Wetenschap - 1 januari 1970

Ecosysteemexperiment toont milieuschade door pesticiden aan

Ecosysteemexperiment toont milieuschade door pesticiden aan

Ecosysteemexperiment toont milieuschade door pesticiden aan

In Nederland zijn verscheidene bestrijdingsmiddelen in gebruik waarvan niet precies bekend is hoe schadelijk ze zijn voor het aquatisch milieu. Toch hanteert Nederland strikte Europese normen voor de maximaal toegestane concentraties. Promovendus ir Paul van den Brink heeft nu voor drie veel gebruikte, maar nauwelijks onderzochte bestrijdingsmiddelen aangetoond dat de normen genoeg bescherming bieden


Van den Brink baseert zich op metingen van zowel korte- als langetermijneffecten in semi-natuurlijke aquatisch ecosystemen. Het gaat om het insecticide chloorpyrifon, het herbicide linuron en het fungicide carbendazim. Van den Brink voegde ze toe aan het water in proefsloten in de buitenlucht en in grote aquaria in het laboratorium. Deze modelecosystemen bevatten tientallen zoetwaterorganismen. Bij langdurige belasting en bij concentraties beneden de Europese norm mat Van den Brink geen effect op de organismen. Bij concentraties boven de norm werd de algengroei in het oppervlaktewater gestimuleerd, een symptoom voor de verstoring van het ecosysteem. Voor insecticide was dit al lang bekend, maar voor herbicide en fungicide nog niet. Van den Brink vindt dit een belangrijke ontdekking, gezien het feit dat in de alledaagse landbouwpraktijk de normen worden overschreden

Normaliter worden de risico's van bestrijdingsmiddelen op een minder realistische manier getoetst. In plaats van hele gemeenschappen te bekijken worden effecten op een beperkt aantal organismen onderzocht, zoals een watervlo en een alg. Die staan dan model voor een veelheid aan soorten. Ook al wordt er gerekend met een ruime veiligheidsmarge, de werkelijke risico's voor het ecosysteem kunnen hierbij worden onder- of overschat. De normen die worden bepaald op grond van deze simpele proeven hoeven niet onveilig te zijn - dit toonde Van den Brink aan voor een drietal bestrijdingsmiddelen - maar ecosysteemonderzoek geeft meer zekerheid geeft over de schadelijke effecten van bestrijdingsmiddelen

Bij beleidsmakers en toxicologen is er volgens Van den Brink veel weerstand tegen onderzoek met modelecosystemen. Er zou te veel ruis in de uitkomsten zitten. Maar ik heb nu aangetoond dat je met deze experimenten goed de ecologische drempelwaarde kunt bepalen en de neveneffecten van bestrijdingsmiddelen prima kunt aantonen.

Prof. dr Jan Koeman, voorzitter van het College Toelating Bestrijdingsmiddelen, vindt modelecosysteemexperimenten waardevol om effecten van bestrijdingsmiddelen te testen als er sprake is van grote normoverschrijdingen. Vele firma's die bestrijdingsmiddelen produceren, doen volgens hem zulke proeven al op eigen initiatief. Koeman verwacht niet dat zulk ecosysteemonderzoek nodig is voor middelen waarbij boeren de normen niet overschrijden. De Nederlandse normen liggen sowieso erg hoog. In het Besluit Milieu Toelatingseisen Bestrijdingsmiddelen van 1995 zijn de toelatingscriteria zwaar aangescherpt.

Het ecosysteemonderzoek moet uiteindelijk leiden tot modellen die de effecten van bestrijdingsmiddelen op ecosysteemniveau kunnen voorspellen. Van den Brink: Wageningen UR en het RIVM zijn hier samen mee bezig. Over een jaar of tien kunnen we die als voorspellende modellen gebruiken, zodat we niet altijd dure proeven hoeven te doen om bestrijdingsmiddelen te testen. H.B

Re:ageer