Organisatie - 1 januari 1970

‘Ecologisering landbouw niet aan markt overlaten’

Bij de opening van het Biologisch Proef- en Leerbedrijf Droevendaal op vrijdag 12 juni sprak Harm Evert Waalkens vriendelijke woorden over de rol van Wageningen UR in de biologische landbouw. In een vraaggesprek waarschuwt hij echter ook voor te veel zelfgenoegzaamheid. ,,Het fundament van de Nederlandse landbouw moet verbreed worden. Wageningen moet die verantwoordelijkheid op zich nemen en nu niet in zijn schulp kruipen.’’

Het was vrijdag een beetje het feestje van Waalkens. De toegenomen aandacht voor biologische landbouw in Wageningen is immers voor een deel op zijn conto te schrijven. In 1999 dwong hij het ministerie van LNV in een motie tot het vanaf 2008 besteden van minstens tien procent van haar onderzoeksbudget voor Wageningen UR aan biologische landbouw. Dat deze doelstelling nu al behaald is, stemt Waalkens tevreden. ,,Er zijn wel moties die het er slechter afbrengen. Het is leuk dat de doelstellingen in fysieke zin gehaald worden. Nog veel belangrijker is echter dat er meer dynamiek komt en de kennisvermeerdering geïntensiveerd wordt. Het fundament van de Nederlandse landbouw moet verbreed worden’’, aldus Waalkens.
Hiervoor zijn volgens hem innovatiesprongen nodig, en biologische landbouw is zeker niet het enige spoor dat gevolgd moet worden. ,,Ik zie zelf ook wel iets in varkensflats of agroproductieparken. Als het je daar lukt de productie op een verantwoorde manier vorm te geven, blijft er grond over voor extensieve bedrijven.’’ Hij ergert zich eraan dat de huidige coalitie zulk soort zaken niet wil afdwingen. ,,Je kunt de ecologisering van de landbouw niet alleen aan de markt overlaten. De gedachte dat het allemaal wel goed gaat als we een beetje aan de knoppen draaien is gevaarlijk.’’
De boeren in Nederland vergelijkt hij met een peloton. Overheid en kennisinstellingen moeten volgens hem vooral aandacht hebben voor wat er aan de kop en de staart van het peloton gebeurt. ,,De middengroep redt het wel, maar de koplopers moet je experimenteerruimte geven en steunen, terwijl je in de bezemwagen koffie en broodjes hoort te serveren.’’ De transitie en krimp die zich nu op het platteland voltrekt laat volgens hem ‘een ongenadig spoor van verwoesting’ na.
Voor de verbreding van de kennis over de landbouw ziet Waalkens ook nadrukkelijk een rol weggelegd voor de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht: ,,Zij zijn nu aan de beurt.’’ Wageningen moet zich ondertussen sterker richten op de consument en daarbij haar nek uit durven steken. ,,Risicomijdend gedrag is dodelijk voor de wetenschap’’, aldus Waalkens. Dat de consument niet echt wil betalen voor gezonde voeding neemt hij met een korreltje zout. ,,Ik sprak laatst een fabrikant die sinds hij zijn frites heeft omgedoopt in ‘boerenfriet’ de patat niet meer kan aanslepen. Ook duurder maken hielp niet, het werd alleen maar erger. Voeding is wel degelijk emotie.’’
Hij heeft dan ook de indruk dat landbouwminister Veerman de zaken te rationeel wil aanpakken. ,,Cees Veerman is een goede minister en misschien is hij nog wel beter op zijn plaats in Brussel, waar hij nog meer zijn eigen gang kan gaan. Wageningen heeft hij echter met nogal wat losse eindjes opgezadeld’’, meent Waalkens. ,,In de reorganisatie zijn de kenniseenheden met de poten en ruggen tegen elkaar aangezet.’’ Hierdoor dreigde de veelgeroemde interdisciplinaire aanpak van Wageningen verloren te gaan. ,,De eenheden hielden zich vooral bezig met elkaar rekeningen sturen’’, aldus Waalkens. Inmiddels ziet hij wel weer tekenen van herstel. | G.v.M.

Re:ageer