Wetenschap - 19 maart 2009

ÉÉN VIRUSDEELTJE KAN AL INFECTIE VEROORZAKEN

Sommige virussen kunnen hun gastheer infecteren met slechts één virusdeeltje. De virusdeeltjes werken dan volledig onafhankelijk van elkaar. Dat ontdekten dr. Mark Zwart en zijn collega’s van het Laboratorium voor Virologie. Hun bevindingen zijn beschreven in Proceedings of the Royal Society B van deze week.

Impressie van een griepvirus tussen de trilharen van een gastheercel. Bij effectieve soorten is maar één virus nodig om iemand te besmetten.
Impressie van een griepvirus tussen de trilharen van een gastheercel. Bij effectieve soorten is maar één virus nodig om iemand te besmetten.

Foto: SPL

Bij veel virussen is de gelijkenis met een groep wolven treffend: ze werken effectief samen om hun slachtoffer te grazen te nemen. Na een succesvolle infectie vermenigvuldigen ze zich uiteindelijk via die gastheer. Sommige virussen vergrijpen zich echter onder bepaalde omstandigheden als volleerde solojagers aan hun prooi en zijn zo effectief dat slechts één virusdeeltje voldoende is voor een infectie.
Dat ontdekte Zwart, op dat moment werkzaam bij het Laboratorium voor Virologie, nadat hij rupsen blootstelde aan een lage dosis van een virus. Dat virus had hij vooraf een genetisch kleurlabel gegeven: de helft rood, de andere helft blauw. ‘Als je beide kleuren terugvindt in de geïnfecteerde rupsen, is dat een indicatie dat veel virusdeeltjes de infectie op gang hebben gebracht’ legt Zwart uit. ‘Bij slechts één kleur in de zieke beesten zijn er juist weinig virusdeeltjes binnengedrongen, en soms blijkt slechts één virusdeeltje de infectie te hebben veroorzaakt.’ Immers, in deze proefopzet bepaalt het aantal binnengedrongen virusdeeltjes de kans dat beide kleuren aanwezig zijn.
Het is voor het eerst dat experimenteel onderzoek bevestigt dat slechts één virusdeeltje al infectie kan veroorzaken. Voor het virus betekent dit dat er in de gastheer niet noodzakelijkerwijs concurrentie met ander virustypen plaatsvindt. Juist die concurrentiestrijd is essentieel voor het virus om steeds effectiever de gastheer te infecteren, ofwel virulenter te worden.
‘Als je geen competitie hebt van virulentere virustypen kun je het je als virus permitteren je niet verder te ontwikkelen en a-virulent te blijven’, licht Zwart de betekenis van zijn resultaten toe. ‘Van bijvoorbeeld het poliovirus en hiv is bekend dat verschillende genetische varianten nodig zijn voor verhoogde virulentie.’
Als de resultaten van Zwarts onderzoek ook gelden voor andere virussen zou dit kunnen verklaren waarom sommige virussen wél en andere niet virulent zijn.

Re:ageer