Wetenschap - 1 januari 1970

Druk, druk, druk

Druk, druk, druk

Druk, druk, druk


Onzekerheid over de toekomst en slecht management zijn volgens TNO Arbeid
de voornaamste oorzaken van werkdruk binnen Wageningen UR. Wb zet de
belangrijkste conclusies van het werkdrukonderzoek per onderdeel voor u op
een rij.
Het departement Omgevingswetenschappen ontbreekt in het overzicht omdat de
resultaten van het onderzoek nog niet zijn vrijgegeven. Het departement wil
de resultaten combineren met een werktevredenheidsonderzoek.

Praktijkonderzoek Plant en Omgeving
De werkdruk bij het Praktijkonderzoek Plant en Omgeving is het hoogst bij
teamleiders en senior wetenschappelijke medewerkers. Onder andere omdat
leidinggevenden moeite hebben met delegeren, werken ze te veel. Medewerkers
in lagere schalen klagen over een gebrek aan autonomie bij het indelen van
hun werk.

Praktijkonderzoek Veehouderij
Vooral senioronderzoekers, afdelingshoofden en bedrijfsleiders ervaren een
hoge werkdruk. Meer dan de helft van hen geeft aan dat ze per week vijf uur
of meer moeten overwerken om het werk af te krijgen.
Gemiddeld is echter geen sprake van een werkdruk die hoger ligt dan bij
vergelijkbare organisaties. Medewerkers zijn tevreden over de
zelfstandigheid van het werk. Minpunt is de onzekerheid over de toekomst.
Medewerkers maken zich zorgen over het grote aantal tijdelijke contracten
en de ontwikkelingen in de Nederlandse landbouwsector.

Bestuurscentrum
De gemiddelde werkdruk op het bestuurscentrum wijkt niet af van die bij
controlegroepen buiten Wageningen UR. Bij de afdelingen Onderwijs en
studentenaangelegenheden en Communicatie en marketing is wel sprake van een
meer dan gemiddelde werkdruk. Medewerkers van die afdelingen hebben na het
werk vaak het gevoel uitgeput zijn.
Bewoners van het centrale bestuurscentrum voelen zich niet betrokken bij
Wageningen UR. Veel van hen zijn op zoek naar een andere baan.
Kernprobleem binnen het bestuurscentrum is volgens het onderzoek de
onduidelijke koers van het management. ‘De combinatie van enerzijds
onvoldoende feedback over de eigen prestaties en anderzijds onduidelijkheid
over het kader waarin men moet functioneren maakt de medewerkers stuurloos.
Deze stuurloosheid wordt nog eens vergroot doordat men in de top van het
bestuurscentrum (de raad van bestuur en de stafdirecteuren) niet altijd
dezelfde lijn trekt. In een periode als deze waarin veel reorganisaties
gaande zijn die grote gevolgen kunnen hebben voor de medewerkers heeft men
juist behoefte aan een duidelijk beeld van waar men naartoe gaat en hoe men
de weg er naartoe gaat bewandelen.’

Facilitair bedrijf
Vooral bij het Facilitair bedrijf wordt gepiekerd over de toekomst. Veel
medewerkers vragen zich af of hun baan over een paar jaar nog bestaat. De
werkdruk is bij het door reorganisaties geplaagde bedrijf desondanks
gemiddeld niet hoger dan bij vergelijkbare bedrijven buiten Wageningen UR.
De afdeling Vastgoed en bouwzaken heeft wel een duidelijk verhoogde
werkdruk.
Bij de bibliotheek is geen sprake van hoge werkdruk, wel voelen veel
medewerkers zich ontheemd in de organisatie. Ze vinden dat de bibliotheek
niet thuishoort in het Facilitair bedrijf en zien de opname in het bedrijf
als een degradatie.

ILRI
De werkdruk bij het ILRI is significant hoger dan bij vergelijkbare
instellingen. Vooral senior wetenschappelijk medewerkers hebben het druk.
Zeventig procent van hen zegt onvoldoende tijd te hebben om het werk af te
krijgen.
Opmerkelijk positief zijn de medewerkers over de informatievoorziening over
reorganisaties. Terwijl bijna alle medewerkers van Wageningen UR klagen
over een gebrek aan informatie, zijn de medewerkers van het ILRI tevreden.

IAC
Medewerkers van het IAC klagen in het werkdrukonderzoek over het
management. Ten tijde van het onderzoek was er geen directeur en lieten
besluiten lang op zich wachten.

Departement Agrotechnologie en voeding
Vooral tijdelijk medewerkers zoals postdocs en aio’s, maar ook medewerkers
van het departementsbureau geven aan dat ze zich niet betrokken voelen bij
de organisatie.
43 Procent van de postdocs en toegevoegd onderzoekers zegt zich niet thuis
te voelen in de organisatie. Bij de aio’s gaat het om 29 procent. ‘Op de
vraag of men deze organisatie erg aantrekkelijk vindt, antwoordt 43 procent
van de aio’s met ‘nee’.’

Departement Maatschappijwetenschappen
Hoge werkdruk wordt gemeld bij de hoogleraren, de docenten en de
medewerkers van het departementsbureau. Medewerkers van het
departementsbureau en hoogleraren voelen zich aan het eind van een werkdag
regelmatig uitgeput. De kans op uitval door ziekte of verloop is daardoor
vergroot.

Departement Dierwetenschappen
De gemiddelde werkdruk bij het departement Dierwetenschappen wijkt niet af
van die in een vergelijkbare controlegroep. De medewerkers geven een
positief oordeel over de zelfstandigheid van hun werk. Ongunstig scoort
werkzekerheid.
De hoogste werkdruk is gemeten bij hoogleraren, universitair
(hoofd)docenten, secretariaatsmedewerkers en bij de leerstoelgroepen
Visteelt en visserij en Dierhouderij.

Departement Plantenwetenschappen
Gemiddeld 37 procent van de medewerkers van het departement
Plantenwetenschappen vindt de organisatie niet aantrekkelijk. Vooral
universitair hoofddocenten (59 procent) en hoogleraren klagen hierover.
Vooral bij de leerstoelgroepen Plantentaxonomie, Wiskunde, Moleculaire
biologie, Erfelijkheidsleer, Plantencelbiologie, Plantenfysiologie,
Diertaxonomie, Entomologie en Virologie is de betrokkenheid laag. |
Korné Versluis

Re:ageer