Wetenschap - 19 maart 2009

EFFECT NANOTECHNOLOGIE OP WATERBODEMS KLEIN

De hoeveelheid door de industrie geproduceerde koolstofnanodeeltjes in waterbodems is verwaarloosbaar klein ten opzichte van de al aanwezige hoeveelheid van andere herkomst. Tot die conclusie komt persoonlijk hoogleraar Aquatische ecologie en waterkwaliteitsbeheer prof. Bart Koelmans na onderzoek in enkele meren.

Bodems van rivieren en meren zijn bij uitstek plaatsen waar koolstofnanodeeltjes (KN’s) zich ophopen. Koelmans onderscheidt twee categorieën: deeltjes uit bijproducten van de industrie, roet en uitlaatgassen – achtergrond-KN’s genoemd – en deeltjes die de industrie bewust produceert voor de toepassing van nanotechnologie - antropogene KN’s genoemd.
Koelmans berekende voor diverse meren hoeveel KN’s van antropogene herkomst verwacht kunnen worden ten opzichte van achtergrondniveaus. Zijn conclusie: de bijdrage van antropogene KN’s is heel klein. De hoeveelheid achtergrond-KN’s is 10 duizend tot 10 miljoen keer zo groot. Hij publiceert deze bevindingen samen met Amerikaanse en Zwitserse collega’s in Environmental Pollution.
Nanodeeltjes zijn niets nieuws en komen in grote hoeveelheden vrij bij verbrandingsprocessen. Ook fijnstof bestaat deels uit nanodeeltjes. ‘Nanodeeltjes zijn overal om ons heen’ stelt Koelmans. ‘Ze zijn onzichtbaar en reactief en door talloze toepassingen komen ze steeds meer in onze leefomgeving.’ Hij vindt het daarom begrijpelijk dat de angst voor mogelijke effecten er diep in zit. Sommige nanodeeltjes dringen diep in longen en hersenen door en kunnen daar ontstekingsreacties veroorzaken, en in sommige gevallen zouden ze wel eens kankerverwekkend kunnen zijn.
Sommige veelbelovende toepassingen zouden in de toekomst om die reden gelimiteerd kunnen worden. Volgens Koelmans is het de verantwoordelijkheid van producenten van KN’s om na te denken over mogelijke effecten en risico’s van deze veelbelovende stoffen.
De resultaten van zijn onderzoek lijken de gevaren van nieuw geproduceerde KN’s echter te relativeren. Valt het dus wel mee met die nanovervuiling? Koelmans: ‘Zelfs als je uitgaat van een worstcasescenario, waarbij alle nanodeeltjes in de sedimenten belanden, dan nog is de hoeveelheid antropogene deeltjes verwaarloosbaar ten opzichte van de rest.’
Verrassend genoeg blijken KN’s ook positieve effecten te hebben. In sedimenten binden deze stoffen zich vooral aan verontreinigingen als pcb’s en pesticiden. Dit zou de effecten van die stoffen op het milieu kunnen verminderen doordat ze vanuit het water in de sedimenten getrokken worden. Organismen nemen zo’n complex veel moeilijker op. De antropogene KN’s leveren echter nauwelijks een bijdrage aan extra binding van de verontreiniging, concludeert Koelmans. ‘De nanodeeltjes van andere herkomst zijn over millennia geaccumuleerd en binden kwantitatief vele malen meer organische verontreiniging dan wat wij zullen produceren’, stelt hij. ‘Het is echter wel interessant om door toevoeging van koolstofdeeltjes aan vervuilde waterbodems giftige stoffen te immobiliseren en zo de biologische beschikbaarheid - en dus de risico’s - te verminderen. Dit doen we nu in door STW gefinancierd onderzoek, samen met Milieutechnologie.’

Re:ageer