Wetenschap - 1 januari 1970

'Ecokeurmerk leidt niet tot duurzame visserij'

Duurzame vis is in opkomst. Vissoorten als de hoki, de wilde zalm en de pollak liggen in de supermarkt met een ecokeurmerk op de verpakking. Maar veel van die vis wordt door megaschepen opgevist in de oceanen, zo ver van de kust dat er geen visserijbeleid voor geldt. Zulke grootschalige visserij is geen toonbeeld van duurzame visserij, vindt dr Martin Scholten van het Rivo. Hij pleit voor een keurmerk voor vissers in plaats van vissoorten.

In Duitse en Britse supermarkten is vis met ecokeurmerk niet meer weg te denken. In Nederland is duurzame vis reeds verwerkt in vissticks en andere diepvriesproducten. Het meest bekende ecokeurmerk voor vis is van de Marine Stewardship Council (MSC), een initiatief van het Wereld Natuur Fonds en de 's werelds grootste visproducent Unilever. Dit blauwwit gekleurde merkje prijkt naast de hoki onder meer op de verpakking van wilde zalm en pollak uit Alaska om aan te geven dat de visserij duurzaam is.
Dr Martin Scholten, directeur van het Nederlandse Insituut voor Visserijonderzoek (Rivo), is sceptisch. 'In feite kopen grote multinationals dit certificaat, terwijl de visserij niet echt duurzaam is. Met megaschepen en gigantische netten vissen ze bijvoorbeeld op de hoki nabij Nieuw Zeeland. Ze verwerken de vis meteen op het schip. Het zijn drijvende fabrieken.'
De industriële visserij levert bijvoorbeeld veel bijvangsten op, stelt Scholten. Commerciële vissoorten waar de visser zich niet op richt, gaan dikwijls dood overboord. Ook worden niet-commerciële, soms zeldzame soorten bijgevangen zoals haaien, zeeschildpadden en roggen. De geautomatiseerde visverwerking aan boord betekent ook dat de overlevingskans van de bijvangsten veel kleiner is dan op de kleinere vissersschepen.

Multinationals
De certificeringprocedure van de MSC is duur; honderdvijftig duizend Amerikaanse dollar is niet ongewoon. Het keurmerk vereist forse investeringen in het procesmanagement van vissers, zoals regelmatige monitoring en schattingen van het visbestand. Grote multinationals kunnen dit wel opbrengen, stelt Scholten, maar de kleinere vissersvloten die duurzaam werken en bijvoorbeeld verse vismarkten bedienen niet.
Eind vorige maand was de certificering van vis onderwerp van discussie tijdens de jaarlijkse vergadering van de directeuren van Europese visserijonderzoeksinstituten, de Efaro (European Fisheries & Aquaculture Research Organizations). Voorzitter Scholten en diverse andere onderzoekers, met name uit Scandinavië, zetten hun vraagtekens bij het MSC-keurmerk.
'De industrievisserij let er om bedrijfseconomische redenen zelf op dat de visbestanden niet worden gereduceerd tot onder het biologisch veilig minimum', meent Scholten. 'Dat is ook de eis voor het MSC-keurmerk. Maar ik vind dat we scherpere duurzaamheidseisen moet stellen, ook ten aanzien van de manier waarop gevist wordt.'

Instorten
Uitgaan van het uiterste minimum voor visbestanden is ook niet verstandig, vindt Scholten. Een kleine tegenslag of vangsttoename kan de vispopulatie dan doen instorten. 'Een visserijdruk zoals die op de hoki ten zuiden van Australië, zou niet worden geaccepteerd in een economische exclusieve zone met een visserijbeleid gebaseerd op voorzorgsprincipes, zoals de Noordzee.'
Niet alleen de visserij-intensiteit is van belang, zegt Scholten. 'Het MSC-keurmerk kijkt naar de totale visserijdruk op steeds één vissoort. Eenmaal gecertificeerd kunnen alle vissers en visproducenten deze vis leveren. Maar de wereld is niet zo zwart-wit. Ook speelt mee hoeveel ongewenste bijvangsten er zijn, hoe een visser daarmee omgaat, eventueel excessief brandstofverbruik en of er ecologische schade wordt aangericht met vistuigen. Het MSC-keurmerk houdt daar nauwelijks rekening mee.'
Het Scandinavische Nordic-keurmerk doet dat wel, weet Scholten. Dit keurmerk is gebaseerd op richtlijnen voor duurzame visserij van de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties. 'De FAO-richtlijnen zijn oorspronkelijk ontwikkeld om te bepalen hoe duurzaam de lokale visserijen zijn in de tropen', aldus Scholten. 'Niet alleen de visserij-inspanning in relatie tot het visbestand, ook de gebruikte vistuigen en bijvangsten worden onder de loep genomen. Forse investeringen voor het in kaart brengen van de gehele visserij zijn niet vereist. Een simpele kwaliteitsbeoordeling van de prestaties van een individuele visser is het uitgangspunt. Zo kan ook de traditionele, artisanale visserij aan de richtlijnen voldoen.'

Kokkelvissers
De artisanale, relatief kleinschalige visserij is duurzamer dan de industriële, soortspecifieke vissersvloten, meent Scholten. Traditionele vissers in Canada, maar ook bijvoorbeeld in Afrika en Zuidoost-Azië, weten dikwijls hoe ze op een duurzame manier met de vispopulaties kunnen omgaan. Door op bepaalde plekken niet te vissen weten ze de visrijkdom te beschermen.
Scholten gelooft dat ook de meer traditionele visserijen in westerse landen een voorbeeld kunnen zijn van duurzame exploitatie van vis, en eigenlijk gecertificeerd zouden moeten worden om de consument erop te attenderen. Zo is er in de Noordzee een kleine opleving van de traditionele gemengde visserij, vissers die verschillende vissoorten vangen, afhankelijk van het aanbod. 'De natuur is grillig. Soms heb je rijke jaren voor tong, kabeljauw of poon, soms arme. Vissers zouden meer op deze dynamiek kunnen inspelen.'
Als deze artisanale vissers moeilijk aanspraak kunnen maken op een ecokeurmerk, dan is er volgens Scholten iets mis met het certificeringsysteem. 'De certificeerders van de MSC zullen zeggen dat zij ook artisanale visserij hebben gecertificeerd. Maar ze halen altijd dezelfde voorbeelden uit de kast, de kokkelvissers in Engeland en de Indiaanse vissers in Canada. Het is beperkt en deze artisanale vissers hebben waarschijnlijk financiële hulp gekregen om de kostbare certificeringprocedure en bijkomende investeringen te bekostigen.'

Zeeschildpadden
Scholten pleit voor certificering van een visproducent in plaats van een enkele vissoort als hoki of wilde zalm. 'Zo kun je het kaf van het koren scheiden. Het geeft visproducenten en toeleverende vissers een incentive om duurzaam te vissen.' Bij het systeem van de MSC worden individuele vissers niet direct aangespoord om duurzamer te opereren, stelt Scholten. 'Scholvissers in de Noordzee kunnen bijvoorbeeld wel overgaan op vistuigen die minder schade aan de zeebodem aanrichten dan de huidige boomkorren, maar zolang niet elke scholvisser dit doet, krijgen vissers die het wel doen er geen MSC-keurmerk voor. De MSC-certificeerders beoordelen de scholvisserij in haar geheel.'
'Als het MSC-keurmerk bekender en populair wordt bij de consument, zal deze grootschalige, gespecialiseerde visserij helaas worden gestimuleerd', verzucht Scholten. 'Het leidt hooguit tot een stukje kwaliteitsverbetering en promotie van het product en niet tot een transitie naar een meer duurzame visserij.' / HB

Re:ageer