Organisatie - 10 mei 2007

Eén centrale medezeggenschapsraad

Met deze brief wil ik de discussie, geopend door Korné Versluis in Resource 29 (pagina 15), over het voorstel voor een nieuw medezeggenschapmodel voortzetten. Eén van de belangrijkste consequenties van het nieuwe voorstel is dat de studentenvertegenwoordiging er ernstig op achteruit zal gaan.
Ik zal het voorstel van de raad van bestuur voor één grote centrale medezeggenschapsraad in meer detail vanuit de Wageningse methode benaderen: de koppeling van theorie met praktijk.
Vanuit theoretisch opzicht ben ik het met de raad van bestuur en Versluis eens. Eén raad is een stuk overzichtelijker, goedkoper en makkelijker te begrijpen dan een stelsel van vier verschillende raden. Echter, als we kijken naar de praktische situatie wordt het beeld genuanceerder. Het model doet namelijk geen recht aan de complexiteit van de organisatie, goede vertegenwoordiging van alle geledingen en uitgangspunten van goed management.
Ten eerste moet geconstateerd worden dat Wageningen UR een complexe organisatie is. Om de drie zeer verschillende onderdelen (WU, DLO en VHL) adequaat te kunnen vertegenwoordigen, is in de loop der jaren deze, op het eerste gezicht ingewikkelde medezeggenschapstructuur ontstaan. De logica is dat de verschillende onderdelen elk hun eigen raad hebben die precies weet wat er speelt. Een simpel medebestuursorgaan doet geen recht aan de enorme diversiteit binnen het concern.
Ten tweede merkt Versluis terecht op dat de universiteit er bekaaid afkomt in het nieuwe model met de helft minder vertegenwoordigers. Daarbij komt dat alle andere universiteiten in Nederland naast centrale raden ook nog faculteitsraden hebben. Het aantal studentvertegenwoordigers voor de universiteit wordt dus nog kleiner in het nieuwe voorstel. Bovendien wordt het verschil in abstractieniveau tussen raad en student veel te groot. Ditzelfde geldt overigens voor stafleden van de universiteit.
Ten slotte wil de raad van bestuur het voorstel doordrukken zonder belangrijke vragen te beantwoorden. Wie vraagt naar een definitie van de doelen krijgt geen antwoord, voorstellen om het huidige model te verbeteren zijn genegeerd en de consequenties van het voorstel zijn volstrekt onduidelijk.
In tijden dat het goed gaat met de organisatie, wordt wel eens vergeten wat er bereikt is in het verleden door inbreng van studenten en medewerkers. Laten we hopen dat we niet op de weg terug zijn naar het autoritaire bestuursmodel van de jaren zestig.

Mattijs Smits, namens de Progressieve Studenten Fraktie (PSF) en de Christen Studenten Fractie (CSF)

Re:ageer