Organisatie - 14 november 2013

Een beetje nieuw werken

tekst:
Albert Sikkema

Twee jaar na de lancering van het Nieuwe Werken bij Wageningen UR wordt het concept maar mondjesmaat ingevoerd. Het idee van flexibele werkplekken zou voor onderzoekers niet erg geschikt zijn. Hoewel: ‘Veel mensen doen al aan het Nieuwe Werken, zonder dat ze het door hebben.’

Simone van Klaveren en Annet de Haas van het Facilitair Bedrijf (FB) adviseren Wageningen UR over het Nieuwe Werken. Ze zijn bovendien ervaringsdeskundigen – sinds twee jaar beschikken ze in Actio niet meer over een eigen werkplek en kamer. Elke ochtend pakken ze hun portable computer uit en zoeken een werkplek op zaal. Al zouden ze dat zelf anders formuleren. ‘We komen binnen en zoeken een plek die het beste past bij wat we gaan doen’, zegt Van Klaveren. ‘Moet ik een stuk schrijven? Dan ga ik in de focusruimte zitten. Voor overleg bespreek ik een vergaderkamer of zoek ik een zitje. Voor elke taak zijn er specifieke werkplekken in Actio.’ Ze zouden niet meer anders willen.

Maar dat geldt niet voor iedereen. Ondanks de ambitieuze doelstellingen van een paar jaar geleden wordt het Nieuwe Werken maar mondjesmaat ingevoerd op de Wageningse campus. Zo krijgen de voedingswetenschappers in het opgeknapte Axis en het nieuwe gebouw Helix allemaal een eigen werkplek. Daar hechten de onderzoekers aan, zegt Nanne Groot, bouwpastoor van deze nieuwbouw op de campus. ‘We hebben in een werkgroep besproken wat belangrijk is bij de huisvesting. Daar kwam uit dat we het onderlinge contact tussen de medewerkers willen versterken, maar tegelijkertijd moeten ze hun hoge wetenschappelijke productie blijven leveren.’ Op zaal zouden ze teveel last van elkaar hebben, was de inschatting. ‘Belangrijk zijn de telefoongesprekken, die kunnen behoorlijk afleiden’, zegt Groot. ‘Onze medewerkers bellen best veel met klanten en studenten. We wilden dus werkplekken creëren waar mensen rustig kunnen werken en bellen.’

Van Klaveren en De Haas kennen de argumenten om niet voor het Nieuwe Werken te kiezen. ‘Er zijn altijd zorgen’, zegt De Haas. ‘Mensen kunnen zich niet concentreren in een rumoerige gemeenschappelijke ruimte, zonder kamer zijn ze onvindbaar voor de studenten, ze hebben een vaste kast nodig voor hun boeken en ze moeten geregeld even snel overleggen op hun kamer. Heel vaak zijn dat soort bezwaren wel te pareren, maar alleen als je de mensen vanaf het begin laat meebeslissen over de indeling van de ruimte. Het Nieuwe Werken alleen van bovenaf opleggen werkt niet, mensen willen betrokken worden.’

Lightversie
Hoewel het Nieuwe Werken in zijn meest zuivere vorm dus maar op enkele plekken op de campus te vinden is, zijn er wel steeds mee afdelingen die voor afgezwakte varianten kiezen. Zo kiezen de voedingsgroepen wel voor het gezamenlijk gebruik van laboratoriumruimten, zodat meerdere groepen moeten intekenen voor dezelfde ruimte. Daarmee besparen ze veel dure onderzoeksruimte. Bovendien zitten de voedings-aio’s op zaaltjes met zes tot acht werkplekken, terwijl de docenten met z’n tweeën of vieren een kamer delen.

We moeten er iets van gaan maken. Problemen moeten we oplossen, gemopper is voor in het café

De Social Sciences Group gaat nog een stap verder voor haar consultancy-poot, het Centre for Development Innovation. Die is verhuisd van Hof van Wageningen naar de vierde verdieping van Radix. Daardoor hebben de ruim vijftig consultants geen vaste werkplek meer. Ze moeten elke dag hun portable computers uitpakken en een van de veertig flexbureaus in de open ruimte kiezen. Daarnaast heeft die groep de beschikking over een handvol vergaderkamers en break-out rooms, om te vergaderen, te skypen en in stilte te werken. De vijfentwintig CDI-medewerkers met een ondersteunende functie hebben echter wel een eigen kamer en plek. Een soort lightversie van het Nieuwe Werken, waarbij het type werk bepalend is voor een vaste of losse werkplek.

Het CDI heeft niet doelbewust gekozen voor het Nieuwe Werken, zegt directeur Co Verdaas. Hij wilde graag naar de campus – ‘Hier lopen we eerder mensen tegen het lijf die voor ons netwerk belangrijk zijn’. En kreeg toen als enige betaalbare optie een ruimte in Radix aangeboden met weinig vaste kamers. Maar Verdaas maalt daar niet om. ‘Ik verheug me er op en ik ga zelf ook in de open ruimte zitten. Dit is onze plek nu, we moeten er iets van gaan maken. Problemen moeten we oplossen, gemopper is voor in het café.’

Kostenbesparing
Een brede invoering van het Nieuwe Werken ligt niet in het verschiet. De ict-afdeling van het Facilitair Bedrijf gaat het doen na hun verhuizing en waarschijnlijk kiezen ook enkele leerstoelgroepen van ASG voor dit concept. Maar dan is de koek wel op – er komt geen nieuwbouw meer op de campus die volledig is ingericht op het Nieuwe Werken. In plaats daarvan mikken Van Klaveren en De Haas nu op invoering ervan door aanpassing van bestaande gebouwen. En daarbij zijn de hoge vierkante-meterprijzen op de campus en de roep om efficiënt ruimtegebruik belangrijke argumenten. Zo kijkt een werkgroep nu naar de Leeuwenborch. Door de studentengroei barst dit gebouw uit zijn voegen. Uitbreiding is geen optie. Wellicht kan een ‘open en transparante werkomgeving’ met minder vaste werkplekken hier uitkomst bieden. ‘Met het Nieuwe Werken kun je meer mensen op minder vierkante meters kwijt, dat is een hard gegeven’, zegt Van Klaveren. ‘In de oude situatie heeft iedereen een groot bureau en een zitje. Dat kan anders.’

Over twintig jaar neemt iedereen zijn eigen device mee naar het werk en zitten veel medewerkers overal en nergens, denkt De Haas. Die situatie is nu al zichtbaar. ‘Ik heb geen vaste werkplek’, zegt Hans Bothe, communicatiechef van ASG en Imares die op en neer reist tussen Lelystad, Den Helder, IJmuiden en Wageningen. Steeds minder mensen zijn gebonden aan een vaste werkplek. Zo gaat ASG flexplekken creëren voor medewerkers die zowel in Lelystad als Wageningen werken. Bothe: ‘Ondertussen nemen de plekken toe waar je kunt inloggen, telefonisch kunt vergaderen en videoconferencing kunt doen. Veel mensen doen al aan het Nieuwe Werken, zonder dat ze het door hebben.’

Foto: Rob Ramaker


Re:ageer