Wetenschap - 1 januari 1970

Duurdere eieren?

Duurdere eieren?

Duurdere eieren?


Demissionair minister Cees Veerman wil de uitbraak van vogelpest aangrijpen
om de pluimveesector te veranderen. Het draait nu in de sector alleen om de
laagste kostprijs, aldus de minister. En dat leidt tot kippen die na zes
weken door hun poten zakken onder hun eigen gewicht, en tot een te strakke
organisatie van de keten, waardoor pluimveehouders te weinig opslagruimte
voor hun eieren hebben, zoals nu blijkt uit de crisis. Veerman waarschuwt
dat de overheid nu nog deelt in de kosten van de uitbraak, maar in de
toekomst moet de sector het zelf opknappen. Veerman vindt dat uiteindelijk
de consument de kosten van een hoger dierwelzijn moet betalen. In het NRC
handelsblad van zaterdag 15 maart zei Veerman dat ‘de kip en het ei duurder
gaan worden, dat is onvermijdelijk’. Nederlandse, maar ook buitenlandse
kiponvriendelijke eieren zouden van de markt geweerd moeten worden. Veerman
zegt te willen optreden tegen importeurs uit andere landen die het met de
regels niet zo nauw nemen, en hij wil afspraken maken met
wereldhandelsorganisatie WTO over dierenwelzijn.
Mag Nederland dieronvriendelijke eieren aan de grens weigeren?

Dr Frank van Tongeren, specialist internationale handel, Landbouw
Economisch Instituut:
,,Nee, dat mag Nederland niet. Op dit moment is het niet mogelijk met
importheffingen een tariefmuur op te werpen tegen dieronvriendelijke
producten. De WTO verbiedt handelsverstorende maatregelen die gebaseerd
zijn op de productiewijze van het product. Wat Nederland wel kan doen – en
daar doelt Veerman waarschijnlijk op – is het strenger handhaven aan de
grens van de eisen die de Europese Unie stelt aan de gezondheid van
producten. Maar die regels hebben alleen betrekking op het product en niet
op de productiewijze. In de praktijk gaat het om de aanwezigheid in
producten van residuen en verboden stoffen, zoals antibiotica, die mogelijk
schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid. Met een strengere handhaving
zijn echter ook kosten gemoeid; denk aan het handelsgeschil dat Nederland
in april vorig jaar had met China, omdat Nederland een lading vlees en vis
weigerde dat te veel van het antibioticum chlooramfenicol bevatte.
Dergelijke normen hebben niets met dierwelzijn te maken, maar doelen op
bescherming van de voedselveiligheid en de volksgezondheid.
De Europese Unie vindt het onderwerp dierenwelzijn wel belangrijk en heeft
het samen met milieu op de agenda staan van onderhandelingen in de WTO. De
EU pleit als enige WTO-lid voor regels over productiewijze: ze willen dat
producten die bijdragen aan een schoner milieu of een hoger dierwelzijn in
de zogenaamde ‘green box’ mogen, wat betekent dat ze gesubsidieerd mogen
worden. Maar er zit geen schot in die onderhandeling. De voorzitter van de
landbouwcommissie van de WTO heeft in februari een compromisvoorstel gedaan
over de onderwerpen die besproken moeten worden, maar zelfs dat voorstel is
door verschillende partijen afgeschoten. Het wachten is op een nieuw
voorstel.
Pluimveehouders moeten het zoeken in productdifferentiatie: diervriendelijk
geproduceerde eieren zouden een keurmerk moeten krijgen, waarna de
consument ervoor kan kiezen die te kopen. Het ministerie kan die
etikettering natuurlijk proberen te stimuleren. Iets anders is het als de
EU in het kader van plattelandsontwikkeling directe inkomenssubsidies gaat
geven aan boeren die diervriendelijk kippen houden. De gedachte is dat
diervriendelijk produceren duurder is en dat boeren daarvoor gecompenseerd
mogen worden. Dat mag van de WTO, maar alleen als het geen
handelsverstorende werking heeft.’’ |
J.T.

Re:ageer