Student - 5 maart 2009

EEN BOOM ALS BUSHALTE

Liselotte van Steenis, tweedejaars Internationale ontwikkelingsstudies, deed mee met het ambassadeursprogramma van de internationale studentenorganisatie Aisec. Ze werd met negentien anderen geselecteerd uit vierhonderd eerste- en tweedejaars en vertrok naar Ghana om daar werkervaring op te doen.

nieuws_3011.jpg
nieuws_3011.jpg

Foto: .

‘We hebben tien weken lang lokale Aisec-vestigingen geholpen, bijvoorbeeld door de studenten te leren hoe je een presentatie geeft, je doelen kiest of een project in stappen opdeelt. We sliepen bij de Ghanese Aisec-studenten. Daardoor leerden we de cultuur van binnenuit kennen, heel anders dan op vakantie.
Bij aankomst was het meteen heel anders dan hier. Het busstation was voor mij complete chaos. Geen haltes, geen haltetijden. Gaandeweg ging ik er iets meer van begrijpen. Bussen vetrekken wanneer ze vol zijn en die ene boom dient als halte. Bizar dat in al die chaos toch een systeem verborgen zit.
Ghanese normen over afspraken en op tijd komen zijn ook heel anders. Op vergaderingen kwamen ze standaard niet op tijd. ‘Het regende’ is een geldig excuus. In Nederland wordt je dan niet meer serieus genomen. We maakten al snel onze afspraken in Dutch time of African time.
In Ghana is hand ophouden vaak de eerste reactie, maar zo werkt Aisec niet. Voor nieuwe computers en een nieuwe schoolbus werd met onze hulp een plan opgesteld om zelf geld te verdienen. Het gaat om een verandering van mindset en de eigen ervaring.
Het contact met de Ghanese studenten was heel interessant. Het is een ander werelddeel, maar we zijn wel leeftijdsgenoten en bezig met dezelfde dingen: geloof, jongens, identiteit, ambities. We zijn hetzelfde, maar ook heel anders. We zijn bijvoorbeeld naar zo’n swingkerk geweest en daarna hadden we het over de evolutietheorie. Op school leren zij het Bijbelverhaal. We vertelden dat ze bij ons denken dat we van apen komen. Het was het even stil en toen begonnen ze heel hard te lachten. ‘Nee, echt, denken jullie dat echt?’ Wat een verschil. Maar tegelijkertijd maakt het niks uit.
De jongeren op de universiteit voelen zich de nieuwe generatie Afrikanen en willen dat uiten. Kleine verschillen maken het lastig. Ze eten bijvoorbeeld nooit samen aan tafel. Wij hebben een keer de tafel gedekt en samen met ze gegeten. Een meisje was helemaal blij dat ze could you pass me the salt kon zeggen. Dat had ze wel op tv gezien, maar ze kon het nooit gebruiken.
In Ghana konden we niet ongemerkt over straat en riep iedereen obruni, obruni! Dat betekent wit mens. Toen ik terugkwam was het heel raar om alleen blanken te zien.’

Re:ageer