november zien dat de grootste drijvende ijsberg bij Antarctica in kleinere stukjes uiteen is geslagen. De satellieten worden ook gebruikt om ontbossing in het Amazonegebied in kaart te brengen, en om te voorspellen waar de orkanen op de Amerikaanse kust aan land gaan.
'Wat is de wetenschappelijke opbrengst van een satellietmissie voor de Europese maatschappij?', zo luidde de centrale vraag die de visitatiecommissie moest beantwoorden. Indirect is dat een financiële kwestie, want de wetenschappelijke instrumenten aan boord van een satelliet maken het leeuwendeel uit van de kosten van een satellietmissie. 'Een satellietmissie kost tussen de tachtig en vijfhonderd miljoen euro, inclusief de lancering', vertelt Schaepman. 'Het afschieten van een raket alleen kost tussen de twintig en dertig miljoen euro.'

‘De keuze voor EarthCare is goed nieuws voor Wageningen’
De complexiteit van ESA speelt ook door in de manier waarop wetenschappelijk onderzoeksprogramma's een plek krijgen op een satelliet. 'Van de twintig voorstellen worden er vijf verder onderzocht, maar uiteindelijk kunnen er maar één of twee doorgaan', aldus Schaepman. Bij elk onderzoeksvoorstel zijn allerlei onderzoeksinstituten betrokken uit allerlei Europese landen. Al die instituten, en in het verlengde daarvan de regeringen van de landen waar ze zitten, hebben er dus belang bij dat ‘hun’ onderzoeksvoorstel wordt gekozen. De ESA krijgt dus op diverse niveaus te maken met enorme lobby's van wetenschappers en bestuurders.

Vertalen
De rol van ESA is het vertalen van deze onderzoeksvoorstellen in satellietmissies. Technici bouwen meetinstrumenten om de onderzoeken uit te voeren. Dit zijn telkens nieuwe experimenten, omdat de onderzoeken vaak zeer innovatief zijn. Die experimentele instrumenten moeten vervolgens getoetst worden op hun wetenschappelijke waarde, maar ook op financiële en technische haalbaarheid.
Over het algemeen was de visitatiecommissie volgens Schaepman erg tevreden. Het feit dat de voorheen dure en ingewikkelde dataverwerking van bestaande satellieten omgevormd is tot een flexibel en op de gebruikers ingesteld systeem, vond de commissie een flinke verbetering. En het stemt ook tot tevredenheid dat tachtig tot negentig procent van de innovatieve technologie voor de experimentele instrumenten gebruikt en hergebruikt wordt. ESA moet wel opener zijn in de manier waarop onderzoeksvoorstellen technische en financieel getoetst wordt. Wat Schaepman betreft kan de organisatie hierbij een voorbeeld nemen aan de manier waarop wetenschappers openlijk over hun onderzoek rapporteren en debatteren.
Schaepman's commissie onderzocht onder meer de onderzoeksvoorstellen Spectra en EarthCare. Spectra is gericht op de rol van de vegetatie in de koolstofcyclus en de klimaatverandering. EarthCare richt zich op de relatie tussen wolken, straling, atmosfeer en de klimaatverandering. Uiteindelijk werd gekozen voor EarthCare. 'Mijn voorkeur ging uit naar een combinatie met Spectra', aldus Schaepman, 'maar dat bleek financieel niet mogelijk.' EarthCare zou wetenschappelijk meer opleveren.

Goed nieuws
De keuze voor EarthCare is voor Wageningen UR goed nieuws, denkt Schaepman. 'In het programma is aandacht voor atmosferische chemie - daar doet de leerstoelgroep Meteorologie veel aan – en voor het onderzoeken van landoppervlak, waar het Centrum voor Geo-Informatie goed in is.'
Wat belangrijker is, is dat de keuze voor EarthCare een verschuiving in aandacht betekent, die nog meer goed nieuws voor Wageningen UR inhoudt. 'Vooral het feit dat in de toekomst de satellietmissies gericht zullen zijn op biosferische en atmosferische chemie, zal voor Wageningen UR, het ministerie van LNV en Nederland flinke opbrengsten opleveren.'
Schaepman zal er bij de Nederlandse delegatie die deelneemt aan de ministeriële conferentie dan ook op aandringen om zoveel mogelijk geld te investeren, omdat dit via het Nederlandse aandeel in het onderzoek ruimschoots kan worden terugverdiend. Maar dan heeft hij wel de pet op van de Wageningse wetenschapper. Niet van de voorzitter van de visitatiecommissie.

Martin Woestenburg

Re:ageer