Organisatie - 1 januari 1970

Eén baas voor kenniseenheid

De raad van bestuur gaat de bestuurstructuur van Wageningen UR versimpelen. De kenniseenheden krijgen één directeur. De posten van directeur wetenschap en business development vervallen. De directeur bedrijfsvoering moet een stapje terug doen.

De raad van bestuur wil verder dat de kenniseenheden meer gezamenlijk gaan optrekken. De directeuren van de kenniseenheden gaan daarom vaker samen vergaderen en besluiten nemen.
Eens per twee weken komt een nieuwe bestuursraad bijeen, bestaande uit de raad van bestuur, de directeuren van de kenniseenheden, die van Van Hall- Larenstein en de directeur van de instituten met wettelijke onderzoekstaken (o.a. Rikilt en CIDC). De nieuwe raad van tien wordt hét centrale bestuursorgaan van Wageningen UR, dat de hoofdlijnen van het gezamenlijke beleid vaststelt.
Het adagium ‘decentraal tenzij’ wordt volgens bestuursvoorzitter Aalt Dijkhuizen vervangen door ‘samen omdat’. De directeuren management dragen in de nieuwe bestuurlijke constructie geen directe bestuurlijke verantwoordelijkheid meer, maar rapporteren aan de algemeen directeur van de kenniseenheid. De directeuren business development en wetenschap moeten op zoek naar een nieuwe baan.
De raad van bestuur vindt de huidige bestuurlijke structuur te stroperig. De nieuwe structuur moet het aantal vergaderingen verminderen en duidelijker maken wie er verantwoordelijk is voor besluiten. De ‘raad van tien’ gaat niet met meerderheid van stemmen besluiten. Als er in de raad geen overeenstemming wordt bereikt hakt de raad van bestuur de knoop door. Is ook de raad van bestuur verdeeld, dan neemt de bestuursvoorzitter uiteindelijk de beslissing. Dijkhuizen: ,,We hebben dus geen collegiaal bestuur, maar duidelijke lijnen met duidelijke verantwoordelijkheden.’’
De raad van bestuur wil in mei een definitieve versie van zijn plannen klaar hebben. Als de medezeggenschapsraden en de raad van toezicht ermee instemmen, zal de nieuwe structuur in na de zomer ingaan. ,,We willen geen langdurige kwestie van maken. Dat hoeft ook niet, veel functies zijn er al.’’
Nadat de nieuwe bestuursstructuur is ingericht wil Dijkhuizen ook de staven van de kenniseenheden opnieuw gaan bekijken. ,,Die zullen we aan moeten passen aan het nieuwe model. Ook daar geldt dat de gezamenlijkheid het uitgangspunt is.’’ Hoe de nieuwe organisatie van de staf eruit zal zien, kan Dijkhuizen nog niet zeggen. Volgens de bestuursvoorzitter zullen onderzoekers en docenten profiteren van de wijziging van de bestuursstructuur. ,,Je zal niet meer op allerlei niveaus hoeven te knokken voor je belangen, want je weet wie de besluiten neemt. Dat zorgt dus voor minder gedoe op de werkvloer.’’ | K.V.

Re:ageer