Wetenschap - 1 januari 1970

‘Echte tropenkennis verdwijnt’

In een uitpuilend postvak bij het secretariaat van Agromisa ligt de oogst van deze week. Tientallen brieven op luchtpostvelletjes waarin mensen uit ontwikkelingslanden om uitleg vragen over de teelt van een gewas of het fokken van dieren. Vaak in houterige hanenpoten, want de opstellers van de brieven zijn niet gewend te schrijven.

Sierk Plaat: ‘Wageningen heeft een instelling als Agromisa nodig die met de voeten op de grond staat.’ / foto Guy Ackermans

De doelgroep van Agromisa bestaat uit kleine boeren en vertegenwoordigers van boerengroepen, veelal uit Afrika. De ideële stichting bedient deze mensen met praktische kennis over land en tuinbouw, veeteelt of de vermarkting van producten. Ze doet dat door schriftelijke vragen te beantwoorden en door Agrodoks uit te brengen, goedkope boekjes met praktische informatie. En ook met een lichte internetsite die ook toegankelijk is voor minder vlotte computers in ontwikkelingslanden.
De kennis komt van zo´n zestig vrijwilligers, vooral medewerkers of alumni van de universiteit, die vaak langdurige tropenervaring hebben en praktische kennis van zaken. Daarnaast heeft Agromisa een kleine betaalde staf, vooral voor de administratie.

Professioneler
In februari van dit jaar is Sierk Plaat (MSc) aangesteld als nieuwe directeur van Agromisa. Hij komt van het Praktijkonderzoek Plant en Omgeving, en werkt daar deels nog steeds. Op het eerste gezicht is hij een vreemde eend in de bijt bij Agromisa, waar vooral tropengangers en idealisten als vrijwilliger werken.
Maar nader beschouwd is het heel logisch. Wat PPO doet voor Nederlandse boeren, wil Plaat met Agromisa doen voor kleinschalige boeren in ontwikkelingslanden. Minder professioneel, want met minder staf en met veel vrijwilligers. Plaat is aangesteld om Agromisa te professionaliseren, maar wil daarbij de vrijwilligers niet voor de voeten lopen. Want daar drijft de organisatie op. ´De vrijwilligers zijn enthousiast, en dankzij hen kunnen we goedkoop advies bieden. Soms gaat het werk wat langzamer, want je kunt van vrijwilligers niet alles vragen. Wel professionaliseren we het secretariaat en de administratie. Daar zitten betaalde mensen. Zodat de vrijwilligers goed ondersteund worden.’
De overstap van PPO naar Agromisa is bovendien logisch omdat Plaat vijftien jaar werkervaring heeft in de tropen. Hij studeerde tropische landbouw in Deventer, haalde een MSc in Engeland, en werkte onder andere voor HVA, een bedrijf dat suiker en sisalplantages had in bijvoorbeeld Tanzania. Daarna werd hij consultant en reisde voor Friesland Coberco, Cebeco en andere bedrijven de wereld rond. Bijvoorbeeld om in Nigeria een versmarkt voor melk op te zetten die aansluit bij de productie van gecondenseerde melk in blikjes. Ook bij PPO deed hij veel internationale projecten in onder meer Oost-Europa, Oost-Afrika, Egypte en Jordanië.

Vergrijzing
Die tropenervaring hebben veel vrijwilligers van Agromisa ook. ´Kleurrijke mensen die in een goede sfeer samenwerken’, zegt Plaat. Vroeger waren het veel studenten, maar de interesse onder studenten voor ontwikkelingssamenwerking wordt minder. En de vrijwilligers vergrijzen. Veel zijn al boven de vijftig jaar. ´Echte tropische kennis verdwijnt in Wageningen, en dat is een slechte zaak,’ zegt Plaat. De oude tropische vakgroepen - tropische plantenteelt en tropische bodemkunde bijvoorbeeld - werden opgeheven. Er is niemand meer die alles weet van de teelt van koffie. De nadruk binnen Wagenings ontwikkelingsgericht onderzoek en onderwijs ligt nu meer op de opbouw van capaciteit, en veel minder op technische kennis. `Over twintig jaar is die echte tropenkennis verdwenen.’

‘Er worden binnen Wageningen UR veel abstracte discussies gevoerd’
Toch is er nog steeds veel kennis in Wageningen waar kleine boeren in ontwikkelingslanden iets aan hebben, denkt Plaat. Maar daarvoor moeten wel nieuwe allianties gevonden worden. Kennis van tuinbouw in Nederland kan bijvoorbeeld ook van nut zijn voor boeren in Afrika, als die maar toegankelijk gemaakt wordt. Neem het onderzoek van PROTA, dat nuttige planten in Afrika inventariseert. PROTA geeft boeken uit, maar die zijn voor kleine boeren niet te krijgen of niet te begrijpen. Plaat heeft al contact met het ministerie van Buitenlandse Zaken dat graag wil dat Agromisa de onderzoeksresultaten van PROTA uit gaat geven in kleine en goedkope boekjes.
Daarnaast wil Plaat dat Agromisa meer gaat samenwerken met het praktijkonderzoek van Wageningen UR. PPO maakt voor boeren kwantitatieve analyses over de mogelijke opbrengsten van gewassen en de kosten van investeringen in bijvoorbeeld trekkers. Dat is handig bij het maken van een bedrijfsplan, ook voor boeren in ontwikkelingslanden. En Plaat gaat ook zijn pijlen richten op Hogeschool Larenstein, het Internationaal Agrarisch Centrum (IAC) en het Noord Zuid Centrum.
De directeur wil verder promotieonderzoekers benaderen die uit ontwikkelingslanden komen. En tot slot hoopt hij dat Agromisa profiteert van het feit dat hij secretaris is van AgriProFocus, de nieuwe samenwerking tussen Wageningen UR, LTO Nederland, bedrijven en ontwikkelingsorganisaties, die producentenorganisaties in ontwikkelingslanden ondersteunt.

Ideële winkel
In al die samenwerking ziet Plaat Agromisa als een ´winkel met een ideëel doel’. `Via andere organisaties kunnen we de verspreiding van onze Agrodoks vergroten.’ Geld voor de productie van Agrodoks krijgt Agromisa nu vooral van het CTA, het technisch centrum voor landbouw en plattelandsontwikkeling dat namens de EU de voormalige koloniën ondersteunt. Daarnaast krijgt Agromisa donaties, en die wil Plaat meer gaan werven.
Het ontbreekt in veel echt arme landen nog aan een goede kennisinfrastructuur, zegt Plaat. ´Er zit een kennisgat in de opleidingen in ontwikkelingslanden. Samen met anderen binnen Wageningen UR kunnen we dat gat opvullen. Er worden binnen de organisatie veel abstracte discussies gevoerd. En vaak blijft het daar dan bij. Wageningen heeft ook een gegronde instelling als Agromisa nodig, die met de voeten op de grond staat en kennis vertaalt naar de praktijk. Net zoals wij weer de kennis van Wageningen UR nodig hebben.’
Daarmee zou Agromisa als kleine maatschappelijke organisatie de luis in de pels van internationaal werkend Wageningen kunnen zijn. Misschien alleen al door af en toe de stapels luchtpost van kleine boeren uit ontwikkelingslanden bij academici op tafel te leggen.

Joris Tielens

Re:ageer