Organisatie - 16 maart 2011

Een beetje jarig

Gefeliciteerd! We zijn 25. Dat wil zeggen, de universitaire tak van dit bedrijf. Vijfentwintig jaar geleden werd de Landbouwhogeschool zomaar universiteit: de Landbouwuniversiteit. Zonder veel vlagvertoon.

En dat hoeven we nu ook niet te verwachten, laat woordvoerder van de Raad van Bestuur Simon Vink weten. De echte geboorte als academische instelling was in 1918. En dus werd gisteren de 93-ste Dies gevierd. Met alle vertoon van dien. Wat in 1986 gebeurde was maar 'een naamswijziging'. Meer niet. Studenten en medewerkers hoeven dus kortom na de zomer geen groengekleurd petitfourtje te verwachten.  
Zo ging het een kwart eeuw geleden ook al. Bestuursvoorzitter Dick de Zeeuw onthulde op de bewuste dag bij de Aula een sobere plaquette met het logo van de nieuwe huisstijl: de inmiddels ook al weer afgeserveerde gekantelde W. Dat was het wel. Het Wagenings Universiteitsblad (de WUB) van 4 september 1986 maakt op pagina 4 (1) melding van dit heuglijke feit. Een foto met bijschrift. Op de volgende pagina volgt een korte verklaring van de redactie. De naamswijziging 'noodzaakt' de redactie om afstand te doen van de oude naam en dito logo. Je proeft het chagrijn in de woordkeus.  Exit roemrucht WaHoBla.
Forse bezuinigingen
Verderop in hetzelfde nummer een lang verhaal over 'De moeizame invoering van een gewraakte wet'. Die wet is de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs die de Tweede Kamer een jaar eerder vaststelde. De Hogescholen (naast Wageningen ook Delft, Twente en Eindhoven) werden daarmee in een klap universiteit. Een bovenal bestuurlijke slag, zoals voormalig rector Cees Karssen verderop in deze bijdrage uitlegt. Voor de studenten veranderde er niets. Alhoewel: voortaan studeerde je aan de universiteit! Dat klinkt toch net iets anders dan school, hoe hoog ook.
1986 was het jaar van het WK voetbal in Mexico -waar Nederland niet bij was- en het jaar van de ramp in Tsjernobyl. De Wetenschapswinkel Wageningen werd opgericht en na de zomer begonnen 1034 eerstejaars aan hun universitaire studie in Wageningen. Niets wees nog op de flinke dip in eerstejaars die er aan zat te komen (zie infographic). In september gingen de eerste oio's -onderzoeksassistenten in opleiding- aan de slag en in oktober trad de nieuwe studiefinanciering in werking, waarin voortaan naast een vaste basisbeurs een deel van de aanvullende beurs rentedragend werd. Bovendien kondigde minister Wim Deetman forse bezuinigingen op het onderwijs aan. Kijk, dat hield de gemoederen pas echt bezig.
Boerenuniversiteit mag er zijn
Die nieuwe naam deed overigens wel recht aan de ontwikkeling van de Landbouwhogeschool. Wageningen was al lang veel meer dan land-, tuin- en bosbouw. Wageningen legde zich in de voorafgaande decennia in toenemende mate toe op milieubeheer, levensmiddelentechnologie, voedingsleer en biotechnologie. Zo betoogde De Zeeuw in het jaarverslag van dat jaar. Academisch onderzoek en onderwijs dus. Die nieuwe naam, met andere woorden, was niet meer dan terecht. Wageningen heeft dat de afgelopen kwart eeuw bewezen. De boerenuniversiteit mag er zijn. Ook al blijft het altijd in meerdere opzichten een buitenbeentje, zoals blijkt uit de speciale aflevering van Mijns Inziens. Proficiat dus. (bijfrage Roelof Kleis)

Al langer een 'echte' universiteit
De naamswijziging in 1986 was niet het begin, maar het sluitstuk in de ontwikkeling van landbouwhogeschool naar landbouwuniversiteit. Dat stelt voormalig rector Cees Karssen.

Toen de latere rector magnificus Cees Karssen in 1985 zijn inaugurele rede hield, werd die verstoord door studenten die net daarvoor uit het bestuurscentrum van de Landbouwhogeschool waren gegooid. Ze hadden het gebouw bezet uit protest tegen de bezuinigingsplannen van onderwijsminister Deetman. Die bezuinigingsplannen maakten veel meer indruk in Wageningen dan de promotie van de Landbouwhogeschool tot Landbouwuniversiteit een jaar later. Aan dat laatste besteedde het toenmalige Wagenings Hogeschoolblad niet meer dan een kort, plichtmatig stukje. Op pagina 5.
Buitenbeentje
Het feitelijke gevolg van de naamswijziging was dan ook niet groot, blikt Karssen terug. 'De Landbouwhogeschool functioneerde al als universiteit. Ze had al vanaf de oprichting in 1918 het recht de doctorsgraad te verlenen' De Wageningse instelling was steeds meer geïntegreerd geraakt in de Nederlandse universitaire wereld. Zo had Wageningen in de jaren zeventig fors geïnvesteerd in de fundamentele wetenschappen. Er kwamen hoogleraren in de chemische wetenschappen, waaronder Biochemie, Moleculaire biologie en Procestechnologie. Dat leidde tot de nieuwe opleidingen Voeding en Moleculaire wetenschappen. Andere nieuwe opleidingen waren Biologie en Milieuhygiëne, terwijl de maatschappijwetenschappen werden uitgebreid. Daardoor was de hogeschool in 1986 al veel meer dan plantenteelt, fokkerij en bodemkunde - de toegepaste landbouwdisciplines in het hart van de landbouwhogeschool.
Door die versterking van de fundamentele wetenschappen ging Wageningen langzaam ook meer bij de 'echte' universiteiten horen, zoals Amsterdam, Utrecht en Leiden. Maar het bleef een buitenbeentje. 'Als je als Wagenings bestuurder in een landelijk bestuur van de universiteiten zat, begon je onderaan de ladder', zegt Karssen. 'Het hing van je persoonlijkheid af of je steeg in de pikorde.'
Eén universiteitsraad
De overgang naar universiteit had wel gevolgen voor de interne bestuursstructuur. Sinds de universitaire bestuurshervorming in 1970 kende de hogeschool een faculteitsraad voor de wetenschappers en een hogeschoolraad waar de studenten en het niet-wetenschappelijke personeel samen in de meerderheid waren. Deze bestuurlijke drukte leidde tot veel discussie en een moeizaam besluitvormingsproces. Na de naamswijziging bleef er één universiteitsraad over.
'Dat scheelde een bestuurslaag', zegt Karssen. 'Bestuurlijk werd het zo een stuk helderder.' Op de hogeschool regelde de decaan het onderwijs en onderzoek, de rector mocht de besluiten afstempelen. In die dagen had de rector een dag vrij - zo kon hij nog wat onderzoek doen op de vakgroep. Ook zat hij veel in het buitenland, om het uitgebreide internationale netwerk van Wageningen te onderhouden. Op de Landbouwuniversiteit werd de rector weer voluit verantwoordelijk voor onderwijs en onderzoek.
Voor de hogescholen had de wetswijziging veel grotere gevolgen, merkt Karssen op. In 1986 werden veel kleine scholen voor middelbaar beroepsonderwijs gepromoveerd tot hogeschool. Dat was de opmaat tot een enorme fusiegolf onder hogescholen. Zo werden Larenstein (een fusie van 4 scholen) en het Van Hall Instituut (alle landbouwonderwijs uit Friesland en Groningen) gevormd. 
 


Nog maar zelden dronken aan de balie
Hoe heeft de studentenpopulatie zich de afgelopen 25 jaar ontwikkeld? Een gesprek over toen en nu, met de vier ervaren medewerkers van de studentenbalie: Marion, Henk, Evert en Sjaak.

Excentriekelingen zie je tegenwoordig toch minder dan vroeger, stelt het viertal. Zoals de student die zich 37 keer aanmeldde bij de onderwijsbalie om af te studeren. Een ander herinnert zich nog een student die een advocaat meekreeg van zijn ouders toen hij zich ging aanmelden aan de universiteit.
Studenten waren vroeger ook meer bereid tot actie, zoals een bezetting van de studentenbalie. 'We hebben weleens met een brandslang in de gang gestaan om ze tegen te houden', zegt Sjaak. 'Studenten waren fanatieker. Nu is er meer gelatenheid. Ze zijn tegenwoordig zakelijker en serieuzer.' Dat komt ook omdat er veel meer buitenlandse studenten zijn dan vroeger. 'Die moeten presteren', zegt Marion. 'Een zesje is niet goed genoeg in andere culturen. Je mag niet falen en zo'n laag cijfer betekent gezichtsverlies.'
Losgaan op de vereniging
Vroeger hadden de studenten meer tijd en ruimte. Studenten deden meer vakken dan de computer van de onderwijsadministratie aankon. De feestnummers kwamen met een 'zatte kop' om vijf voor drie 's middags nog snel even dictaten halen, zegt Evert. Je hebt ze nog wel, maar toch minder. De sfeer is nu ook goed, maar de regels zijn strakker. Nu is er meer stress, de druk om te presteren.
In het verleden werden studenten nog wel eens kort gehouden in het ouderlijk huis. Die begonnen met mooie cijfers, maar na een half jaar gingen ze los op de vereniging. Je had toen meer studenten van het platteland, meer boerenstudenten op klompen, herinnert het viertal zich. Bij de diploma-uitreiking zag je de familie in hun zondagse pak, en oma kwam ook mee. Dat zie je nu minder.
Ook het studentenleven is veranderd. Toen zat iedereen op kamers, nu gaan meer Nederlandse studenten in het weekend naar huis. Op vrijdag wordt nog weinig college gevolgd, het is rustig in het Forum. Marion: 'De buitenlandse studenten zitten 's avonds en op zondag vaak te studeren in Forum. Die worden niet snel lid van een vereniging. Als ze uitgaan, gaan ze naar de reguliere cafés op de Markt. De jongeren zitten nu meer door elkaar dan vroeger.'

Witte sportschoenen
Vroeger zag je studenten nog wel eens dronken bij de balie staan tijdens de introductiedagen. Dat gebeurt nu nog zelden. Ze zijn behoorlijk standaard gekleed, er zijn weinig uitzonderingen. Voorheen herkende je ze aan hun kleding, weet Sjaak nog. 'Zo van: die woont aan de Droevendaalsesteeg, en die in de Heerenstraat. Er waren meer aparte groepen, omdat de leerstoelen van de universiteit meer waren verspreid binnen Wageningen. Nu heb je Forum. Een prachtig gebouw, maar het is groter en anoniemer.'
Bij de buitenlandse studenten valt ook een -subtiel- verschil in kleding op. Vroeger kwamen ze in Wageningen aan en kochten ze gelijk witte sportschoenen in de winkel. Nu hebben ze die al.

'Wageningen is het merk'
Mooi is dat: zo'n moment aan kunnen wijzen dat achteraf gezien je leven heeft bepaald. Voor Dorien Brunt, afgestudeerd in september 1986, was dat toen ze twaalf was.
'Mijn vader zat op de grote vaart. Hij was kapitein op een van de laatste passagiersschepen van de KNSM', vertelt Brunt in haar Wageningse kantoor. 'Op de allerlaatste reis van zijn schip, in de zomervakantie, mocht ik mee. Naar Zuid- en Middenamerika en weer terug. Langs al die landen. Maar overal bleef je maar een paar uur. Terwijl ik zo nieuwsgierig was naar wat er werkelijk speelde in die landen.'
In '79 begon Dorien Brunt haar studie aan de Landbouwhogeschool. NM 31: agrarische sociologie van de niet-westerse gebieden. Niet-westers, in de studentenmond. Goed voor een leuke grap. Brunt: 'Tijdens het liften vroeg een chauffeur mij eens wat ik studeerde. "Niet westers", zei ik. "Wat dan wel", vroeg hij. Dat is nog steeds een van mijn standaardgrappen.'
Met niet-westers zou ze 'iets' in de ontwikkelingssamenwerking gaan doen. 'Iets goeds doen. Iets betekenen voor de mensen.' Ze speelde volleybal bij Invicta, deed toneel bij Project 80 en was actief lid van De Gele Knalpot, een club die gezelligheidsavonden organiseerde voor verstandelijk gehandicapten. En dan was er nog 'het krantenclubje': een groepje van acht gelijkgestemden dat om de drie weken een avondje de actualiteit bediscussieerde. Een gedreven en betrokken studente dus. Typisch 'Wagenings'. 
In september 1986 haalde Brunt haar bul. De eerste lichting met een universitaire bul. Niet dat dat volgens haar enig verschil maakt. 'Hogeschool of universiteit? Wageningen is het merk.' Brunt stoomde meteen door met een promotie-onderzoek naar een irrigatieproject in Mexico. Volgde haar man, de huidige Wageningse wethouder Lex Hoefsloot, naar Nicaragua waar ze haar proefschrift af maakte. Zette twee kinderen op de wereld. En na werk in Nicaragua, op het ministerie in Den Haag en in Honduras, werd het na twaalf jaar buitenland begin deze eeuw toch weer Wageningen.
Bij Alterra kwam ze in aanraking met Wing, haar huidige werkkring. Wat heet: haar eigen bedrijf. Ze is partner bij de onderneming die zich vier jaar geleden los maakte uit de moederschoot Alterra. Wing begeleidt processen in de sfeer van ruimtelijke ordening en landschap. En daar zit volgens Brunt nog steeds dat bevlogene van dat meisje van twaalf in. 'We zijn een waardengerichte organisatie. We werken vanuit de overtuiging dat wat we doen ­maatschappelijk relevant is.'  En wat mooi is: de mensen van het krantenclubje ziet ze nog steeds. Op een gegeven moment woonde iedereen zelfs weer in Wageningen. Ook typisch Wageningen trouwens. (bijdrage Roelof Kleis)

Re:ageer