Wetenschap - 10 juli 2020

Ecoducten zijn duur maar nuttig

tekst:
Roelof Kleis

Ecoducten aanleggen is een relatief dure manier om de natuur de verbeteren. Herstel van bestaand groen levert per euro veel meer op.

Ecoduct in het Dwingelderveld bij Beilen (Drenthe) © Shutterstock

Dat blijkt uit een onderzoek van onder meer WUR naar de kosteneffectiviteit van ecoducten en faunapassages. Nederland ligt vol met dergelijke bouwwerken, die zijn bedoeld om de door wegen versnipperde natuur met elkaar te verbinden. Maar werkt dat? Kun je die ecologische verbetering objectief meten en vergelijken met andere ingrepen die de ecologie van een gebied verbeteren?

Ontsnippering
De directe aanleiding om die vragen te beantwoorden is het Meerjarenprogramama Ontsnippering dat in 2005 van start ging en inmiddels is afgerond. Binnen dit programma zijn 176 plekken aangepakt, waar snel-, water- of spoorwegen natuurgebieden van elkaar scheiden. Voor 283 miljoen euro zijn ecoducten, faunatunnels en andere voorzieningen aangelegd om natuurgebieden met elkaar te verbinden.

faunapassage.jpg

Met verschillende methodes hebben de onderzoekers het effect van die maatregelen in kaart proberen te brengen. Eentje daarvan berekent de toename van de ecologische kwaliteit van een gebied als er een tunnel of passage wordt aangelegd. Die toename wordt uitgedrukt in hectaren met een hoge biodiversiteitswaarde. Alle maatregelen samen leverden een toename van 1734 hectare op. Let wel, geen nieuwe natuur maar ecologisch verbeterde natuur.

Onoverkomelijke barrière
Dat klinkt simpeler dan het is. ‘De kwaliteit van een terrein wordt door heel veel verschillende factoren bepaald’, zegt Rogier Pouwels, die namens WUR bij de studie is betrokken. ‘Een weg is niet voor alle soorten een even groot probleem. Voor een aantal soorten waarvoor wegen wel een onoverkomelijke barrière zijn, is die ecologische verbetering bepaald. Het is een hele mooie en snelle methode.’

Op veel plekken is er maar één oplossing voorhanden om een knelpunt op te lossen: het leefgebied vergroten door een ecoduct aan te leggen
Rogier Pouwels, ecoloog WUR

Die veranderde kwaliteit van een gebied werd naast data gelegd over soorten en populaties in de gekoppelde gebieden en het gebruik van de aangelegde passages door dieren. De resultaten van wildpassages werden vergeleken met maatregelen om bestaande natuur beter te beheren en het omvormen van landbouwgrond naar natuur. Dat leidt tot deels verrassende conclusies.

Eén oplossing
Ecoducten blijken wat kosten betreft een peperdure manier om extra natuurwaarde te creëren. Ecologisch gezien levert een euro aan beter beheer zeven keer meer op dan wanneer die euro in een ecoduct wordt gestoken. Maar dat is volgens Pouwels geen argument tegen wildpassages. ‘Op veel plekken is er maar één oplossing voorhanden om een knelpunt op te lossen: het leefgebied vergroten door een ecoduct aan te leggen.’

Ecoducten en andere wildpassages hebben bovendien het voordeel dat ze relatief eenvoudig en snel zijn te realiseren. Pouwels wijst er bovendien op dat de gehanteerde methode alleen maar kijkt naar de verbetering van de lokale ecologische kwaliteit. ‘We hebben niet gekeken naar wat wildpassages betekenen voor de ecologie op grotere schaal, bijvoorbeeld de genetische uitwisseling tussen populaties of de aanpassing aan het veranderende klimaat.’  


Re:ageer