Wetenschap - 1 januari 1970

Een beetje revolutie in Wageningen

Het was de Wageningse Maagdenhuisbezetting. Dé gebeurtenis waar iedereen bij geweest lijkt te zijn. Oud-studenten die zich begin jaren tachtig tot het linkse kamp rekenden - en wie deed dat niet? - krijgen nog steeds vochtige ogen als je de 'Wageningse lente' noemt. Dit voorjaar is het precies 25 jaar geleden dat studenten het oude bestuurscentrum van de universiteit een maand lang bezet hielden. De bezetting eindigde in een landelijke demonstratie. Wageningen mocht zich even het centrum wanen van studerend Nederland.

Studenten protesteren tijdens de vergadering van de Hogeschoolraad na de ontruiming van het hoofdgebouw door de ME, eerder die dag. / foto Historische Verzameling Facilitair Bedrijf

‘Onze aktie zal dan helaas moeten zijn: een ordinaire ontruiming van het hoofdgebouw.’ Met deze woorden eindigde eind maart 1980 een brief aan de bezetters van het pand aan het Salverdaplein. Onderhandelingspogingen tussen de actievoerders en het college van bestuur waren toen al meerdere malen op niets uitgelopen en ook de minister hield zijn poot stijf. De studenten waren 'actiemoe' en betwijfelden of ze nog door moesten gaan. Uiteindelijk viel, in de vroege ochtend van dinsdag 1 april, de mobiele eenheid het hoofdgebouw binnen en ontruimde het pand.

Zwart-witboek
In de maanden daarvoor hadden de plannen van minister Pais kwaad bloed gezet onder studenten. Die zagen niets in de voorgestelde opsplitsing van het onderwijs in twee fasen. De normale studieduur werd verkort van vijf naar vier jaar en alleen geselecteerde studenten mochten daarna door met de tweede fase. Toen ook de Wageningse fakulteitsraad zijn medewerking gaf aan de invulling hiervan, was voor de Wageningers de maat vol.

‘Door het prachtige weer gingen studenten het al gauw de Wageningse lente noemen’
De 'baalpunten en ideeën' die ze gedurende de wintermaanden onder richtingsgroepen (de huidige opleidingscommissies) hadden verzameld, werden gebundeld in een boekje dat ze op demonstratieve wijze aan het college van bestuur aanboden. Dr Monica Commandeur, destijds voorzitter van de Wageningse Studenten Organisatie (WSO) en lid van het actiecomité, weet nog precies hoe dat tot stand kwam. 'In eerste instantie ontstond het idee om opnieuw een zwartboek over het onderwijs uit te brengen. Maar toen ik daarover had nagedacht zei ik: nee, weet je wat wij moeten doen. Wij moeten een zwart-witboek maken. Daarin zetten we niet alleen waar we het niet mee eens zijn, maar ook onze ideeën over de verbetering van het onderwijs.'
Vlak voor het aanbieden van het zwart-witboek was er een actievergadering waarin de eerste plannen voor een grote bezetting werden gelanceerd. Besloten werd twee weken erna, op woensdag 5 maart, een grote demonstratie te organiseren die zou beginnen in het Wiskundegebouw op de Dreijen. Commandeur: 'De grote collegezaal van het Wiskundegebouw zat meer dan vol. In de zaal kunnen vijfhonderd mensen, maar ze stonden tot in de hal. En niet alleen studenten, er waren ook heel veel docenten die hun steun kwamen betuigen. We zijn toen naar het Salverdaplein gelopen om de 2500 handtekeningen die we hadden verzameld aan te bieden aan het college. Voor de deur stond daar een glimlachende bewaker, die dacht ons buiten te kunnen houden. Maar toen er iemand uit moest, zette ik snel mijn voet tussen de deur. De menigte was niet meer te houden en binnen een mum van tijd hadden studenten het hoofdgebouw overgenomen.'

Sneeuwbalsysteem
'Toen we eenmaal het hoofdgebouw bezet hadden, werden een heleboel dingen eigenlijk supersnel georganiseerd. Er was een groepje dat zich met inhoudelijke zaken bezig ging houden en binnen een paar uur hadden we een ordedienst die meteen schema's voor schoonmaken en bewaking opstelde. Het ging allemaal heel zelfgedisciplineerd.'
De dagelijkse boodschappen haalden de studenten bij de supermarkt op het Salverdaplein en via portofoons hielden ze contact met Arion, het gebouw van de WSO. De telefoonlijnen van het hoofdgebouw waren namelijk afgesloten en op Arion was een sneeuwbalsysteem opgezet waarmee telefonisch snel honderden studenten op de been konden worden gebracht.
Ook de toenmalige voorzitter van het college van bestuur, ir Peter van der Schans, herinnert zich de bezetting nog goed. 'Ik was toen uitgeweken naar een kamer in de Leeuwenborch. Veel medewerkers hadden zelf een plek gevonden, maar het was wel lastig. Toch was de verhouding tussen het bestuur en de studenten nooit echt scherp. Wij hadden er ook begrip voor dat studenten op deze manier een beetje publiciteit zochten voor hun zaakjes. En in zeker opzicht zat er ook een gemeenschappelijk belang achter.'
Commandeur: 'Het was eigenlijk geen strijd tegen de staf of de universiteit. Het college van bestuur moest het om politieke redenen wel met ons oneens zijn, maar het overnemen van het overheidsbeleid was daarvóór niet van harte gegaan. Zij zagen ook wel wat de gevolgen voor het onderwijs zouden zijn. Maar ze vonden het niet leuk dat we daarom het hoofdgebouw bezet hadden.'
Het opbloeiende studentenactivisme nam bezit van Wageningen en al gedurende de bezetting kreeg de periode zijn naam. 'Het was een prachtige maartmaand', herinnert Commandeur zich nog. 'Vandaar dat studenten het zelf al gauw 'de Wageningse lente' gingen noemen.’

Demokraties
Onder het motto 'Lawemaarbeginne' gingen de studenten aan de slag met de zo vurig gewenste 'brede onderwijsdiskussie'. Eén van hun speerpunten was de verruiming van de mogelijkheden voor projectonderwijs en ze kregen daarin de meeste richtingsgroepen mee. 'Zo organiseerden we samen met docenten een projectenmarkt om vorm te geven aan de positieve aanbevelingen in het zwart-witboek. Op het Salverdaplein hadden we allemaal markttentjes gemaakt, waar mensen hun projectidee konden presenteren. Uiteindelijk zijn er naar aanleiding van de markt een heleboel projecten gestart, waarvan er zo'n vijftig ook daadwerkelijk tot afronding zijn gekomen', aldus Commandeur.
Ondertussen probeerde het college van bestuur met de bezetters te onderhandelen. Maar die eisten harde garanties en verregaande maatregelen waar het college niet op in kon gaan. Het wantrouwen van de studenten was groot en de onderhandelingen werden nog eens bemoeilijkt doordat de reacties van het college steeds weer met de achterban moesten worden besproken. Alles moest vooral 'demokraties' verlopen. Commandeur: 'Op onze actievergaderingen kwamen vaak meer dan vierhonderd mensen. Een kwartier van tevoren zat de zaal al vol. Iedereen was zo gedreven. Om het een beetje ordelijk te laten verlopen werkten we met twee voorzitters: één technisch en de ander inhoudelijk.'
Lange tijd zag collegevoorzitter Van der Schans onderhandelen als enige oplossing. 'Eerder ontruimen was geen alternatief, dan zou het alleen maar geëscaleerd zijn. Dat deed je niet in die tijd. Je realiseerde je ook dat het je eigen studenten waren, eigenlijk de vragers van jouw onderwijs.'
Toch weigerden de collegeleden mee te werken aan een laatste bemiddelingspoging van Amsterdamse collega's en besloten ze het gebouw door de politie te laten ontruimen. Van der Schans: 'De ME had zich bij Doorwerth opgesteld. 's Ochtends om vier uur ben ik daar zelf ook heengegaan. Het idee was dat bij een vroege inval de meeste studenten nog zouden slapen. Dat lijkt te hebben gewerkt, de studenten hebben niet veel tegenstand geboden.' Commandeur: 'Op de actievergadering vóór de ontruiming was al duidelijk dat de grootste groep studenten op het eerste verzoek van de politie zijn spullen zou pakken en vrijwillig naar buiten zou gaan. Een kleine groep verzamelde zich in de senaatszaal en liet zich wegslepen. De meesten waren moe gestreden en zagen geen reden meer tot verzet.'

Tegenstanders
Van der Schans noemt de bezetting één van de moeilijkste perioden in zijn loopbaan. 'Er viel daarna ontzettend veel van me af. Ik had in de oorlog namelijk aan de andere kant gestaan. In het verzet. En nu had ik er moeite mee dat ik aan het hoofd van de colonne stond om de ontruiming te leiden. Ik was vooral ontzettend blij dat er geen ongelukken zijn gebeurd en dat we er zo doorheen zijn gekomen', aldus Van der Schans nu.
Terugkijkend ziet Commandeur de onderwijsvernieuwing die toen heeft plaatsgevonden als het belangrijkste resultaat van de bezetting. 'De tweefasenstructuur is om bezuinigingsredenen nooit tot wasdom gekomen. Het programma van de tweede fase werd gehalveerd en later toch weer toegevoegd aan de eerste fase, om die meer diepgang te geven. Maar in Wageningen vond naar aanleiding van de discussie wel een grote herprogrammering van het onderwijs plaats. Daardoor lagen we ineens tien jaar vóór op andere universiteiten.'
Overigens stonden destijds niet alle studenten achter de langdurige bezetting. Ze waren het vaak wel eens met de ideeën, maar verzetten zich tegen de actiemiddelen. De brief waarin wordt gedreigd met een 'ordinaire ontruiming' was dan ook niet afkomstig van de autoriteiten, maar van een groepje tegenstanders en getekend met 'jullie medestudenten!'.

Jasper Harms

Re:ageer