Wetenschap - 1 januari 1970

Ecologen meten gevaar diergeneesmiddelen

Onderzoekers die willen beoordelen of diergeneesmiddelen gevaarlijk zijn voor het milieu kunnen de medicijnen bestuderen in aquaria en kleine proefgebieden. Wageningse aquatische biologen buigen hun laboratoriumonderzoek naar de vaak dodelijke effecten van bestrijdingsmiddelen nu om naar de meer slepende en complexere gevolgen van de medicijnen.

Onderzoekers die willen beoordelen of diergeneesmiddelen gevaarlijk zijn voor het milieu kunnen de medicijnen bestuderen in aquaria en kleine proefgebieden. Wageningse aquatische biologen buigen hun laboratoriumonderzoek naar de vaak dodelijke effecten van bestrijdingsmiddelen nu om naar de meer slepende en complexere gevolgen van de medicijnen.
Het wordt nu pas een item en daarom is er nog niet zo veel over bekend. Maar dat de medicijnen waarmee boeren hun veestapel behandelen gevolgen hebben voor het milieu, dat staat vast. ‘Onze groep doet ondertussen al twintig jaar onderzoek naar bestrijdingsmiddelen’, zegt dr Paul van den Brink die werkt bij Alterra en de leerstoelgroep Aquatische Ecologie en Waterkwaliteitsbeheer. ‘Die komen tijdens korte periodes in het leefmilieu. Bij medicijnen heb je te maken met kleinere hoeveelheden, maar de periode dat dieren medicijnen krijgen is meestal langer dan de periode dat boeren bestrijdingsmiddelen gebruiken.’
Van den Brink en zijn collega’s bestuderen de effecten van bestrijdingsmiddelen vanouds in aquaria van een kubieke meter – een ‘microkosmos’ – en in proefsloten van zo’n veertig meter lang – een ‘mesokosmos’. Het tijdschrift Environmental Toxicology and Chemistry vroeg Van den Brink daarom om een artikel te schrijven over de mogelijkheden om dezelfde methode te gebruiken bij veterinaire medicijnen. Zeker in landen waar boeren hormoonpreparaten mogen gebruiken om hun dieren sneller te laten groeien, worden experts ongerust over de gevolgen van die middelen voor het milieu, en uiteindelijk ook de mens.
‘In onze aquaria en sloten kijken we naar het ecosysteem’, zegt Van den Brink. ‘Bij bestrijdingsmiddelen kijken we vooral naar aantallen organismen. Hoeveel van welk soort gaan er dood? Dat meten we. Logisch, want bestrijdingsmiddelen zijn bedoeld om organismen te doden. Medicijnen zijn gemaakt om organismen te beïnvloeden, en dus is het onderzoek complexer. Je kijkt dan naar wat wij ‘functionele eindpunten’ noemen. Bijvoorbeeld naar hoeveel blad micro-organismen afbreken, of hoeveel zuurstof planten produceren.’
Hoewel hij de gevolgen van medicijnen uitstekend kan onderzoeken, verwacht Van den Brink niet dat hij overladen gaat worden met opdrachten. ‘Bij de toelatingsprocedures voor veterinaire medicijnen leeft het onderwerp nog niet erg, merken we.’ / WK

Re:ageer