Wetenschap - 12 oktober 2012

Duurder voedsel leidt niet tot meer honger

Leiden hogere voedselprijzen tot meer honger in de wereld? Ja, dacht de FAO jarenlang. Maar het klopt niet, zegt de FAO nu.

honger.jpg
Door de ‘voedselcrisis’ in 2008 zou het aantal ondervoede mensen groeien naar een miljard. De teller is evenwel blijfven steken op 870 miljoen hongerige mensen in de wereld. Hoe kan dat?  ‘In 2009 voorzag de FAO nog een piek in het aantal ondervoede mensen door de gestegen voedselprijzen', zegt Gerdien Meijerink van het LEI. ‘Die piek is nu weg.' Er is geen directe relatie tussen hoge voedselprijzen en honger in de wereld, zegt ze. De FAO dacht van wel, maar dat kwam omdat het model van de wereldvoedselorganisatie niet deugde.

Ander menu
‘De FAO gebruikt een Amerikaans model, dat uitrekent hoeveel voedsel landen moeten importeren om de bevolking te voeden. Hogere importprijzen leiden tot stijgende lokale voedselprijzen die de bevolking moeilijker kan betalen. Zo stijgt het aantal ondervoede mensen. Maar zo reageert de bevolking niet op stijgende prijzen. Onderzoek van het Institute for Development Studies wijst uit dat de mensen gewoon rijst en aardappelen blijven kopen, ook als die duurder worden, en bezuinigen op vlees en vis. De kwaliteit van hun voedsel neemt af, maar ze komen niet om van de honger.'

Meer inkomen
Bovendien, zegt Meijerink, hield de FAO geen rekening met de economische groei in veel ontwikkelingslanden. ‘Door die economische groei, vooral in Azië, hebben mensen meer inkomen, zodat de vraag naar voedsel - vooral vlees - toeneemt. Daardoor gaat ook de prijs van veevoeders, dus de graanprijs, omhoog. Maar omdat mensen meer te besteden hebben, kunnen ze die prijsstijging makkelijker betalen.' Dit argument geldt overigens niet voor alle landen, nuanceert Meijerink. ‘Ondanks de economische groei telt India nog de meeste ondervoede mensen. Dat komt door de slechte inkomens- en voedselverdeling in dat land. India is paradoxaal: het heeft enorme voedselvoorraden, maar die komen de bevolking niet ten goede door de inefficiënte distributie.' Ook dat is niet in een grofmazig FAO-model terug te vinden.
Domme fouten
‘De FAO kijkt alleen naar de beschikbare calorieën voor de bevolking', vervolgt Meijerink haar uitleg. 'In januari was er een FAO-conferentie over de vraag: hoe meet je nu honger? Dat leidde tot enorme discussies, maar men is er niet uitgekomen.' De FAO-methode is niet erg nauwkeurig, zegt Meijerink, maar geeft de trend wel goed aan. Als moet de VN-organisatie dan wel beter haar data verzamelen. ‘De data die de FAO krijgt uit ontwikkelingslanden rammelt, dat weet iedereen. Maar bij de berekening in 2009 onderschatte de FAO het aantal Chinezen en rekende ze met teveel mensen in Bangladesh. Dat zijn gewoon domme fouten.'
Prestatie
Als de laatste berekening van de FAO ongeveer klopt, dan zijn er nu 870 miljoen ondervoede mensen in de wereld. Dat zijn er grofweg evenveel als tien en twintig jaar geleden. Dat aantal is nog veel te hoog, stelt de FAO. Maar toch presenteert ze staatjes met een dalende honger-trend, want het percentage hongerige mensen daalt al jaren. De afgelopen twaalf jaar zijn er een miljard aardbewoners bijgekomen, maar dat heeft niet tot een groei van ondervoede mensen geleid. Die geweldige prestatie komt door de economische groei in veel landen, stelt Meijerink. Nu de wereldeconomie minder goed draait, zou het percentage hongerige mensen wel eens kunnen gaan stijgen.

Re:ageer