Wetenschap - 29 maart 2001

Drs. Pim van den Bold, Stafbureau bestuursgebouw Wageningen UR

Drs. Pim van den Bold, Stafbureau bestuursgebouw Wageningen UR

'Bij elke reorganisatie dacht men dat het de laatste was'

Op zijn kamer in het bestuursgebouw domineert de chaos van het vertrek per 1 april aanstaande. Een collega van DLO verleent ons gastvrijheid in haar kamer. Hij vertrekt node, maar wel in zijn zesenzestigste jaar en dat op zich is een uitzondering: drs. Pim van den Bold, lid ondernemingsraad en medewerker Stafbureau Wageningen UR.

Van den Bold is verheugd nog voor zijn vertrek te mogen beleven dat de integratie WU/DLO rijp was voor de oprichting van een gezamenlijke personeelsvereniging voor het bestuursgebouw. "Het bestuur van de personeelsvereniging heeft al leuke bijeenkomsten georganiseerd. En dan merk je dat de mensen goed met elkaar praten. Het is een goed idee om zo de mensen bij elkaar te krijgen. We moeten af van dat bloedgroepengedoe."

Heeft DLO de roep van zakelijkheid; bij de universiteit heerste de opvatting dat er altijd volop geld was. "Beperking was een vreemd woord," aldus Van den Bold. "Het gemak waarmee begrippen als kwaliteit en geld aan elkaar werden gekoppeld! In 1853 schreef Thorbecke al, in een artikel over de universiteiten: 'Het onderwijs is niet in die mate beter als men er veel geld aan besteedt. Zijne voortreffelijkheid hangt van de inrigting en bovenal van de leeraren af."'

Van den Bold verwisselde in 1974 de Utrechtse universiteit voor de toenmalige Landbouwhogeschool en werd daar hoofd afdeling Planning; later kwam daar Onderwijs en Wetenschap bij. "Ik was hoofd van die combinatie voordat de latere reorganisaties begonnen. En er werd ?ltijd gereorganiseerd. Er heerst nog steeds bij het personeel een reorganisatiemoeheid. Altijd dacht men dat het de laatste was; dat is immers de bedoeling van reorganiseren?"

Toen de studieduur naar vier jaar ging, heeft Van den Bold zijn licht opgestoken bij buitenlandse agrarische universiteiten. Hij ontdekte dat daar, bij verschil in studieduur, de technische richtingen er een jaar bij kregen. "Ik vond dat wij ook aan dat criterium voldeden en met veel overredingskracht is het gelukt dat jaar extra te verkrijgen. Andere universiteiten zeiden wel: Wageningen moet weer zo nodig!"

Van den Bold vindt dat, hoewel Wageningers veel naar buiten treden, zij Wageningen wel beschouwen als het centrum van de wereld. "Wij hebben in Nederland maar ??n agrarische universiteit. Maar dat rechtvaardigt nog niet de gedachte dat wij hier alles weten. Je kunt extern heel veel opsteken, dat kan heel verfrissend zijn. Het valt mij echter op dat mensen die uitgezworven zijn over de wereld, soms terugkomen met een versterkt idee dat het hier beter is. Je zou verrijkt moeten terugkomen. Ik heb het meer over mentaliteit dan over feitelijkheid. Het is meer de vanzelfsprekendheid waarmee van de eigen kwaliteit wordt uitgegaan."

Hij geeft het voorbeeld van een hoogleraar, die bij de dood van een collega eens zei: 'Er waren op mijn terrein maar drie mensen van wereldformaat. Nu zijn we nog maar met z'n twee?n.' Hij lacht smakelijk om zijn anekdote. Toen hij vanuit Utrecht in Wageningen kwam, zei iemand van het college van bestuur tegen hem: "U zult zien dat u ten opzichte van het ministerie in een andere sfeer terecht bent gekomen. De minister van Onderwijs en Wetenschappen vindt de universiteiten maar een stelletje 'rotpubers', en de minister van Landbouw vindt de Landbouwhogeschool het knapste jongetje van de klas." En fijntjes zegt Van den Bold: "Uit deze uitspraak is op te maken dat het over lang geleden gaat..."

In de ondernemingsraad van de universiteit is de studentenraad ook opgenomen. Van den Bold: "Een gemeenschappelijke raad dus. DLO heeft haar eigen medezeggenschapsraad."

Er zijn wel mooie ondernemingsraden, maar daar worden ontslagen werknemers niet wijzer van. Toch neemt Van den Bold het voor het college op: "Zij kennen de werknemers niet eens. Natuurlijk stellen zij de te nemen maatregelen voor, zoals bezuinigingen, en wij van de ondernemingsraad zien er op toe dat alles naar het personeel toe zorgvuldig verloopt, maar het zijn de 'plaatselijke baasjes' die bepalen wie er uit moeten. Zij zouden ook die zorgvuldigheid goed moeten betrachten, want bij hen ligt de verantwoordelijkheid voor wat ze zouden moeten zien als 'hun eigen mensen'. Of je met plezier naar je werk gaat, hangt toch af van je eigen collega's en je eigen 'baasje'."

Als het aan Pim van den Bold had gelegen, had hij nog wel een poosje willen blijven. "Ik geloof in de toekomst van Wageningen UR."

Lydia Wubbenhorst

Drs. Pim van den Bold is blij dat hij in zijn loopbaan in het bestuursgebouw de integratie van de personeelsverenigingen van WU en DLO nog heeft meegemaakt.

Foto Guy Ackermans

Re:ageer